Poëzie Kort 2018 / 4

door Yolandi de Beer, Hans Franse, Hans Puper en Lennert Ras

Pirow Bekker, Voor ek my kom kry

(door Yolandi de Beer)

De gedichten in de bundel Voor ek my kom kry geven gesprekken weer tussen het zelf van de schrijver, zijn geliefde, het leven en de dood.
Allereerst beschrijft de dichter zijn relatie met de aarde, het dierenrijk en de elementen, gevolgd door milieukwesties en de menselijke nalatenschap.
In zijn gedichten behandelt hij de schoonheid en dodelijkheid van de natuur – het ‘eten en gegeten worden’ – met als outsider de mens die zichzelf boven en buiten deze natuurlijke voedselketen plaatst en kan doden naar eigen goeddunken.

Ook de gecompliceerde relatie van de schrijver met zijn vaderland Zuid-Afrika komt ter sprake.
Bekker beschrijft de worsteling tussen zijn voortdurende adaptatie aan het leven in een bijna onherkenbaar vaderland en de verlokkingen van een emigratie.
Ondanks de zwaarte van de dagelijkse realiteit en de onzekere toekomst, kiest Bekker ervoor om in zijn land te blijven.

In de afdeling ‘Stormvorme’ verhalen de gedichten over de verschillende wijzen waarop de dood zich voordoet. Zelfdood uit wanhoop, mensenrechtenschendingen, oorlog, ziekte, en zelfs een cynisch gedicht waarin de dood, in de figuur van Klaas Vaak, goedgelovige mensen zand in de ogen strooit.
De dood openbaart zich in vele gedaantes, en het leven zelf is uiteindelijk slechts een uitstel van die dood.
Zeldmoord of Zelfdood? Alsof de benaming iets uit zou maken… ‘Sou die selfdoodwoord newe-effekte he, as sou dit die daad wil tooi…’ (p. 39)
De bundel leest niet vanaf het begin heel soepel, maar de doorzetter wordt zeker beloond, met een een paar juweeltjes die halverwege de bundel zijn verstopt.

De kracht van Bekker is zijn humor, die hem in staat stelt zware onderwerpen als de dood op een haast lichtvoetige manier aan de orde te stellen. De ironie van zijn woorden doet je soms onwillekeurig lachen; een soort van ‘foute’ binnenpret, die je stiekem voor jezelf houdt.

De laatste twee gedeeltes van Bekkers’ bundel zijn meer toegankelijk. De gedichten handelen over de liefde en het leed dat daar onlosmakelijk mee is verbonden. De banaliteiten van huwelijk en relaties. De dichter stelt herkenbare thema’s op humoristische wijze aan de orde.
Het gedicht ‘As Jy’ (p. 82) brengt alles terug tot de essentie.

As jy

As jy nie die liefde het nie,
Is jy niks meer as ’n lapgesig op ’n stok.

As jy nie die liefde het nie,
Is jy bloot ’n uitgesnyde pampoenskilkop.

As jy nie die liefde het nie,
Is jy ’n geluid wat nog gebore moet word.

____

Pirow Bekker (2017). Voor ek my kom kry. Protea Boekhuis, 108 blz. R 180 (€ 11,50). ISBN 9781485306481. Info@proteaboekhuis.co.za

 

Esther de Beun, Hemeltranen

(door Hans Franse)

De Dordtse uitgeverij Liverse is op de Nederlandse poëziemarkt vergelijkbaar met de Leuvense uitgeverij P. Er zijn publicatiemogelijkheden voor debutanten, ook onbekende dichters zien hun gedichten gepubliceerd. Uitgeverij Liverse verdient een compliment daarvoor.

Voor mij ligt een in de Bordeauxreeks als nr. 52 uitgegeven bundel: Hemeltranen, waarmee de Dordtse Esther de Beun als dichter debuteert. Het boek is mooi uitgegeven: een kloeke harde kaft, een afbeelding van een wolk die tranen stort , een liefdespaar bij de zee. Het geeft de sfeer van de bundel weer.

