Giorgio Bassani – Epitaaf

Verborgenheden en nostalgie

door Paul Roelofsen


De Italiaanse schrijver en dichter Giorgio Bassani (1916-2000) werd geboren in Bologna en groeide op in het Noord-Italiaanse Ferrara, de stad waarvan hij de chroniqueur zou worden; bijna al zijn werk is gerelateerd aan deze plaats. Hij was de zoon van welgestelde joodse ouders en onderging op traumatische wijze de rassenwetten, wel kon hij in 1939 nog net op tijd afstuderen aan de faculteit Letteren in Bologna. In 1940 publiceerde hij zijn eerste proza, een verhalenbundel, onder de schuilnaam Giacomo Marchi maar in 1943 werd hij niettemin opgepakt op verdenking van activiteiten tegen het fascisme.

Na de oorlog verschijnt zijn eerste dichtbundel en in de jaren daarop publiceert hij naast essays en poëzie, meerdere romans waaronder De tuin van de familie Finci-Contini waarmee hij wereldroem oogst. Bijzonder is ook dat hij Tommasi di Lampedusa ontdekt, in diens meesterwerk De Tijgerkat, schrijft hij het voorwoord. In 2000 sterft Bassani en wordt hij in zijn geliefde Ferrara begraven.

Epitaaf komt uit in 1974 en bevat gedichten uit de periode waarin hij zich heeft losgemaakt van vormvastheid; metrum en rijm laat hij varen. Een eerste gedichtje:

———————————————————————————NAAKT

————————————————————————–Nu en dan sinds ik
——————————————————————————mijn reukzin
———————————————————kwijt ben zeg ik bij mezelf om me te troosten
———————————————————————–blind zou ik haar niet zien

—————————————————————-Maar dan is daar mijn den mijn grote
———————————————————————————-blondine
————————————————————–en als ik naar haar kijk dan zie ik slechts
———————————————————————————-haar geur

Wat direct opvalt is dat de tekst van het gedicht is gecentreerd. Bassani doet dit in al zijn gedichten. Bij de beknopte ziet dat er wel sierlijk uit, bij de langere gedichten maakt het echter een onrustige indruk. Ik heb geen idee waarom hij deze typografische vorm consequent hanteert. Beginnende dichters experimenteren er dikwijls mee, maar wijzer geworden ontdekken de meesten dat deze visualisatie alleen iets toevoegt wanneer het een doel dient: een gedicht over een appel in de vorm van een appel bijvoorbeeld.

Van de romans van Bassani is bekend dat deze voortdurend refereren aan zijn jaren in het verzet tegen het fascisme. Over de personen in zijn boeken hangt boven een ogenschijnlijke luchtigheid altijd de zweem van onzekerheid over hun lot. In de kortere gedichten van Epitaaf is hier weinig van te merken, de meeste gaan over het ouder worden, verliefdheid, hofmakerij en zijn niet zelden geïnspireerd door zijn maîtresse Anne-Marie Stehlein (het hierboven aangehaalde ‘Naakt’ is er een van). Sommige ervan zou je wat oneerbiedig niemendalletjes kunnen noemen als je niet beter wist.

———————————————————————–FORO ITALICO JUNI ‘72

—————————————————————————–Moet je jou zien
———————————————————————————–hou op
—————————————————————helemaal achterover te leunen op die
———————————————————————————plastic stoel
————————————————————-me slechts de punt van je neusje te tonen
——————————————————————————het opkijkende
——————————————————————————wit van je ogen

Pas wanneer men de ‘Aantekeningen’ in de bundel heeft geraadpleegd en weet dat ‘Foro Italico’ oorspronkelijk ‘Foro Mussolini’ heette krijgt het gedichtje haar lading.

De meer voldragen gedichten zijn, met name waar het de liefde, het familieleven en de vriendschap betreft, herderlijk en nostalgisch van aard en beslaan vaak meerdere bladzijden. Een stukje uit zo’n pagina’s lang gedicht:

——————————————————————————DE GROTEN

———————————————————————————–(…)

——————————————————-De zee zelf laat zich niet horen het is dus een van die
———————————————–schitterende dagen van volstrekte windstilte als bij de aanblik daar
———————————————————- –langs de einder lucht en water in elkaar opgaan
—————————————————————-zich met elkaar vermengen met de meest
—————————————————————–gemakkelijke en natuurlijke instemming
———————————————————-terwijl aan de oever haar stem tot degene die weer
———————————————————-gebogen boven de natte strandstrook ernaar luistert
———————————————–nog minder verstaanbaar weet te zijn dan een vertrouwelijk gefluister
——————————————————————–van vriend tot vriend van minnaar tot
————————————————————————————–beminde

————————————————————————————(…)

Met deze prozapoëzie avant la lettre toont Bassani dat hij behalve dichter een groot verteller is. De verzen geven een rijk beeld van de sfeer in het Ferrara van destijds en maken op mij meer indruk dan de voornoemde ‘niemendalletjes’.

Waar een gedicht aan moet voldoen is een zeer persoonlijke kwestie. Voor mij is de dichter niet gebonden aan regels als zijn of haar poëzie maar loopt. Voor de vertaler tellen meer voorwaarden, maar ook hier vind ik het stromen van een vertaling essentieel. Het gedicht dient een gedicht te blijven of het nu meer naar de letter dan wel naar de geest wordt vertaald. Strikt naar de letter is in dit geval bijkans onmogelijk, zeker als men ook nog het centreren wil handhaven. Jan van der Haar probeert het toch, vindt soms mooie oplossingen, maar kan niet voorkomen dat hier en daar kromme regels in zijn vertalingen staan. Niet onoverkomelijk, wel jammer.

De tweetalige bundel is voorzien van verhelderende aantekeningen en een leerzaam nawoord.

____

Giorgio Bassani (2019). Epitaaf. Vertaald en van een nawoord voorzien door Jan van der Haar. Uitgeverij Koppernik, 189 blz. € 22,50. ISBN 9789492313720

Geplaatst in Recensies.