Moya De Feyter – Massastrandingen

De lezer als strandjutter

door Herbert Mouwen



Het achter elkaar lezen van de gedichten van Massastrandingen van Moya De Feyter kan je een bijzondere vorm van multitasken noemen: je leest verschillende typen teksten en tegelijkertijd moet je de verschillende tekstlijnen die er zijn of ontstaan in de gaten houden. In de veelheid aan gedichten zijn al lezende een aantal onderwerpen of thema’s vast te stellen die telkens terugkomen en aangevuld worden. Op deze wijze lezen is pure inspanning, het vereist inzet en concentratie van de lezer maar kan zonder meer leiden tot voldoening wanneer positieve leesresultaten zich aandienen. Wel constateer ik dat deze wijze van poëzie construeren niet leidt tot het beklijven van de teksten die de lezer tijdens het lezen zelf gemaakt heeft. Maar ook vluchtige poëzie is poëzie, momentane gedichten zijn ook gedichten. Ik gebruik het woord gedichten, maar of deze teksten gedichten zijn is discutabel. Veel teksten zijn losse zinnen, fragmenten, flarden van teksten, verwoorde emoties die nog deel moeten gaan uitmaken van een gedicht, in ieder geval geplaatst moeten worden in een groter geheel. De bundel Massastrandingen bevat het materiaal van de dichter die wat mij betreft bij een aantal teksten nog aan de slag moet om er gedichten van te maken.

Het werk van Moya De Feyter wordt nu al in de kritiek in de traditie van de poëzie van Paul van Ostaijen geplaatst, maar dat vind ik niet terecht. Deze laatste heeft het spel van het dichten bij de publicatie ervan al gespeeld, zowel muzikaal-ritmisch als beeldend. Hij presenteert geen onaffe teksten, maar eindproducten die qua vorm en inhoud en de relatie daartussen verder ontwikkeld zijn dan de teksten van De Feyter. Deze hechte koppeling van inhoud en vorm – bij Van Ostaijen aangeduid als ideoplastiek – is bij De Feyter afwezig of in ieder geval nog niet of nauwelijks ontwikkeld. Dat ze geïnspireerd is door Van Ostaijen staat buiten kijf.

Het ontdekken van de verschillende inhoudelijke lijnen is uitdagend en geeft de lezer ook veel vrijheid om naar die dichtlijnen te zoeken. De hoeveelheid materiaal in de bundel is zo groot, dat de lezer niet zal proberen al het beschikbare materiaal van de bundel te plaatsen onder de door hem gevonden thema’s. Hij zal een overschot aan tekstfragmenten die niet te plaatsen zijn accepteren, waarmee zijn werk als lezer nooit af is. Zo zijn er gedichten over een sinaasappelboom die bloedt, een vrouw en een ik-figuur. Het gedicht opent als volgt:

ik sta op straat en ik kan niet verder
er hangt een dode pop in de sinaasappelboom
ik vraag een vrouw of ze bij mij wil blijven
de stam van de sinaasappelboom bloedt uit zijn schors

Er ontstaat in de bundel een interessante lijn van sinaasappelboomgedichten waarin eigenschappen van de mens met die van de sinaasappelboom worden vergeleken. Naast dit thema is er een reeks liefdevolle gedichten rondom de grootmoeder van de ik-figuur. Ook hier is het bloed een belangrijk motief, naast het thema van de verloren tijd en de dood. De reactie van de grootmoeder op de vondst van haar vriendin is opmerkelijk.

ik lak mijn grootmoeders nagels roze
het is van een trouwfeest geleden dat haar nagels werden gelakt

haar beste vriendin werd vorige week dood in bad gevonden

het kan erger, zegt ze
ze was tenminste schoon

mijn grootmoeder bloedt uit haar neus
ze leest een tijdschrift zoals ik een boek lees
ze begint bij het begin, leest zin na zin naar het einde
soms vult ze een kruiswoordraadsel in

Ook is er de anekdotische themalijn over het huis, waar een zoon woont die over walvissen leest en een dochter ‘die van de maan houdt zoals ze nog nooit van een mens gehouden heeft’. De aanwezige moeder die op dagen dat ze weinig spreekt ‘met een teveel aan speeksel in haar mond’ zit, krijgt dat maar niet doorgeslikt. De tekst is in een cursieve schrijfletter op een grijze achtergrond afgedrukt, waardoor deze moeilijk leesbaar is. De gehele bundel heeft vegen en vlekken op de pagina’s wat de indruk geeft dat we hier te maken hebben met een stapel vervuilde stukken papier. De keuze voor deze vormgeving heeft ongetwijfeld te maken met de ‘zanderige’ titel Massastrandingen van de bundel. De vele teksten die op allerlei wijzen verspreid zijn over de bladspiegel in verschillende lettertypes en met een variëteit aan al dan niet vetgedrukte zwart- en grijstinten roepen bij mij het beeld op van de lezer als strandjutter, die heel wat teksten die zijn aangespoeld op te rapen heeft.

Uit de ‘Aantekeningen’ achterin de bundel blijkt dat Moya De Feyter zich uitgebreid met onderwerpen als walvissen, dolfijnen en andere zeezoogdieren heeft beziggehouden. Het leven in de oceaan fascineert haar blijkbaar mateloos. Massastrandingen past zeker in de actuele klimaatdiscussie en de zorg van de mens voor de natuur en een schoon milieu. Beide betekenissen van strandingen in zowel die van aanspoelen, landen op de kust als in de meer figuurlijke van mislukken, zijn van toepassing in deze bundel.

Het is interessant om al lezende voortdurend te zoeken naar nieuwe verbindingen tussen de fragmentarische teksten of om thema’s te herkennen. Dan is terugbladeren noodzakelijk om die verbindingen daadwerkelijk te maken. De bundel heeft iets van een (ouderwets) spoorboekje waarin je op zoek bent naar de lijnen van verschillende trajecten met de tussenstops en overstapmomenten. Soms bekruipt me het gevoel dat de lezer het allemaal zelf mag uitzoeken. De dichter heeft een doos met flarden tekst omgekieperd en de lezer moet zijn eigen puzzel leggen.

ik weet dat de oceaan eigenlijk zwart is
net als mijn ingewanden, net als mijn pogingen

————————————–dans door de wonde
————————————–sla wild om je heen
————————————–adem stiekem
————————————–als niemand het kan horen

weet jij hoelang een dode walvis blijft bloeden

Ik ben benieuwd hoe de volgende bundel – of is project een beter woord? – van De Feyter eruit gaat zien, hoe ze dan haar leesmateriaal aan de lezer presenteert. Wat mij betreft kan je in deze vorm geen volgende bundel presenteren. Associëren, betekenissen ontdekken, je eigen referentiekader inzetten bij het interpreteren van een tekst, het taalspel herkennen, het kan allemaal bijdragen aan een vrije, vruchtbare leesstrategie die het persoonlijk leesgenot verhoogt. Het lezen van Massastrandingen is daarentegen op veel momenten een vorm van vrijblijvend goochelen en dan maar kijken wat het oplevert. Dat is jammer.

____

Moya De Feyter (2019). Massastrandingen. Uitgeverij Vrijdag, 112 blz. € 19,95. ISBN 9789460017865

Geplaatst in Recensies.