Ik blader altijd allereerst globaal door de bundel om een eerste indruk ervan te krijgen, waarna ik grondiger lees. Het viel mij op, dat ik met poëzie te maken had die niet vanuit de taal, maar vanuit de emotie of de waarneming was ontstaan. Ik miste verrassende beeldspraken, ritmische en muzikale elementen, maar vooral de verwijzing naar de andere onderliggende werkelijkheid . De zoektocht naar die wereld maakt het lezen van poëzie zo spannend en aantrekkelijk: achter en onder grote poëzie schuilt een grote andere wereld.
Grondiger lezen bevestigde deze indruk. Het blijkt uit de drie gedichten, waarin een dichter voorkomt, bijvoorbeeld op p. 16.

HARTGEVOELENS

Gevoelens in mijn hart
begonnen als flarden
verloren hersenspinsels,
zonder lijn,
groeiden in mijn hoofd uit
tot geschreven woorden.

Ook het gedicht ‘Verslagen dichter’ vertelt iets meer over de strijd met het woord, evenals ‘Frutseldichter’ op p. 51, waaruit dit citaat:

Hij weet je te raken
met gevoelige woorden
soms een traan, dan een lach.
Soms bizar, zelfs knettergek.
Maar altijd vanuit zijn hart.

Het mooiste gedicht uit de bundel vind ik ‘Melodie in je hart’, waarin taal en gevoel lijken samen te komen. Het interessantste is de dialoog ‘Wat Dit’, waarin twee dichters van hun gedichten een duet maken.

Ik vind het jammer dat de bevattelijke liefdevolle waarnemingen over liefde, het samenzijn, een verwaarloosd monument, twee couveusekindjes, de kap van bomen in de Museumstraat , voortkomend uit een volstrekt integer gevoel, niet wat meer poëtisch uitgewerkt zijn. Het had de bundel rijker gemaakt. Het is interessant te volgen hoe Esther de Beun te zich als dichter verder zal ontwikkelen.

____

Esther de Beun (2018). Hemeltranen. Uitgeverij Liverse, 82 blz. € 19,95. ISBN 9789492519139

 

Jozef Deleu (red.), Het Liegend Konijn 2018/2

(door Hans Puper)

Het Liegend Konijn bevat dit keer veel direct toegankelijke gedichten. Negen dichters hebben nog geen bundel gepubliceerd: Jenny van den Berg, Roos van den Eerenbeemt, Emma van Hooff, Asha Karami, J.V. Neylen, Truus Roeygens, Tania Verhelst, Peter De Voecht en Meity Völke.

Het aardige van een verzameling nog ongebundelde gedichten is dat je soms een toevallige verwantschap ziet, zoals in deze aflevering de vraag wat poëzie betekent voor de verschillende protagonisten. Een ‘ik’ van Jo Govaerts denkt met weemoed terug aan een meisje uit zijn klas: ‘We lazen samen gedichten / en wogen elk woord / vroegen ons af wat ze betekenden / zoveel eeuwen later.’ Ze stelde de vraag of je dichter kunt zijn zonder gedichten te schrijven. De reactie van de huidige ‘ik’: ‘nooit ontmoette ik / een groter dichter dan / het meisje met de vragen zonder antwoord.’ De titel van het gedicht van Marije Langelaar kennen we van Campert: ‘Iemand stelt een vraag’. Ze begint met een antwoord: ‘Ik kan eigenlijk niet dichten / Ik weet niet hoe dat moet / Ik weet elke keer niet hoe dat moet, / (…)’. Van Ivo van Strijtem heeft Deleu een mooie reeks van drie gedichten opgenomen: ‘Bedenkingen over poëzie en zo meer.’ Prachtige regels staan daarin. Ik citeer drie disticha uit gedicht 2: ‘Toen ik nog heel jong was wenste ik / dat een gedicht zou lijken op een striptease // van vul zelf maar in maar neem een vrouw / waarvan je houdt geen ster geen vluchtig oponthoud // en als een gedicht dat niet meer kan of wil / of doet dan zou ik wel kunnen huilen.’ In een volgend gedicht van hem zitten wel duizend dichters in een wachtkamer, ze doen een dutje of bladeren ‘in glossy’s van al maanden oud.’ Op het meisje van de poëzie dat ‘haar voedsel zoekt in alle straten / en daar bemind wordt en bekoort’ zitten zij ‘al te binnenskamers’ te wachten. Meity Völke geeft een mooi ironisch portret van zo’n levende dode dichter. Hij ziet zijn positie in, maar is niet bij machte daar iets aan te veranderen.

