René Smeets – Alles gestolen

Gestolen goed gedijt wel

door Maurice Broere




Jan Eijkelboom vertelde me eens dat wanneer hij een periode had waarin er geen gedichten bovenkwamen, hij dan werk van buitenlandse dichters ging vertalen. Na of tijdens dit proces kwam de inspiratie vanzelf. Eijkelboom heeft veel vertaald en deed dat heel verdienstelijk. Sla zijn verzameld werk er maar op na. Ik moest aan hem denken toen ik de bundel van René Smeets (1956) las. Ook hij heeft veel vertaald en daaruit zijn inspiratie gehaald. Het bijzondere van deze dichter is dat hij voortgaat in de geest van het werk van de Duitse dichter Hans Magnus Enzensberger van wie hij veel hertaalt, want ik zou het geen vertalen willen noemen. Aan de ene kant is het hertalen, aan de andere kant gaat Smeets nog een stap verder en gaat door in de geest van zijn grote voorbeeld en dan wordt het oorspronkelijk werk. Hij geeft een heel eigen draai aan de verzen die hij vertaald heeft. De titel Alles gestolen moeten we zeker ironisch opvatten, want lang niet alles, eigenlijk niets, is gestolen.

Een bijzondere bundel, omdat die nu eens geen hermetische zielenroerselen bevat, maar heldere vertalingen over het leven van alledag en gedichten in de geest van de vertaalde dichter. Smeets heeft niet alleen gedichten van Enzensberger vertaald uit het Duits, maar ook van andere dichters, zelfs uit het Pools, zoals op de omslag vermeld staat. Het werk van Hans Magnus Enzensberger is wel belangrijk voor hem. Hij schrijft in zijn nawoord dat zijn eindwerk aan de universiteit over deze Duitse naoorlogse schrijver ging. Smeets zegt zelf dat sommige gedichten sterk leunen tegen het Duitse origineel, andere heeft hij zo ‘mishandeld’ dat ze nauwelijks meer herkenbaar zijn en soms zelfs volledig autonoom.

De bundel bestaat uit twee afdelingen: ‘Gedichten over en voor Hans Magnus Enzensberger’ en ‘Gedichten à la Hans Magnus Enzensberger’. Achterin de bundel staan verder nog aantekeningen bij de gedichten, waarin verwijzingen naar de originele met verklaring, een nawoord en een inhoudsopgave.

Lichter dan lucht

Erg zwaar
wegen zijn gedichten niet.
Zij wegen nagenoeg niets,
minder nog dan,
om maar iets te noemen,
de priemgetallen,
de roem van een Nobelprijswinnaar
of de blauwe rook
van zijn zoveelste sigaret.

Veel blijft bij hem toch al
in de lucht hangen.
Het lichtst weegt wellicht
wat van hem overblijft,
wanneer hij onder de grond ligt.

Een weinig opwekkend vers, de vergankelijkheid van de mens is totaal, niets blijft van hem over. Het enige vleugje hoop is dat de gedichten zullen voortleven in de lezers. Het vers heeft veertien regels en je zou zelfs kunnen pleiten voor een sonnet. Al mist het de traditionele indeling en klassiek is het allerminst, want een rijmschema ontbreekt en de regellengte is onregelmatig. Een wending is echter wel aanwezig. Het loopt goed door, in een mooi ritme en leest daardoor prettig. Mooie alliteraties, die er niet aan de haren bijgesleept zijn: ‘nagenoeg niets’ en ‘weegt wellicht wat’. Het originele gedicht heb ik erbij gepakt en dan zie je onmiddellijk dat het een totaal ander vers is geworden onder de handen van Smeets. Ten eerste is het origineel veel langer en heeft Smeets de zijne behoorlijker hertaald. Ik heb de eerste elf regels van de in totaal twintig regels weergegeven van het origineel. Wat me voldoende leek om een goed beeld van de ingrepen van Smeets te krijgen.

Leichter als Luft

Besonders schwer
wiegen Gedichte nicht.
Solange der Tennisball steigt,
ist er, glaube ich,
leichter als Luft.
Das Helium sowieso,
die Eingebung, dieses Kribbeln
in unserm Gehirn,
auch das Elmsfeuer
und die natürlichen Zahlen.

Toen ik onderstaand gedicht voor het eerst las, moest ik denken aan ‘Afwasmachine -aan mijn bestek-’ van Judith Herzberg:

Profane openbaring

Sneeuwwit tabernakel,
in een wip was jij alles
wat vuil was weer schoon,
doe je glazen en koppen weer glanzen,
messen en vorken weer glimmen,
zelfs de moedwilligste witwassen
ben jij genadig,
in een handomdraai schenk jij
zelfs de grootste zondaar gratie,
en de ruziemakers
die voor jouw hagelwitte deur knielen
breng jij rust,
jij troost der koppige koppels,
niet te kloppen kandidaat voor de
Nobelprijs voor de huisvrede.

Altaar of afwasmachine:
voor de keuze gesteld
zou menig gelovige,
geloof mij, gaan twijfelen.

Een soort lofzang op de geneugten van de afwasmachine. Ook Smeets is blijkbaar ingenomen met het apparaat en besluit het vers zelfs met een levensvraag. Het Duitse origineel is ongeveer even lang, gaat niet over de afwasmachine, maar over de koelkast. Er zijn meer verschillen dan overeenkomsten. Bij beide is wel sprake van de relativerende toon. Natuurlijk weer in klinkende taal.

Misère, februari 2018

In Syrië blijft het maar rotzooien,
Poetin is voor geen haar te vertrouwen,
en ook op Trump durft niemand te bouwen.
Het klimaat is zo goed als om zeep,
het milieu vrijwel volledig verbrod,
en ook de voorbereiding van de Brexit
verloopt allesbehalve vlot.

Nu laat ook nog de vuilnisophaaldienst het afweten
en is de buurvrouw de code van haar alarmsysteem vergeten.
Dat houdt toch geen mens vol!

Van dit gedicht heb ik het origineel niet kunnen achterhalen, dat is al in 1999 met de titel ‘Ein schwarzer Tag’ uitgegeven. Die negentien jaar zouden wel eens op een andere realiteit kunnen duiden, in 1999 hadden we nog geen Trump en geen Brexit. Vlot geschreven, prettig leesbaar. Lichtelijk ironisch over alle aardse kwellingen, van internationaal naar huis en tuin. Herkenbaar voor iedereen. Je leest wat er gebeurt in de wereld en vormt daar een mening over, maar om de problemen van alledag kun je niet heen.

Alles gestolen is een bundel waar ik vrolijk van word. Met een licht spottende stijl worden de meest uiteenlopende zaken besproken en in verband gebracht met de in deze wereld levende mens. Geen zware verhalen, maar die de lezer wel wakker schudden. Met deze bundel brengt hij een aantal mooie verzen naar buiten en hij genereert belangstelling voor het werk van zijn grote voorbeeld.

____

René Smeets (2020). Alles gestolen. Uitgeverij P, 64 blz. €15,00. ISBN 9789493138131

Geplaatst in Recensies.