Poëzielessen in het onderwijs; nut en noodzaak

door Wouter van Heiningen

 

Inleiding
Wanneer ik vroeger aan mijn oma vroeg of ze een gedicht wist dat ze mooi vond begon ze uit zichzelf een gedicht voor te dragen. Uit het hoofd in het juiste ritme en zonder fouten. Het was een gedicht uit haar jeugd dat ze op school had moeten leren. Na de voordracht straalde ze helemaal en ik stond erbij met open mond. Zelfs op heel hoge leeftijd had dit gedicht (en het was niet het enige gedicht dat ze uit haar hoofd kon declameren) zich vastgezet in haar geheugen en kon ze het op elk gewenst moment tevoorschijn toveren.
Ook mijn moeder leerde gedichten uit haar hoofd op school, zowel op de lagere school als op het voortgezet onderwijs. Dat hoorde vanzelfsprekend bij de lessen Nederlands zegt ze hierover desgevraagd. Hoe komt het dan dat ik me helemaal niet kan herinneren dat ik ooit enig gedicht heb geleerd op school. Op de lagere school noch op het voortgezet onderwijs, zelfs op mijn opleiding tot bibliothecaris was er geen aandacht voor poëzie.
Ik las pas in de bundel Van de morgen tot morgen, een bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs uit 1964. In die jaren werden er bundels gepubliceerd speciaal voor het onderwijs met moderne poëzie voor in de klas. Mijn schooljaren beginnen eind jaren ’60 en waarschijnlijk was toen de onderwijsvernieuwing al zover doorgevoerd dat poëzie in deze vorm tijdens de lessen al was gesneuveld.

Symposia over poëzie in de klas
Ik schrijf hierover omdat ik opmerkzaam werd gemaakt door Kila van der Starre, op een symposium over poëzievoordracht in de klas ‘Uitgesproken poëzie’ op 5 november in Utrecht. Na een geslaagd eerste symposium over poëzie in de klas in 2018 met als thema ‘Als je goed om je heen kijkt..’ nu dus een vervolg. Werd in 2018 onderzocht op welke manieren poëzie tot ons komt buiten het boek (op gebouwen, muren, via televisie en radio, op poëziepodia en via social media) en ingezet zou kunnen worden in het voortgezet onderwijs, in november heeft het symposium  de voordracht, de kunst van het memoriseren en declameren als onderwerp.

Pleidooi voor poëzieles
Schrijver, dichter en poëziedocent Heidi Koren beschrijft in haar artikel ‘Pleidooi voor poëzieles’ over poëzie in de klas. Zij maakt in dit artikel een tweedeling: aan de ene kant zijn er de lessen in poëzie, waarin geleerd wordt wat poëzie is en hoe een gedicht in elkaar zit. Aan de andere kant is er de les over dichten, hoe je een gedicht schrijft. Volgens Heidi is vooral in het laatste onderdeel nog veel te winnen. Ze verwijst in haar artikel ook naar een masterstudie van Nina Wassink uit 2014 met de titel ‘Poëzie en Taal in het basisonderwijs’. Uit haar onderzoek komt naar voren dat leerkrachten in het basisonderwijs het belangrijk vinden dat kinderen op school in contact worden gebracht met poëzie. Een meerderheid is geïnteresseerd in een doorlopende leerlijn voor poëzie in het basisonderwijs. Een andere conclusie is dat deskundigen vinden dat er te weinig aandacht voor poëzie is binnen het basisonderwijs.
Heidi eindigt haar artikel met haar conclusie: Poëzieles is daarmee per definitie meer dan taalles. Poëzieles is les in waarnemen, in respect hebben, in de tijd nemen, in associëren, in inleven, in reflecteren, in nadenken, in je mening bijstellen, in je grenzen verleggen, in jezelf leren kennen, in emotie accepteren, in verbanden leggen, in onder woorden brengen en in presenteren. Poëzieles dient dus te worden gegeven door iemand die het aandurft voor dit alles ruimte maken. Poëzieles dient dus niet sporadisch te worden ingezet als extraatje, maar geïntegreerd te worden in het gehele basisonderwijs. Het is basis-onderwijs.
Poëzie in de klas; feiten, beelden en verbeelding komen samen en bevorderen de fantasie, het taalgevoel en taalgebruik van de leerlingen. Poëzie stimuleert de creativiteit maar ook het probleemoplossend denken, het kritisch denken en communiceren. Het breidt je woordenschat uit en versterkt je taalgevoel.

 

afbeelding Pixabay

 

Woorden temmen
Wanneer je als docent of leerkracht poëzie in de klas serieus wilt nemen maar misschien niet goed weet waar te beginnen, dan is er een boek dat je hierbij kan helpen. In 2018 publiceerden Kila van der Starre en Babette Zijlstra onder hun dichtersduonamen Kila & Babsie het boek ‘Woorden temmen’.  Op mijn website schreef ik in 2018: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. Als je de jeugd bekend wilt maken met poëzie op een speelse, verrassende, intelligente en moderne manier dan hoef je alleen maar de voorbeelden uit dit boek te volgen. Dit laatste geldt dan vooral voor docenten in het voortgezet onderwijs maar de voorbeelden en instrumenten die gegeven worden in dit boek kunnen net zo goed van pas komen in het basisonderwijs.

Conclusie
Toen ik een aantal jaar geleden in Hongarije was werd ik plezierig verrast door leerlingen van 14, 15 jaar die uit het hoofd gedichten van de grote Hongaarse dichters konden declameren. Dat was onderdeel van het curriculum op de scholen in Hongarije, zo wist mij men te vertellen. Hoe mooi zou het zijn als poëzie ook in Nederland op de kaart van het basis- en voortgezet onderwijs zou worden gezet. Maar laten we vooral niet wachten op de schoolleiding of de vakgroepen; begin gewoon! Gebruik het boek van Kila & Babsie, lees jezelf in, vraag rond en begin, beter laat dan nooit.

 

 

 

Geplaatst in Column.