De favorieten van Inge Boulonois

afbeelding Pixabay

 

In deze nieuwe serie Favorieten van Meandermedewerkers beginnen we met de drie lievelingsgedichten van Inge Boulonois.

 

Koorddansen

Altijd op zoek naar een navelstreng
nu de eerste niet langer bestaat,
balanceer ik op de ragdunne draad
van blik tot blik, tot het ogenblik
dat ik opnieuw jij
en jij ik.

Een keten weer opeens
hangen we boven het land.
Geen afstand meer. In dit verband
past het heelal met gemak
in één hand.

Ik snoep je lieve woordjes.
Je tovert zoentjes uit je zak.
Ik slik ze, pik ze, blik ze in
voor later.

Wanneer het strak gespannen snoer
halverwege de acrobatentoer
ombuigt tot valstrik,
val ik.

Hagar Peeters, uit: Koffers Zeelucht (De Bezige Bij, 2003)

 

 

Hersenpap

Ooit heeft het je voor het eerst overvallen
het lauwwarme licht van een oranje luifel

een vuistdikke knoop in de maagstreek
weeïge verweking van armen en benen
gevolgd door golvend geklots in het oor
een onvoorstelbaar huilerige leegloop
van drassige klonten zompige hersenpap

was het werkelijk een broeierige middag
laat in augustus toen je voort werd geduwd
in een veel te krappe kinderwagen gepropt
door een toch al niet spraakzame moeder

werd je inderdaad een fourniturenzaak
binnengereden waar drukkers en knopen
moesten besproken, gezocht, aangereikt
bekeken, gekeurd, te licht bevonden
te zwaar, donker, opvallend, teruggegeven
lijzig weer aangenomen en opgeborgen

heb je heus in dat slecht herinnerde jaar
als kind wel je moeder herkend
kon uit de kleur van die eerste zonwering
zomaar iets zo onuitsprekelijks ontstaan

of bestond het allang en had het
bij toeval zich onmiddellijk vastgezogen
waardoor later lege sportvelden in de regen
het vermoeden van geur in steunkousen
zich openbaarden als oranje verlamming?

Wiljan van den Akker, uit: Hersenpap (De Arbeiderspers, 2011)

 

Laatste opdracht

Je verliest me, mijn liefste, verliest me,
zoals een vrouw in de weer met de was
haar gouden ring verliest.
Je zult me zoeken in het schuim
van woorden, ogen en gezichten,
maar ik zal blinken ergens
op een vreemde plek.

Je verliest me, mijn liefste, verliest me,
zoals de jager de tere ree verliest,
als hij haar dode lichaam heeft.
Je zult me zoeken in het bos
van herinneringen en gebaren,
maar ik zal ergens kwijnen
in de dichte schaduw.

Je verliest me, mijn liefste, verliest me,
maar jij bent mijn land en mijn zee.
Ik zal je zoeken, ver, in vreemde landen,
omdat ik twee keer bannelinge ben.

je verliest me, mijn liefste, verliest me.

Maja Panajotova, uit: Sofia blijft een mysterie (Antwerpen, 1988)

Geplaatst in Gedichten.