Poëzie Hardop – Hans & Monique Hagen

Omgekeerd schelden

door Ernst Jan Peters




Soms is het fijn dat je geen abonnement hebt. Stel dat ik Het Parool zou lezen, dat zou al bizar zijn want ik woon niet in de buurt van Amsterdam, dan was ik heel vaak de columns tegengekomen van het echtpaar Hagen, Monique en Hans. Dat is leuk, want dan heb je tussen de binnenbranden en de Brexit ook even tijdloos leesvoer, maar dan heb je weer niet de sensatie van een boekje met de verzamelde columns. Hans en Monique schreven ‘35 columns met 95 gedichten van 65 dichters’ en dat is meteen de ondertitel van de bundel Poëzie Hardop.

Omdat ik van een oudere generatie ben, ken ik de titel nog van een vorige incarnatie. Poëzie Hardop was ooit een theaterproject, geïnitieerd door de dichter Huub Oosterhuis, waar acteurs gedragen het werk voordroegen van dichters als Gerrit Achterberg, Martinus Nijhoff, Ida Gerhardt en M. Vasalis. Vooral de naam van acteur Henk van Ulsen is verbonden aan dat project. Maar wanneer was dat? Eind jaren zeventig. Volgens mij schuilt de overeenkomst tussen toen en nu in de ambitie om mensen de schoonheid van poëzie te laten beleven en er zo steeds meer van te gaan houden.

Titels met ‘hardop’ zijn opeens erg populair. Bij Atlas Contact verscheen onlangs het boek HARDOP. Dat is: ‘een staalkaart van de spoken word-scene in Nederland’ waarin samensteller Babs Gons werk presenteert van achttien artiesten, dichters, die ieder op hun eigen manier de kunst bedrijven om ‘de woorden van het papier te halen en ze tot leven te brengen.’ Stille lezers maken moeilijke tijden door…

Ook voor de bundel van het echtpaar Hagen is het de bedoeling dat je de verhaaltjes met de gedichten hardop voorleest om zo de luisterende kinderen mee te nemen in de magie van poëzie. Hans en Monique schrijven voor kinderen, maar niet kinderachtig. Ze schrijven voor het kind in iedere volwassene. De columns lijken te zijn geschreven voor de hoogste klassen van de basisschool. Ze zijn compact geschreven en met veel humor. Hier en daar piepen er opmerkingen door die meer zijn gericht op leerkrachten, ouders of grootouders. Belerende verwijzingen over het maatschappelijk nut van lezen, met verwijzingen naar het grondige wetenschappelijke onderzoek erachter. Dat kun je zien als stoorzenders in het grote verhaal, maar het doel heiligt de middelen. Drie regels verder wordt het weer goedgemaakt door een gedicht te citeren dat duidelijk maakt waar het allemaal om gaat en dat op geen enkele manier braaf of belerend is. Zoals dat van Roos Rebergen:

Harde wereld

op school was de opdracht om je toekomstige beroep te tekenen
hoe ziet jouw leven er later uit?
de een was piloot, de ander was dierenarts, zanger
of gewoon zwanger en moeder van twaalf kinderen
jij had jezelf op een bankje voor een gezellig huisje getekend
met een zon die scheen
een schep die pauze had (of een schup zou jij zeggen)
een blikje drinken in je hand
een hond aan je voeten
en een radio die het deed
dat was fout
dat was geen beroep
je kreeg straf
terwijl jij een van de weinigen was
die dicht bij de werkelijkheid zat

Poëzie Hardop is nog het beste te vergelijken met Olijven moet je leren lezen van Ellen Deckwitz uit 2016. Dat is overigens ook een bundel columns maar dan uit nrc.next, waarbij Deckwitz zich duidelijk richt op een oudere doelgroep, de scholieren van de middelbare school. Deckwitz gaat iets serieuzer de thema’s en de vooroordelen rond poëzie te lijf. Het echtpaar Hagen wil meer laten zien wat er speelt, wat er gebeurt, hoe wonderlijk gedichten kunnen zijn.

Dat pakken ze in elk hoofdstukje heel associatief aan. Zoals het hoofdstuk ‘Gewoonheid’ dat begint met de opdracht om de ogen dicht te doen en te denken aan de zee. Iedereen heeft daar zijn of haar eigen gedachten bij. ‘De zee: het is maar één woord, maar iedereen heeft er zijn eigen verhaal bij. Zie je jezelf zeilen of zoek je naar schelpen?’ Vervolgens is er een gedicht van Hans Andreus over een schelp die niet graag kapot getrapt wil worden en gelukkig wordt meegenomen door een juffrouw uit de stad. De schelp belandt op een kastje en krijgt zelfs een tekst opgeschilderd: ‘Zeldzaam Mooie Zeeschelp, / Aan Zee Gevonden.’ De schelp is zeer dankbaar.

Hierna gaan Hans en Monique in op iets wat zij als fout ervaren in het gedicht. Waar ‘snelwandelaar’ staat, was voor het ritme het woord ‘wandelaar’ beter geweest. Zij behandelen daarmee spelenderwijs het technisch aspect van metrum en geven ook nog eens aan dat ze niet zomaar een gedicht mogen veranderen. Ze willen het de dichter wel voorleggen, maar die is al even overleden, dus dat kan niet meer. En het kan ook nog zo zijn, opperen zij, dat de dichter het gewoon expres heeft gedaan om extra aandacht te vestigen op dit stukje.

Vervolgens herhalen ze nog even de laatste twee regels van het gedicht waarin een ode wordt gebracht aan ‘gewoonheid’ dat door de juffrouw toch is opgemerkt vanwege haar ‘oog voor schoonheid’. Hé, maar daar heeft K. Schippers ook een gedicht over geschreven, schrijven Monique en Hans en dat citeren ze vervolgens.

Bij Loosdrecht

Als dit Ierland was,
zou ik beter kijken.

Dit associatieve stramien komt voor in alle hoofdstukjes. En ze putten uit het werk van verschillende dichters. Sommige namen zie je wel vaker terug bij poëzie die ook voor kinderen toegankelijk is: Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout, Bart Moeyaert en Willem Wilmink. Maar er staat eveneens werk van dichters die je niet zo snel verwacht: Slauerhoff en Vroman bijvoorbeeld, en ook Armando en Neeltje Maria Min. Meestal één gedicht per dichter, alleen van henzelf (alleen of als paar) komen er vijftien gedichten voor in de bundel.

Poëzie Hardop van Hans & Monique Hagen is een bundel van 35 speelse columns over gedichten met bijzondere illustraties van Maartje Kuiper. In elk plaatje worden met bescheiden middelen meer lagen getoond, getekende kleine gedichtjes. De columns zijn om voor te lezen aan kinderen en ze zo mee te nemen in de kracht van gedichten. Maar toch ook zeer geschikt voor de volwassen poëzieliefhebber die er graag aan wordt herinnerd waarom hij dat ook alweer was geworden. En in aanvulling op de columns is er ook nog een hoofdstuk ‘Doe het zelf’ met opdrachten om zelf aan de slag te gaan met het schrijven van gedichten. Zoals de laatste opdracht: ‘Wil je indruk maken op je geliefde? Bedenk hartveroverende woorden die in geen enkel woordenboek staan, lief en strelend-zacht. Het moet klinken als het omgekeerde van schelden.’

____

Hans & Monique Hagen (2019). Poëzie Hardop. 35 columns met 95 gedichten van 65 dichters. Querido, 128 blz. € 16,99. ISBN 9789045122885

Geplaatst in Recensies.