Edwin Fagel – Het extatische landschap in

Mystieke eenwording door het woord

door Hans Franse


 

Toen ik de nieuwe bundel van Edwin Fagel voor de eerste keer globaal doorlas, vielen mij een paar elementen op. Consistent gebruikt de dichter het teken ‘&’ in plaats van het voegwoord ‘en’. Het irriteerde mij aanvankelijk: het leek een trucje. Sommige gedichten deden mij bij die eerste lezing, qua vorm, denken aan bepaalde gedichten van Bert Schierbeek gebundeld in De deur, een bundel uit 1972 die als motto had: ‘Als er geen vogel zingt / is de berg nog stiller’. Schierbeek schreef die gedichten naar aanleiding van het overlijden van zijn geliefde: in de vorm van de poëzie laat hij haar herleven door herhaling van woorden en woordenreeksen op een minimale manier, maar als de zin voltooid is breekt hij die weer af en gaat terug naar de stilte van één woord, hetzelfde als waarmee hij begon, waardoor het afscheid voor de tweede maal wordt bevestigd. De kracht van de herhaling doet bijna denken aan de oerfunctie van de poëzie: het gedicht als bezwering.

Edwin Fagel probeert eigenlijk met dezelfde taalkundige middelen een vrouwelijke Godheid zodanig tot leven te brengen dat hij er op een extatische, mystieke manier ook lichamelijk één mee kan worden: het is de kracht van het woord, van de herhaling. Zijn poëzie is echter beeldender dan die van Schierbeek, vaak ritmischer en muzikaler. Een grondiger lezing van deze bundel is dan ook een reis naar een extatisch land waarin de voltooiing van de eenwording het hoogtepunt, de climax, is van de reeks gedichten. Het mystieke proces komt tot stand in een vijftal hoofdstukken. Het eerste, ‘toen ik het de vogels vroeg zeiden ze’, eindigt met twee gedichten, ‘ze heeft geen taal’ en ‘het weten is af’, die een overgang vormen naar het tweede hoofdstuk: ‘de belofte van het vlees’. Dat eindigt eveneens met twee gedichten: ‘als ik spreek’ en ‘bid’. In de volgende groep komt de eenwording naderbij: ‘choreografie voor het zijn en het gebeuren’. Weer sluiten twee kerngedichten deze reeks af: ‘hoe kun je open’ of ‘als ze niet’. Vervolgens dalen we grotten in waar de eerste primitieve tekens van bezwering op de rotsen werden geschilderd. Die afdeling heet ‘Lascaux’. Uit de diepte van de grot klinkt een ‘de profundis’ niet in cursief schrift, maar in een ‘normaal’ lettertype. Het laatste gedicht heeft de intrigerende titel ‘landschap met ladder & hond’. De laatste regel bevestigt een herkennen: ‘zij is werkelijk / de gekruisigde’, waarmee de alles omvattende oplossing is gegeven van wat in het eerste gedicht van de bundel werd gevraagd:

toen ik het de vogels vroeg zeiden ze
Zij staat buiten tijd & plaats & toen ik
het de vogels vroeg zeiden ze Zij
treedt uit & keert Zich binnenste buiten
& toen ik het de vogels vroeg zeiden ze
Zij drinkt het zonlicht & toen ik
het de vogels vroeg
psalmodieerden ze

In deze regels treffen we reeds de herhaling en de kleine wijzigingen die het tot een soort minimal music maken. Ook de mantra is te herkennen. Verder loopt de dichter in zijn laatste regel vooruit op de extatische sfeer, zoals die vaak in psalmen tot uiting komt. Wat in de totale bundel opvalt zijn soms buitengewoon ritmische en muzikale regels en gedichten. Een regel als ‘waar Zij is ontspringen uitzinnige bloedige heilige bloemen’ geeft dit aan.

Er liggen voor de recensent twee gevaren op de loer, namelijk om elk gedicht te ontleden en te kijken hoe die poëtische schakel met de volgende is verbonden en om heel veel te citeren, waarbij dan een zin uit de context wordt gehaald en zijn krachtige betekenis verliest: sommige woorden en frases krijgen pas zin in de context, niet alleen van het gedicht, maar van het hele werk. Om een voorbeeld te noemen: via de Parijse ringweg belandt de dichter in een landschap. Hij beleeft dit landschap heel intens, de veelheid aan bloemen die hij opsomt en de meeuw die oplicht brengen hem tot de volgende regels, waar weer de herhaling als een soort mantra gehanteerd wordt: ‘Haar aanwezigheid leegde Zich in het landschap / Haar aanwezigheid leegde Zich in het landschap // waarvan ik deel was & dat deel was van Haar’. Dit gedicht heet ‘Illuminatie’. De dichter gaat het extatische landschap in op weg naar de verlichting: de eenwording met zijn vrouwelijke Godsfiguur, de ‘Zij’. Bijna aan het eind van de bundel doet de dichter een belijdenis in het gelijknamige gedicht:

Jij heerlijke zie Je Jouw mij?

nu sta ik open
nu sta ik open
nu sta ik werkelijk open

kom

Een bloedige bijna rituele slachting, vergelijkbaar met het lijden van Jezus, maar bloederiger, leidt tot het eerder genoemde gedicht ‘landschap met ladder & hond’ en de erkenning dat Zij werkelijk de gekruisigde is. De mystieke cirkel is rond.

Het is een indrukwekkende bundel die mij doet denken aan de oerfunctie van de poëzie, de bezwering, waardoor de mysticus dichterbij de Godheid, in welke vorm dan ook, komt en de eenwording bereikt. De gedichten lijken mantra’s, de herhaling brengt de lezer er toe dieper te graven. Wat Gerrit Achterberg dichtte: ’nochtans moet het woord bestaan dat met u samenvalt’ , lijkt hier gerealiseerd. Een bundel die de herhaling hanteert om, als in minimal music, het hoofd leeg te maken om plaats te maken voor de vrouwelijke God. Ik moest ook aan het Johannes evangelie denken, dat in het begin stelt dat: ’ het woord bij God, en het woord God was’. Of dat zo is, weet de dichter. Ik vind het een mooie en misschien zelfs belangrijke bundel, die mij volledig overtuigde dat in deze materialistische tijden nog plaats is voor mystiek.

____

Edwin Fagel (2018). Het extatische landschap in. Uitgeverij: Nieuw Amsterdam, 56 blz. € 19,99. ISBN: 9789046823989

Geplaatst in Recensies.