Johan van Cauwenberghe – Wat blijft is de rivier

Verborgen schatten

door Hettie Marzak




Johan van Cauwenberghe (1949) is een Vlaams kunstenaar wiens werk zich uitstrekt op vele fronten: hij is dichter, radiopresentator, connaisseur van klassieke muziek, kunstcriticus, beeldend kunstenaar. Sinds zijn debuut als dichter met de bundel Laokanaaän geeft hij blijk van het vermogen om meer vormen van kunst samen te brengen in zijn gedichten: negen van de in totaal elf dichtbundels zijn voorzien van beeldend materiaal van hemzelf of van andere kunstenaars.
In de bloemlezing Wat blijft is de rivier is werk opgenomen uit alle elf de bundels, waarbij ook nog ongepubliceerde gedichten zijn opgenomen, maar helaas ontbreken alle afbeeldingen. De reden daarvoor ligt voor de hand: het zou anders een boekwerk zijn geworden van ongekende omvang en prijs. Over het algemeen zijn de gedichten goed op zichzelf staand te lezen, of de lezer kan zich de betreffende kunstwerken gemakkelijk voor de geest halen, zoals in de bundel De spiegel der vergankelijkheid, waarin alle gedichten een bekend schilderij als onderwerp hebben. Ook in De metamorphose van Dr. Tulp is het gemakkelijk te raden dat het schilderij van Rembrandt, ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’, als uitgangspunt heeft gediend.
Maar het blijft een gemis: de inhoud van bijvoorbeeld de bundel Emblemata temporalia is volstrekt onbegrijpelijk zonder de illustraties die het wezenskenmerk zijn van een bundel met allegorische voorstellingen: emblemata zijn kleine afbeeldingen die een betekenis dragen, met daarbij een korte kernachtige spreuk, zoals een spreekwoord en een kort gedicht. De samensteller, Patrick Lateur, die een zeer verdienstelijke en verhelderende inleiding bij deze bloemlezing heeft geschreven, zegt hierin dat in deze bundel ‘verzen en beeldmateriaal een symbiose willen vormen.’ Hij had er goed aan gedaan om juist daarom voor ander werk van Van Cauwenberghe te opteren, dat zich beter staande houdt zonder de bijbehorende illustraties.

Want er valt genoeg te genieten: Van Cauwenberghe is een ‘homo universalis’ op cultureel en historisch terrein, die zijn gedichten doorspekt met verwijzingen naar de oudheid, naar mythologische figuren en naar landen die hij op zijn reizen heeft aangedaan.
Vooral in de eerste bundels gaat het over het laatste: een verblijf in Italië en Griekenland wordt beschreven met oog voor het landschap en de interactie daarvan met de toerist. Hier valt al op dat voor de dichter heden en verleden dooreen lopen:

Het eeuwig rijk van Missolonghi

Een late avond in Toscana
het laatste uur in Piacenza
dat we sliepen in de wagen
met je handen naast mijn handen
en mijn haar.
Alleen de vissen die ons zagen
hebben vaag dit beeld bewaard.
Op het graf van Byron
lagen zeven rozen.
(…)

In de latere bundels wordt de verstrengeling van heden en verleden nog duidelijker zichtbaar: het verleden is nooit voorbij. Gebeurtenissen uit de historie echoën na in het heden.
Dat wordt nog het sterkste zichtbaar in een van de beste bundels, Dantologie uit 1994, een eerbetoon aan de Italiaanse dichter Dante Alighieri, waarin Van Cauwenberghe de structuur en opzet van diens La divina commedia (De goddelijke komedie) exact heeft aangehouden. Waar Dante met Vergilius afdaalde in de onderwereld, maakt Van Cauwenberghe aan de hand van Dante een afdaling in zijn eigen dichterschap, om dat tot op de bodem te doorgronden. Het openingsgedicht van deze bundel kan gezien worden als een voorbeeld bij uitstek van de poëtica van Van Cauwenberghe:

Intrada

In het midden van de weg die mij is toegemeten,
omringd door wie ik liefheb,
de boeken die ik lees of nimmer door zal nemen,
bijt de tijd zich vaster in mijn weten
elke dag.

