Bravogeroep en enthousiast gefluit

Frank van Pamelen (Terneuzen, 1965) studeerde Taal- en Literatuurwetenschap en is van vele markten thuis. Hij schrijft gedichten, thrillers, kinderboeken, columns, theaterprogramma’s, musicals en teksten voor radio en teevee. Hij was stadsdichter van Tilburg, is cabaretier en lightversedichter. Met zijn luchtige debuut Het lijkt warempel sandelhout (Nijgh & Van Ditmar, 2003) brak hij meteen door. Al jaren behoort hij tot de fine fleur van de Nederlandse lightversedichters. Voor zijn gehele oeuvre op dit gebied ontving hij in 2005 de Kees Stipprijs.

Inge Boulonois interviewde hem.

foto Ruud Pos

 

Op internet las ik dat je tijdens je studie bent begonnen met het schrijven van plezierdichten. Had je daarvoor al interesse voor taal, affiniteit tot gedichten?
Voor taal wel, voor gedichten nauwelijks. Dat is echt begonnen tijdens mijn studie. Met versjes voor het faculteitsblad. En met een eigen dichtrubriek, waarin ik ook anderen aanspoorde om eens iets vormvasts te proberen.

Welke dichters inspireerden je?
In het begin vooral Drs. P, met wie ik in mijn studietijd correspondeerde.  Maar ook Simon Knepper destijds. Ivo de Wijs. Driek van Wissen. Cees Buddingh’.  Kees Stip. Lewis Carroll. En Pieter Nieuwint, mijn docent Engelse taalvaardigheid. En via hem Tom Lehrer en William Gilbert, van Gilbert & Sullivan. Extreem lenige taalgebruikers.

 

.                                                                                                                                                  Aan: de heer E. Presley
.                                                                                                                                          Maastricht, 28 januari 1961

Geachte heer E. Presley,

Op verzoek van mijn cliënte schrijf ik u dit schrijven, waarin ik vraag om uit haar buurt te blijven, want u staat als opdringerig te boek. Niet enkel komt u hitsig uit de hoek, maar als u structureel blijft overdrijven met al te suggestieve zwarte schijven, dan heeft u mooi een rechtszaak aan de broek. Als mijn cliënte eens een plaatje draait, heeft zij gewoonlijk weinig moeilijkheden met rock- ‘n-roll of dergelijke kitsch. Maar vragen of ze lonesome is tonight, dat is in strijd met alle goede zeden.

Hoogachtend,
Mr. M. (Max) Moszkowicz

Bovenstaand gedicht uit je bundel IKEA en andere verzen (Nijgh & Van Ditmar, 2008) vormt een rijmbrief. Je beheerst niet alleen de traditionele gebonden vormen, maar creëerde ook curiositeiten als cryptosonnet, rebusvers en zelfs een poëtisch schaakstuk. Het elftal of onzijn, een inventie van Drs. P in de jaren tachtig, kom ik veelvuldig in je werk tegen. De generaalpardondemocratie bevat uitsluitend onzijnen waarmee je de politieke actualiteit van 1999 tot 2004 becommentarieerde; die schreef je indertijd voor Trouw. Wat maakt dat je die vorm zo vaak praktiseert?
Het is een bondige vorm. Net iets compacter dan een sonnet, en wat speelser ook, qua rijmschema. Plus: zo’n distichon als uitsmijter is altijd wel prettig.

Je elftallen zijn, net als je andere verzen, niet alleen inhoudelijk spits en geestig, ze zitten formeel eveneens knap in elkaar. In recensies ben je als taalvirtuoos en rijmfenomeen geafficheerd. De frontvrouwe van light verse, Patty Scholten, schreef eens dat ze een ‘poetsvis’ was. Poets jij lang aan gedichten?
Soms. Al wordt een gedicht daar niet altijd beter van. Vaak zijn de dingen waar ik het meest tevreden over ben in de kortste tijd geschreven. Maar een stevige taalpuzzel, zoals een cryptosonnet of een schaakbord, ja daar ben je stiekem wel even mee bezig. Tot mijn genoegen, hoor.

 

Laat

Het is al laat als hij voor de tv
En languit in een lekker luie stoel zit
En zij zich met een strijkplank en een bout

En pasgewassen handschoentjes als doelwit
Op haar manier best nuttig bezighoudt
Al vindt het werk maar moeizaam zijn voltooiing

De buurvrouw, zegt ze, heeft me toevertrouwd,
Dat ik als huisvrouw recht heb op ontplooiing
Wat denk je, wat bedoelt ze daar nu mee?

