Serpil Karisli

Serpil Karisli is geboren in 1979 in een Koerdisch dorpje in het oosten van Turkije. Op haar 8ste is ze geëmigreerd naar Nederland. Ze is afgestudeerd in Theater en Filmwetenschappen aan de universiteit van Utrecht. Poëzie is voor haar een plek voor vrijheid. Voor haar transformeert poëzie de realiteit naar een wereld van verbeelding, aanraking en betovering.
Bij Boekscout verscheen onlangs de bundel Stilte praat niet. Meander gaf ze drie ‘verse’ gedichten.

foto Ellen Honings

 

Zacht licht en de voetsporen van een reus
passeerden de nacht
De weerspiegeling van een verhaal was opgetekend
in krijt
Niemand wist hoe lang de sporen zouden voortbestaan
Hij had de ramen gesloten, de gordijnen
dicht
De nacht was voor hem een onbekende gast
Een voorbijgaande schim
Alles weerklonk in zijn hoofd
Hij had zijn vallen doordacht uitgezet
tegen het leven
Ik was alleen maar een vreemde in
zijn val, verborg het leven in
mijn adem
Wij waren twee gevangenen
Twee getuigen
van de leugen en de nacht
In de rivieren stroomde een licht
Blind was de nacht

 

 

Ze keek naar het water in haar hand en nam plaats op het einde
Nergens een voorspelling van de toekomst
Waarom stroomde er geen kleur doorheen?
Ze pakte de lucht, helder, zacht en blauw
Geen tekens uit het verleden
Ze verweet het zachte blauw
Waarom verschenen er geen beelden?
Ze pakte de pen
En doorkruiste het blad
Het was zo onbeschreven
Ze schreef hem
Kraste alles weer door
Er was geen woord over

 

 

Kijk maar niet
Ik ben de luwe lucht boven de verbannen stad
De halve maan tussen de bergtoppen
Mijn huid vol met groeven van de gele aarde
Ieder dor tarweveld
Ben ik
Achter ieder hart schuilt de oorlog
Iedere blik kent hier het afscheid
Iedere tong verlamd
Thuisloos ben ik in mijn lichaam
Ik heb niets behouden van
Wat ik ooit had
Bij geboorte en dood

Ik ben het neuriën van de blote vrouw
Haar vruchteloze aarde
Word ik de melk in haar borsten
In mij weent de strijder
Het gemis, het verraad
Ik ben het aanbeden vuur en water
In mij het levenslicht,
de sterrenwachter, de vuursteen
In elk deel van mij een geliefde die dwaalt
Kom maar niet, ik ben het gaan

Iedere zoektocht neem ik Gilgamesh mee
Als reisgenoot
Ik ken de dood, ben de dood
Ben de schreeuw, de opstand uit de dood
Ik ben de halfgod Mansur aan de galg
De dronken Hayyam
Het weeskind van een verloren god
Zijn licht en schaduw

Blijf maar niet, ik ben het afscheid
De derwish, het zoeken
Verbannen naar mezelf
Ik ben het verlies en het verlangen
Mijn thuisloos huis is niet vervulbaar, mijn eenzaamheid
Ondeelbaar

Geplaatst in Gedichten.