Elly Stolwijk ‒ liefde de vluchtige holte

Het memoriseren van momenten

door Inge Bak



Elly Stolwijk (1957) is beeldend kunstenaar/dichter en studeerde in 1993 af aan de Gerrit Rietveld Academie aan de afdeling autonoom. Haar schrijven loopt parallel aan haar beeldend werk. In de jaren tachtig maakte ze deel uit van ‘De Nieuwe Wilden’, zij publiceerde in literaire tijdschriften en is een scheppende kracht in vele kunstprojecten ‒ alleen of samen met anderen. Denkelijk maakt dit dat haar dichtbundel liefde de vluchtige holte zich allerminst als een debuutbundel laat lezen. Het zichzelf durven openstellen om aan diepgaande ervaringen doordacht en doorleefd vorm te geven, getuigt van iemand die weet waar het om gaat in de poëzie en de kunst.

De bundel opent met een citaat van haar vriendin Maria Vermue,

‘…wat zou sterven anders zijn
dan ogen die naar binnen openvallen… ’

wier sterven voorkomt in het eerste gedicht ‘tijdruimte en elkaar tegenkomen / (in memoriam Maria Vermue, 1962­ – 2018)’. Het verlies is ingebed in een landschap van strand en zee, ziekmakende virussen gaan onzichtbaar op in onschuldig plankton en zo lijkt de te vroege dood naar een natuurlijk verloop toe geschreven: ‘alles waar men bang voor is gebeurt altijd, eens ga je te­ / niet. ook in zee kan het gevaarlijk zijn, hoewel je er soms niets / van ziet. diverse virussen met haarachtige draden vanbuiten / schepen in bij levende schepseltjes. met een gevoelig extra oog’.

Al bij aanvang wordt duidelijk dat relaties Stolwijk ernst zijn. Dat je niet lichtvaardig over het leven en een ieder die je daarin ontmoet heen mag stappen. Oppervlakkigheid is haar vreemd.

Het tweede deel gaat over haar doodgeboren dochter. In het gedicht ‘proloog’ wordt in cursief een tocht door de duinen naar zee beschreven. Op het eerste gezicht een wandeling van iemand die scherp observeert en daarbij gebruik maakt van al de zintuigen. Maar als later in ‘epiloog’ dezelfde cursieve regels terugkomen, alleen nu afgewisseld met regels in romein over wat er werkelijk door het hoofd van de wandelaarster speelt, krijgen de zinnen een heel andere lading:

epiloog

oud bietenblad en wat prinsessenboontjes
liggen verspreid op het smalle pad


zoveel moeders verliezen een kind
en dat van mij is al zo lang geleden

tuintjes zijn afgegraven, en liggen vierkant
in het zachte, ronde landschap


ter wereld gekomen in grote stilte
maakte ze van ons tableau vivant

de duindoorn die geen vruchten draagt
staat gemeen dicht langs het paadje


ze leek op niemand die ik kende
zij was het meisje van mijn dromen

voorbij de bocht staat een paardje
zomaar wild en los te zijn


zij werd sneller koud dan het zand
langs de kust na een dag in de zomer

ik aai het beestje dat zo verloren
en toch zo zelfverzekerd staat te grazen


nog streelde ik haar natte haartjes
behoedzaam betastend de fontanellen

ik laat het achter, het sjokkende, geurige
diertje en volg het spoor naar zee


‘s nachts liet ik haar achter
ik kan haar nog altijd ruiken, het kind

een kind speelt langs de vloedlijn
een meisje met lokken die golven

Een duindoorn die geen vruchten draagt of de aanraking van een zachte paardenvacht ‒ alles kan de herinnering aan een verloren kind tot leven roepen, ook nog zoveel jaren later. Met de natuur als decor en daar weloverwogen beelden uit halen lukt het de dichter om de lezer aan de hand te nemen langs haar gemis.

De delen ‘I we zagen een jager lopen’, ‘II haar ogen hadden gitten zullen zijn’, ‘III mantra van grafiet’, gaan over het overvallen worden door de dood. Over verder leven zonder hartsvriendin Maria, dochter Renée Sterre, moeder Wil en hoe met hun dood om te gaan. Er spreekt acceptatie uit, naast het inzichtelijk willen maken van hun/het sterven an sich. In ‘IV daidalos’ daarentegen (naar het verhaal van Ikaros uit de Griekse mythologie) wordt de dood opgezocht wanneer Daidalos zijn talentvolle neefje Talos uit jaloezie ombrengt en ook zijn eigen zoon tijdens een risicovolle ontsnappingsvlucht de dood injaagt. De toon van het middengedeelte verschilt enigszins van de andere delen waarin Stolwijk vanuit eigen ervaring schrijft. In ‘daidalos’ wordt er met iets meer afstand over een vader/zoon relatie geschreven. De andere delen zitten Stolwijk onder de huid en zijn daardoor sterker invoelbaar. Helemaal waar is dat niet. Want wanneer de dichter schrijft over de geboorte van Ikaros schemert haar doodgeboren dochter daarin door: ‘ikaros, ik noem je ikaros, / wat ben je klein en lief en stil, / met je amandeloogjes en anemonenmond. / je bent geboren in mijn nieuwe land, / en je handjes zijn zo zacht als de wind.’ Het nieuwe land van Ikaros was Kreta, maar je zou er een verwijzing in kunnen lezen naar de dochter die geboren werd in het dodenrijk. De keuze voor het woord ‘stil’ in de context van een pasgeboren baby legt eenzelfde verband. Handjes die vergeleken worden met de wind lijken door die woordkeuze te verwaaien.

De delen ‘V ledematen’ en ‘VI handa, heimbach’ gaan over de relatie tussen een man en een vrouw. In ‘ledematen’ wordt de liefde bezongen. Het bestaat uit zeven gedichten en volgt qua opbouw de passiecyclus Membra Jesu Nostri van de Deens-Duitse componist Dietrich Buxtehude: ‘en dat zij elkaars wreven warm zouden wrijven / om de vermoeidheid te verdrijven en het ongemak / van niet willen zwichten, noch vluchten’ (1. ad pedes). In ‘handa, heimbach’ is de vrouw verlaten terwijl naar haar idee de relatie nog niet klaar is. Dit is visueel gemaakt door in de sonnetten de laatste regels onaf te laten. Hier verweeft de dichter haar beeldend vermogen met de taal. Zoals in de laatste drie regels van sonnet 11:

als de paarden terugkomen van de groede
verlaten we deze stek. we struikelen ons een weg
naar de dijk om uitzicht

De bundel gaat over relaties en rouw. Maar doordat Elly Stolwijk zo sensitief weergeeft wat die relaties voor haar hebben betekend, leest haar poëzie als een pleidooi voor het leven. Op de achterflap staat ze afgebeeld met haar armen gespreid ‒ reikend naar de armen van het getekende figuurtje op het voorplat. Ze lijkt te zeggen: Geef je over aan het leven in het nu. Verbind je met anderen. Want alles wat je dierbaar is, kan je op elk moment ontglippen. Liefde is een vluchtige holte.

____

Elly Stolwijk (2020). liefde de vluchtige holte. In de Knipscheer, 128 blz. €19,50. ISBN 9789062657957

Geplaatst in Recensies.