Dan zegt hij, zonder op of om te kijken:
Ontplooien is een ander woord voor strijken

uit Dat lijkt warempel sandelhout (Nijgh & Van Ditmar, 2004)

In 2006 kwam Het dierenfeest van Fiep Westendorp uit, een kinderboek waarvoor jij de verzen hebt geschreven. Deze uitgave bereikte meteen de eerste plaats in de CPNB Bestseller 60. Van 2003 tot 2008 kwamen er regelmatig dichtbundels van je uit. Na 2008, het jaar van IKEA en andere verzen, geen enkele meer. Wel zagen sindsdien jaarlijks een of meer kinderboeken van jouw hand het licht. Twaalf jaar lang geen lightverse. Hoe kwam dat?
Ik ben gewoon blijven rijmen, maar er is nooit een uitgave van gekomen. Alleen tussendoor nog een stadsdichtersbundel en wat boekjes met kinderversjes. En voor m’n theaterprogramma’s, vaak met Jan J. Pieterse, heb ik best wel wat geschreven. Maar een beetje bundeling is er gewoon niet eerder van gekomen. Het is ook een tijd wat moeilijker geweest om een uitgeverij voor het genre te interesseren.

 

De vos

Terwijl de Paas de passie loopt te preken
Wordt onze vos door het vizier bekeken
Van jagers in het veld en in het bos
Een schietpartij om schande van te spreken
Want al verliest een vos dan nooit zijn streken
Veel streken die verliezen wel de vos

uit IKEA en andere verzen (Nijgh & Van Ditmar, 2008)

In september zal jouw verzamelbundel Bravogeroep en Enthousiast Gefluit uitkomen, weer uitgegeven door Nijgh & Van Ditmar. Zijn er ook nieuwe verzen in opgenomen?
Jazeker. Het is een mix van oud en nieuw. Mijn bestaande bundels zijn nauwelijks meer verkrijgbaar, en ik wilde graag iets tastbaars hebben voor bij optredens en zo. Zo is het idee ontstaan om een soort ‘best of’ te maken. Met een greep uit de oude doos. Maar ook met genoeg verse verzen. En liedteksten. En visuele geintjes. En nieuwe vormen, zoals het Corvanhoutje en de (2x). 144 pagina’s pretpoëzie, dat is het streven.

Zoomers

Kust in Coronatijd
Kwestie van aanpassen
Wees niet te somber
En denk niet te doem

Voor een gezamenlijk
Bergen-aan-Zeegevoel
Ga je gewoonweg
Naar Bergen op Zoom

Nieuw gedicht uit de verwachte bundel Bravogeroep en Enthousiast Gefluit

Wat vind je van het lightverseklimaat in ons land. Komen liefhebbers van dit literaire genre voldoende aan hun trekken?
Absoluut! Light verse leeft! Dat zien we aan de levendigheid van hetvrijevers.nl. Aan de bizarre verkoopcijfers van Lévi Weemoedt. Of aan de belangstelling voor onze jaarlijkse LichteGedichtenDag, waar steeds dik 400 mensen op afkomen. En met de aanwas van talent zit het ook wel oké. Theo Danes, Machiel Pomp, Jan Beuving onder anderen. Voorlopig blijft de taal nog wel even welig & spelig tieren.

Heb je tot slot misschien een aardige anekdote over een lightverse-activiteit?
In april 1994 mocht ik in Tilburg een plezierdichtersdag organiseren. In een theater waar ik vrijwilliger was. Driek van Wissen was erbij, Simon Knepper, Ivo de Wijs, Pieter Nieuwint. De doctorandus ook, want die zou de dag afsluiten met een optreden. En nieuwkomer Kees Torn. Die had ik twee maanden eerder ontmoet op het Leids Cabaret Festival, waaraan we allebei meededen. Ik was meteen fan van zijn werk en ik dacht: misschien vindt hij het wel leuk om wat losse versjes voor te dragen. Dat had-ie buiten zijn prille cabaretoptredens nog nooit gedaan. Na het eerste kwatrijntje keek hij om naar de klok. ‘Nou, misschien heb ik wel tijd voor nóg een gedichtje.’ De zaal zat vol, de sfeer was los, en ergens halverwege gaf de enige echte Jaap Bakker een lezing over rijm. En over onberijmbare woorden als herfst, twaalf, nieuws.. Bij dat laatste woord begon Kees achter in de zaal, bij de bar, ineens iets op een papiertje te krabbelen. Het resultaat was verbluffend:

.               Een moedergoudvis schold eens op haar gup:
.               Ik kan haast niks verstaan van jouw geblub
.               Maar dat is op zichzelf beschouwd niets nieuws
.               Je vader blubde ook zo binnenskieuws

Geplaatst in Interviews.