Tijd, voortleven, kunst en boeken, het zijn de belangrijkste thema’s van deze dichter, maar ook de liefde, zoals beschreven in de erotische bundel Vuurmond, waarvan alle gedichten Italiaanse titels dragen. ‘Vuurmond’ slaat overigens niet alleen op de erotiek, maar ook op de loop van een geweer, waarmee in de cyclus ‘Eros en Thanatos’, liefde en dood, met elkaar in verband worden gebracht. Bovendien is er nog sprake van Prometheus, de halfgod die het vuur stal van de goden.
De cyclus ‘Zonneblind’ die deze bundel afsluit, is gewijd aan Sint Franciscus, die met de dieren sprak, en opgedragen aan de vader van de dichter, ‘die zijn hele leven met planten praatte.’ Het lijkt een cyclus te zijn die weinig te maken heeft met de thematiek van de bundel, tenzij bedoeld wordt dat Franciscus predikte vol vuur.

Naarmate het dichterschap van Van Cauwenberghe zich ontwikkelt, wordt zijn poëzie vernuftiger met dubbele betekenissen en veel verwijzingen naar de Klassieke Oudheid en de wereldliteratuur. De latere gedichten zijn erudiet en hermetisch: er is heel wat intellectuele bagage nodig om ze te doorgronden. Maar juist daardoor zijn ze rijk aan betekenis en meerduidig.
Toch zijn het juist de latere bundels die het meeste indruk maken: ondanks hun moeilijke toegankelijkheid zijn de gedichten vrijer en trefzekerder, met een soepeler ritme, alsof de dichter pas later zijn eigen stem gevonden heeft en zelfbewuster en vanzelfsprekend uit kan dragen wat hij te zeggen heeft.
Van Cauwenberghe is in Nederland niet erg bekend onder de poëzieliefhebbers, maar deze bloemlezing brengt daar hopelijk verandering in. De poëzie van deze dichter zit vol verborgen schatten, die pas gevonden worden als het ingewikkelde labyrint doorlopen is.

Mythologisch

Dit is ontegensprekelijk
een dichterlijk woud
een ‘selva oscura’, zo
ondoordringbaar dat
enkel woorden er doorheen
kunnen (en dichters).

Zie je nog het natte spoor
van Eurydike
die Orfeus bezweert:
‘Ai, die tak slaat in mijn gezicht!
Mijn haar raakt verstrengeld
in de takken, mijn voet zit klem
kijk dan toch! Draai je toch om!’

Wat doe je dan, dwaze dichter?
Verzin je zo maar een ander woud?

De titel van de bloemlezing, Wat blijft is de rivier, brengt het verloop van de tijd in gedachten: alles stroomt, zegt Heraclitus, alles is aan verandering onderhevig. De rivier is daar een symbool van: je kunt nooit twee keer in hetzelfde water stappen.
Maar ook klinkt er een echo in door van een lied van Walther von der Vogelweide, een dichter die naar men aanneemt geboren is in 1170. In de mooie, eenvoudige hertaling van Willem Wilmink luiden de eerste en de laatste strofe:

Waarheen toch is verdwenen
Jaar na jaar na jaar
Droomde ik dat ik leefde
Is er niets van waar

(…)

Niets dat mij kan troosten
Dan dit ene hier:
In dezelfde richting
Stroomt nog de rivier

Van Cauwenberghe zal ongetwijfeld bekend zijn met het werk van Walther von der Vogelweide. Een dichter als hij, die zo geïntrigeerd is door het stromen van de tijd, had geen betere titel kunnen vinden voor zijn verzamelde werk.
____

Johan van Cauwenberghe (2020). Wat blijft is de rivier. Uitgeverij P, 192 blz. ISBN 97894 93138193

 

Geplaatst in Recensies.