Een dode dichter

Er werden altijd woorden opgetekend
met knokkels kloppend op de tafelpoot,
zo vijfvoets met mijn hand de daden wrekend,
die waar ik woordeloos tekort in schoot.

Met velen waren zij – hoe ik verloor,
(mijn ogen zagen kalm de dingen gaan).
Ik zwaaide, zweeg en schreef maar door
en steeds had een gemis mijn kleedsel aan.

O, beste lezer doe mij één plezier
en ga naar buiten, snuif de regen op.
Gebeurt het érgens, dan toch nú en híer;

geen pen of woord of zin biedt hartenklop.
Het zijn de daden waar u van kunt leven.
Ik leefde niet. Ik heb alleen geschreven.

Er zijn meer van die mooie lijntjes in Het Liegend Konijn 2018 / 2. Ontdek ze zelf.
____

Het Liegend Konijn 2018/2. Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie (2018). Onder redactie van Jozef Deleu. Polis, 245 blz. € 20,00. ISBN 9789463103381

 

Marc van der Holst, Dembrandt

(door Lennert Ras)

Ik wist zeker dat de bundel Rembrandt heette. Te zien aan het zelfportret van de meester op de voorflap. Ik dacht dat het anekdotes over Rembrandt waren. Toen ik de bundel ging lezen, bleek dat niet het geval te zijn. Die rare oogjes, die op de voorflap op Rembrandts ogen zijn geplakt, hadden me toch aan het denken moeten zetten. Toen ik de bundel al voor een derde gelezen had, kwam ik erachter dat de titel niet Rembrandt is, maar Dembrandt. Je wordt op het verkeerde been gezet.

De teksten zijn wrang, soms staccato-achtig in telegramstijl. Er is slechts één stukje dat aan Rembrandt refereert. Ik zeg stukje, want het zijn eerder stukjes dan gedichten (alhoewel in de verantwoording staat dat stukjes in het gedeelte over Drenthe gebaseerd zijn op gedichten van Hitomaro en Basho – maar je kunt je afvragen, of je de verantwoording wel serieus moet nemen). Er zijn ready-mades tussen. De stukjes zijn vaak vervreemdend en geven je een raar gevoel in de maag.

Jackson (de musicus?) komt vaak voor en laat een typiste op een megazware typemachine zijn stukje schrijven. Is Jackson een alter ego van Marc van der Holst? Seks (fantasie) en porno komen voorbij, maar ook moderne muziek en zelfs de klassieke oudheid. Ook de psychiatrie wordt aangestipt. Zo wordt er gesproken over oxazepam (een medicijn om rustig van te worden), komt er een lijstje voorbij dat doet denken aan de lijstjes van de psycholoog en wordt zelfmoord aangestipt (bijvoorbeeld door een tosti-ijzer in een bad te laten vallen, p. 87). Gezien het vervreemdende en wrange van de bundel, vraag je je af of de auteur misschien met de psychiatrie in aanraking is geweest.

De schrijver schrijft over Drenthe (er is een stukje dat ‘Gezicht op Drenthe’ heet en vooral bestaat uit de woorden wolk en lucht (p. 36/37) en alcoholisme. Zo is er een zomerliefde, die vooral uit samen zuipen en in het ziekenhuis belanden bestaat).

Nogmaals, de teksten zijn wrang en Dembrandt is vervreemdend door de alcohol die een rol speelt. De stukjes zijn tot de verbeelding sprekend. Het is zeker geen dertien-in-een-dozijnbundel. De bundel zet aan het denken over de zin van het leven (bijvoorbeeld in het stukje ‘De grote denker’ op p. 104) en maakt ook een beetje moedeloos. Het leven is hard. De bundel is echter geen bittere pil. De stukjes zijn vlot en doortastend geschreven. Geen doorsneestukjes dus, en zeker de moeite van het lezen waard.
___

Marc van der Holst, Dembrandt (2018). Uitgeverij Atlas Contact, 136 blz. € 14,95. ISBN 9789025452063

Geplaatst in Recensies.