Delphine Lecompte – The best of

Nostalgisch worden is minder gênant dan stikken in je eigen braaksel

door Ernst Jan Peters

Delphine Lecompte draagt gedichten voor tijdens de Nacht van de Poëzie in Utrecht, het is september 2018. Zij heeft een twinkel in haar ogen: “Ik schrijf het liefst kwade overdadige gedichten, dan word ik gelezen” is een regel uit de ‘Geen succes blues’ waarmee ze begint. Regelmatig wordt er gelachen in de achthoekige zaal. De staccato voorgedragen reeks mededelingen met soms absurde tegenstellingen roepen dat op: ‘Ik drink het liefst witte wijn, dan word ik nostalgisch / En nostalgisch worden is minder gênant dan stikken in je eigen braaksel.’ Alsof dat de enige twee opties zijn…

De gedichten van alle zeven bundels van Delphine Lecompte zijn de basis voor een bloemlezing van de beste daaruit: The Best Of Delphine Lecompte samengesteld door de dichter zelf. Vanaf haar debuut in 2009 heeft ze succes met haar dichtwerk. Voor De dieren in mij ontving zij de C. Buddingh’-prijs. Haar gedichten zijn volgens de jury ‘sterk melodisch en ritmisch opgebouwd en men wil ze vertolken, niet omdat ze zich steeds opnieuw poëtisch openen, maar om greep te krijgen op al het bizarre dat zich ontrolt.’  Ze ontvangt voor de bundel in 2011 de Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen. En Gerrit Komrij neemt drie gedichten op in De 21ste eeuw in 185 gedichten; Komrij’s nabrander na de twee succesbloemlezingen uit 1979 en 2004. Na twee bundels te hebben uitgegeven bij De Contrabas verschijnen de vijf andere bundels van Lecompte bij De Bezige Bij.

Waarom deze ‘greatest hits’ er moest komen, staat niet vermeld in de inleiding van de dichter zelf. In het stuk, getiteld ‘Niemand kan mij van soberheid beschuldigen’ gaat het er vooral over hoe zij is gekomen tot het schrijven en dat zij daar boven alles mee door wil blijven gaan. In de eerste alinea vertelt ze iets over haar visie op dichten. Haar poëtica is een anti-poëtica: ‘Ik heb wel eens beweerd dat mijn poëtica een kapotte boiler is, maar de waarheid is natuurlijk dat ik geen poëtica heb. Ik vind dichters met een stramme rigide dogmatische poëtica een beetje verdacht, of toch alleszins antipathiek.’

Dat alsmaar door willen gaan met het schrijven met gedichten is niet zomaar omdat ze het leuk vindt, maar omdat het haar overeind houdt. Zoals zij vertelde aan Marten Janse in Meander (december 2018): “’t Is dankzij mijn dichterschap dat ik ontkomen ben aan het gekwelde, afgewezen kind. Ik zit niet meer constant te hunkeren. Mijn vader heb ik volledig los kunnen laten dankzij de poëzie.”

Het schrijven van poëzie om de verschrikkingen van de wereld te bezweren. Hoe gaat dat in zijn werk? Dat is meer een vraag voor psychologen. Hoe zien wij de resultaten van dat bezweringsproces? Die vraag komt dichterbij het werk van de verzenvorsers. In de eerste bundels komen we nog wel eens een wat korter gedicht tegen maar Lecompte vindt steeds meer haar vorm in lange gedichten bestaande uit vier, vaker vijf strofen die weer vijf of zes regels hebben. Geen eindrijm, spaarzame alliteraties. De kracht zit in de anekdotische beschrijvingen. Opsommingen van gebeurtenissen, als in een kinderopstel. Maar lang niet zo lieflijk. In veel gedichten komen beschadigingen voor: intimidaties, seksuele onderdrukking, onverbloemd geweld en een negatief zelfbeeld.

  • In ‘Ademloos’: ‘terwijl je kinderen of die van een ander / verdrinken in een bad van ballen / of simpelweg worden meegelokt.’
  • In ‘Daar gaat mijn vriend’: ‘het is belangrijk dat meisjes worden gestraft’. Hoe? ‘dus wordt ze omver gereden door een vrachtwagen’
  • In ‘Er loopt iets mis’: ‘Wanneer hij ‘goudvis’ zegt / Denk ik aan de verkrachting van mijn nicht’
  • In ‘Geen succes blues’: ‘Ik blijf het liefst in Brugge, bij mijn pooier en mijn honden’.
  • In ‘Ik wil dat mijn moeder geneest in mijn gedichten’: ‘Zodat ik opnieuw haar wrakkige sukkelachtige dochter kan zijn.’

