In die aandacht ervaar je iets van het grote mysterie van onze werkelijkheid

Inge Boulonois (1945) volgde een opleiding tot beeldend kunstenaar en studeerde kunstpsychologie. Van 2011 tot en met 2014 was ze stadsdichter van haar woonplaats Heerhugowaard. Gedichten uit die periode verschenen in de bundel Heerhugowaardse gedichten (2014). In 2015 verscheen de bundel Lichte en Bonte Gedichten. Deze maand verscheen Idioom van geluk bij Uitgeverij Kontrast.

Hoe is deze bundel tot stand gekomen?
Door schrijven, schrappen, schrijven, schrappen. Er is die eeuwige drang om iets te maken, te creëren, vast te leggen. Lange tijd deed ik dat schilderend maar ruim een decennium houd ik me fulltime met poëzie bezig.
Taal fascineert enorm. Het is mijn passie om wat ik zie, ervaar, denk en voel in woorden te vatten, zoals ik dat eerder in vorm en kleur deed. Een schilderen met woorden. Maar er is een groot verschil. Als je bijvoorbeeld een drempel schildert, bestudeer je de vorm, tinten, structuur ervan uiterst nauwkeurig om die in subtiele kleurnuances te kunnen vertalen. Bij een gedicht echter kijk je naar wat er bij zo’n voorwerp bij je opkomt.
Beperkingen leg ik mezelf niet op. Ik maak zowel vrije als gebonden verzen, ekfrastische poëzie (geïnspireerd door kunstwerken) en pictoverzen. Maak ook animaties van gedichten. Vorig jaar verscheen bij Liverse een geïllustreerde bundel met light verses.
Ik koesterde al een tijd de wens om een bundel met vrije verzen uit te geven, een wens die nu vervuld is! Ik ontmoette een van de redacteuren van Poëziefonds Open toen een reeks gedichten (‘Grenzen’, waar de bundel mee begint) genomineerd was voor een prijs. Ik hoorde positieve verhalen over haar, dus…

In een gedicht als ‘Kast’ of ‘De dingen’ toon je veel aandacht voor kleine dingen. Je bekijkt de dingen met liefdevolle aandacht, lijkt me. Ik zie daarin wel je ‘schildersoog’. Zou je kunnen zeggen dat je van schilderen naar poëzie bent overgestapt omdat je het gevoel had dat het in de beeldende kunst te veel om de vorm gaat?
De oorzaak van mijn overstap van schilderkunst naar dichtkunst was een oogziekte die ik rond de millenniumovergang kreeg. Daardoor werd het schilderen heel moeilijk. Maar inderdaad: ik kijk graag met liefde en verwondering naar alles wat ons omringt, van het “kleinood” dat zich door het asfalt perst tot het immens grote luchtruim. In die aandacht ervaar je iets van het grote mysterie van onze werkelijkheid.

Het valt me wel eens op dat mensen die dichten, vaak ook schilderen. Jij zegt ‘Bij een gedicht echter kijk je naar wat er bij zo’n voorwerp bij je opkomt.’ En dat in tegenstelling tot de schilderkunst, waarin het alleen maar om de voorwerpen op zich gaat. Maar, om wat te noemen, veel schilderijen van Edward Hopper -er staat een gedicht over een schilderij van hem in je bundel- roepen bij mij een gevoel op van existentiële eenzaamheid. In die zin gaat toch ook de schilderkunst verder dan het alleen maar tonen van de werkelijkheid?
Het is natuurlijk nooit het een of het ander. Al is bij het schilderen goed kijken hoofdzaak, dit impliceert niet dat de maker helemaal leeg is, in ieder geval nooit een tabula rasa. Het onderwerp van het schilderij is een (min of meer bewuste) keuze van de maker.
Het gevoel dat een schilderij bij iemand oproept, heeft met de toeschouwer te maken. Het kan zijn dat een schilderij bij vele kijkers hetzelfde oproept, maar dat hoeft niet. Het hoeft ook niet te zijn wat de schilder er ingelegd heeft. In de totstandkoming van het gevoel spelen allerlei factoren samen, zoals de ervaring/kennis van de kijker met/over kunst, zijn/haar stemming, persoonlijke voorkeur, de culturele context, de tijdgeest enz.
Ik kan mij goed voorstellen dat Hopper’s schilderijen een gevoel van existentiële eenzaamheid oproepen. De onderwerpen die hij kiest lenen zich daarvoor. Maar sec bekeken zijn het situaties die bijna iedereen wel kent wanneer hij ‘s avonds laat benzine tankt, tegen sluitingstijd in een café zit of in de ochtendschemer door zijn straat loopt. Dat is heel anders dan waarmee wij dagelijks via het scherm overspoeld worden, want daar is de wereld opgeleukt, versneld weergegeven. Het is de mediawereld. Zelfs bij prachtige natuurfilms schijnt muziek te moeten klinken en meent een stem ons te moeten sturen bij wat we zien, zelfs onze gevoelens te kleuren door naderend gevaar te benadrukken.
Ik vraag me nu af of je in gedichten wel die puurheid kunt oproepen. Een schilderij laat meer ruimte voor invulling dan woorden, denk ik. Het mooist zou zijn als je als dichter ook alleen maar kunt laten ervaren wat er is, dat in woorden kunt oproepen, niet te veel ingekleurd door je eigen kleine ogen en denkwereld, niet gestuurd door al die beelden op het scherm.

Wat anders. Zie jij een rol voor dichters bij maatschappelijke problemen, zoals de houding ten opzichte van vluchtelingen? (Die je noemt in het gedicht ‘Schaal’).
Zeker zie ik een rol voor dichters bij maatschappelijke problemen. Het is jammer dat engagement niet erg “trendy” is. Alleen bij rampen als het neerstorten van de MH17 voelen dichters zich geroepen daarover te schrijven.
Wat mij betreft komt er een Tweede Dichter des Vaderlands (naast Anne Vegter) die uitsluitend dicht over wat in onze maatschappij speelt. Driek van Wissen was wat dat betreft actief. Zijn oude plek op www.gedichten.nl, waar hij dagelijks een actueel snelsonnet schreef, is nu ingenomen door een zevental dichters – waaronder ikzelf op de dinsdag – zodat zijn werk daar wordt voortgezet.

Heb je een beeld voor ogen van degenen die je gedichten lezen en waarderen?
Niet concreet. Wel krijg ik de indruk dat mijn gedichten in Vlaanderen meer gewaardeerd worden. Mogelijk omdat kunst, zowel de beeldende kunst als de poëzie, daar in hoger aanzien staan.

Wat zijn je plannen?
Poëzie is mijn passie dus …
Volgend jaar hoop ik een tweede light verse bundel uit te kunnen brengen en het jaar daarna mogelijk weer een bundel met vrije verzen.
(Zolang ik natuurlijk helder genoeg blijf…)

Inge Boulonois
Idioom van geluk
Uitgeverij Kontrast (2016)
ISBN 9789492411020

Geplaatst in Interviews.