Bart Plouvier – Over de dingen

Struikelen over de dingen

door Peter Vermaat


Volgens de achterzijde van de bundel Over de dingen telt het oeuvre van Bart Plouvier “zowat 25 veel bejubelde romans, kortverhalenbundels, reisimpressies, kinderboeken, poëzie en theater”. Voordat ik deze (zijn tiende) poëziebundel onder ogen kreeg, had ik nog nooit van Plouvier gehoord en gezien de inhoud hoef ik dat mezelf niet kwalijk te nemen.

Wat wil de dichter toch? Volgens (wederom) de achterzijde van de bundel is Plouviers poëzie “een grote zoektocht naar de ideale relatie tussen inhoud en vorm: hoe zet de dichter wat hij zeggen wil op papier?” Van die zoektocht is in de gedichten weinig te merken. De structuur van de verzen vloeit nergens voort uit de inhoud en niet zelden gaat een breed opgezet gedicht als een nachtkaars uit:

De boottocht

Wij liggen op de bodem van een sloep
en benoemden de maan tot kapitein;
niet zonder moeite drinken wij witte wijn,
de laatste roerdomp toetert diep zijn roep.

De sterren staan als een miljard matrozen
rond hun maan en reven op bevel ons zeil
dan drijven dampend bergen voorbij terwijl,
recht in allerijl, wij schaduw moeten hozen.

Het is goed dan, ik leg mijn hand op je buik
die nog nagloeit als ’s ochtends een waterkruik
vouw mijn vingers rond je borst, je stotterhart
dat morseseinen met opwinding verwart.

Schoon lief, waar brengen ons de maan en de stroom;
naar de vaste wal of in een slome droom?


[p. 5]

Technisch bezien bevat deze tekst diverse uitnodigingen tot schaafwerk, zowel inhoudelijk (een sloep is een roeiboot en heeft geen zeil; waarom staat er ‘de maan’ in r. 2 en niet ‘de stroom’, aangezien die de koers van het vaartuig bepaalt, wanneer je zelf niet roeit) als qua vorm (waarom ‘benoemden’, waar ‘benoemen’ veel logischer is: het gehele gedicht staat in de tegenwoordige tijd). Er vinden merkwaardige sprongen in perspectief plaats, zoals in r. 11, waar eerst vingers rond een borst worden gevouwen, die gezien ‘je stotterhart’ opeens blijkbaar een borstkas geworden is, terwijl het tevens te verwachten is dat niet dat hart morseseinen met opwinding verwart, maar dat juist de ik-persoon dat doet. Het onregelmatig kloppen van het hart wordt immers door de om de borst gevouwen vingers geregistreerd. Na deze opeenvolgende struikelingen in beeldspraak volgt in r. 13-14 bepaald geen apotheose en komt uit het niets een ‘vaste wal’ (een cliché!) plotseling het beeld in gezeild. Ten slotte is er de kwestie van originaliteit: wie ‘De boottocht’ leest, kan dat niet zonder aan Achterberg (Afvaart) en Nijhoff (Het tuinfeest) te denken, die het er bovendien met hetzelfde thema zoveel beter vanaf brengen.

Plouvier laat zich in deze bundel kennen als iemand die juist niet zijn inhoud in een vorm dwingt of een vorm rondom zijn inhoud smeedt. Stuk voor stuk vormen de gedichten mijmeringen, herinneringen met overwegingen. Door rijm- en vormdwang worden ze nogal eens potsierlijk:

Over liefde, seks en erotiek VI – de sirene

Ik lig zo graag naast mijn schoon lief, ook
als ze gekke dingen droomt en slaapt
en tandenknarsend, brommend naar mij slaat
– wijl ruikt ze naar witte wijn en wierook.

Dan zingt ze mij als een sirene naar zich toe,
– aria’s, zij ’t verhaal en ik de clou –
tot wij samenklinken, ons verzamelen,
nagaan of onze herinneringen

nog naast de werkelijkheid kunnen liggen;
van emoties dwaas, gaan we stamelen.
We zakken diep weg, in dekens, in elkaar;

we zweven op de toppen van ons zwijgen,
en d’onbeweeglijkheid is onaantastbaar.
Ook zo kunnen wij de dingen overstijgen.


[p. 28]

De bundel bestaat niet uit enkel sonnetten; in de meeste is rijm aanwezig, maar zelden functioneel. Het merendeel gaat over de relatie met het ‘schoon lief’, het ouder worden of een combinatie van beide. Een enkele keer is er sprake van een poging tot humor:

Vier dagen in Cadzand

[…]

Veel wel honderd honden op het strand van Cadzand
ik pleit er al langer voor honden enkel op
advies van de psycholoog of op doktersvoorschrift
ze likken graag elkaars konten en dan hun baas
en legen precies waar ik zitten wou hun blaas.

[…]

[p. 51]

Nog veel zeldzamer is een mooie regel of een stuk taal, waarnaar je uit nieuwsgierigheid terugkeert. Er staat vrijwel altijd wat er staat, niets intrigeert, niets geeft de lezer meer dan de letterlijke betekenis. Dit is geen dichter die schrijft over de dingen, maar veeleer een die over de dingen struikelt, tot na de hink-stap-wankel-hoeplala de bundel uit is.

Andere lezers zullen die keer op keer tentoongespreide onbeholpenheid misschien charmant of ontwapenend vinden.

Deze lezer zeker niet.

____

Bart Plouvier (2019). Over de dingen. Uitgeverij Vrijdag, 56 blz. Prijs: € 17,50. ISBN 978460017261

Geplaatst in Recensies.