Gedichten

Aarde

Aardappelen gepoot langs strakke lijnen
De pootstok hangt naast de schoffel in rust
De schop is schoon

Tot laat in de avond wacht mij
het tuingerei
verwacht dat ik een graf
zal graven voor de vogel
die onderweg zijn poot verloor

Ik weet niet wanneer ze vertrok
Wel dat het lachen verdween
’s Nachts zijn er dromen van zomers
met teilen vol water en zon op haar hoofd

Wat stukgeslagen werd op het oppervlak
bleef achteloos achter op de weerloze bleek
Ze is een zwemster die slagen beheerst,
onder water kan zien. ’s Morgens

kan ze naar de rivier. Daar op
de bandijk ziet ze vogels vertrekken
en water stromen. Onopgemerkt
zet ze er grond onder haar voeten.

Klimop

slingert zich omhoog 
tot in de goot waar duiven broeden

De buurman jaagt ze op
met een waterpistool
klimt op een ladder, leegt de nesten
en knipt het blad tot de grond toe af

In november is hij verhuisd
Op de muren bleef hechting achter

Ik zou duiven kunnen voeren

Verhuizen

van wit naar zwart
vliegen zij over het meer

eilanden toppen als heuvels
boven water uit

takken reiken in de lucht 
jij wordt gered en ik dan
hoor ik hen zeggen
in mijn verdronken dorp
waar hoven achterbleven

het heldere water stroomt
hoogtevrees heb ik verleerd

misschien leer ik een taal 
te mooi om waar te zijn

Geplaatst in Gedichten.