In dat laatste gedicht zie je hoe het werkt in de gedichten van Lecompte. Er worden waarnemingen opgesomd waarbij alles los lijkt te staan van de ‘ik’:

(…)
Er komt een vrouw binnen
Zonder dier is ze hier om de dierenarts te pijpen
Ze vraagt wat ik hier kom doen
Ik zeg dat ik wacht tot Fred is bekomen van zijn narcose.
(…)

Kortom: de ‘ik’ zit ook zonder dier in de wachtkamer van de dierenarts en als zij wordt binnen geroepen eindigt het gedicht met de regel ‘Zonder kooi moet ik hem wel bevredigen.’ Er is geen sprake van getoonde emoties in het gedicht. Zoekt de ‘ik’ dit op of wordt ze ertoe gedwongen? Ervaart ze de seksuele actie als prettig of juist als bedreigend? Geen spoor van gevoel te vinden. Wel ligt er altijd een grap op de loer. De dierenarts kleedt zich uit ‘en niest op een reclameposter van antibiotica voor Siamese katten’.

Als je ervan uitgaat dat de ‘ik’ in de 110 gedichten van de verzamelbundel toch steeds dezelfde ‘ik’ is, heb je het idee in een bizarre, absurdistische soap te zijn beland. De ‘ik’, soms wel Delphine genoemd, maakt van alles mee, al dan niet vergezeld door personages in belangrijke bijrollen. De vaste bijrollen zijn voor de moeder, de vader en de ‘oude kruisboogschutter’. Maar er komen er nog veel meer langs: gekwelde touwslagers, pedofiele tuinmannen, Madrileense tapijtenwevers en formidabele zadelmakers.

Ook daar vraagt Marten Janse naar in zijn Meanderinterview. Kan Delphine Lecompte iets meer vertellen over die personages? Lecompte: “Ja, ze zijn gebaseerd op mensen, meestal toch, en komen terug in verschillende gedichten. Ik ben ook echt gehecht aan sommigen. Ze bevolken de wereld van mijn poëzie en daarin weet ik ze ook op de juiste afstand te houden, soms dichterbij, soms verder weg, maar ik heb daarin de regie. Ook al zijn de namen soms grotesk, ik heb niet bedoeld er een ‘gimmick’ van te maken.” Lecompte heeft zich voorgenomen om in de nieuwe bundel waaraan ze werkt zich minder te verstoppen: “De gedichten zijn eerlijker, rauwer.”  Rauwer, kan dat nog? Ik ben benieuwd!

Lecompte ziet bij zichzelf een ontwikkeling. Dat blijkt ook uit het feit dat bijna 60% van de gedichten in deze verzamelbloemlezing afkomstig zijn uit de drie laatste bundels: 20 gedichten uit de vijfde, 21 gedichten uit de zesde en 22 gedichten uit de zevende bundel. Als dat geen duidelijke trend is…

Als rode draad in de gedichten zien we het ‘kind zijn’ op verschillende manieren terugkomen, maar toch het meest pregnant in het gedicht uit de bundel De baldadige walvis uit 2014.

ZO WORD JE EEN KIND

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Hol naar het dichtstbijzijnde bos
En laat je adopteren door wolven
Ook al kun je ‘INSECT’ al spellen, en op de valreep ‘NEILPAARD’
Het is beter laat dan nooit, en je bent nog maar zeven.

Wolven zijn altijd happig om kinderen aan te nemen
Zolang de kinderen niet te veel noten op hun zang hebben
En bereid zijn de waarschuwingsfabels van hun ouders achter te laten
En hun twistzieke zussen, en hun aanstellerige namen, en hun brevetten
En de domme dashond, en de pedofiele tuinman, en het vlindernet, en de waterput.

Nu ben je een kind geworden dat een wolvenfamilie kan verzinnen
Het hoeft niet te stoppen in het bos, je moet je niet beperken tot wolven
Je kunt ook naar de zee en onder de hoede van de onstuimige Neptunus
Slierten kweken, zeepaardjes berijden en baarzen belazeren
Of naar de steppe om je te laten koesteren door korzelige kamelen.

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:
Ga naar het hoenderhok, strooi granen in het rond
En laat de zorgeloze kippen je toekomst voorspellen
Ze komen uit hun hok en ze zijn gulzig
Dat kan maar 1 ding betekenen: het wordt een verrukkelijk leven!

The Best Of Delphine Lecompte  van Delphine Lecompte brengt haar 110 beste gedichten uit zeven verschenen dichtbundels. Het is een verzamelbloemlezing met een steeds vormvastere soap over de harde absurditeiten van het leven. Onleesbaar verdrietig als er niet een onderhuidse humor in zat die voldoende afstand geeft om het draaglijk te houden:

(…)
Je bent bang dat ik bang blijf
Ik vrees dat je gelijk krijgt.
(…)

(Uit ‘Ik ben bang en het wordt geen gedicht’ uit de bundel Blinde gedichten (2012))

____

Delphine Lecompte (2018). The Best Of Delphine Lecompte. De Bezige Bij, 128 blz. € 19,99. ISBN: 9789403137209

Geplaatst in Recensies.