Joris Miedema

Joris Miedema (1978) debuteerde in 2011 met de bundel Oogtheater bij uitgeverij de contrabas. Heeft verschillende malen in de Turing top 100 gestaan. Publiceerde eerder hier, bij Dighter en in Het liegend konijn en na een korte onderbreking werd zijn bundel  “De dood en drie andere gedichten” in 2017 uitgegeven bij uitgeverij Stanza. Dit najaar wordt zijn derde bundel De oneindige oester verwacht bij uitgeverij Opwenteling. We zijn ontzettend blij alvast een klein inkijkje te mogen geven.

foto Christa Romijn
orgaanspeler

een jongetje vond een merel op het fietspad
hij zong niet meer
er hingen draadjes uit zijn buik
het leek
of zijn orgeltje kapot was
met een ijsstokje dat hij er vlak naast vond
duwde hij alles
weer terug in de maag van het beestje
hij pakte zijn staart beet
tussen duim en wijsvinger
draaide hem rond zoals hij speelgoed
thuis ook weer liet bewegen
er gebeurde niets
het jongetje nam het beestje in zijn armen
gaf een kus op zijn snavel
hield hem in de lucht
misschien moest er een beetje wind
door zijn vleugels waaien
voordat hij weer liedjes begon te spelen
Daniël

Daniël leek op een witte kikker
was dun en had wit ongekamd haar
hij praatte binnensmonds
zijn stem leek onder zijn kleren
vandaan te komen
alleen op het moment dat hij robots, ruimteschepen
of een feilloze lazerstraal imiteerde
leek zijn geluid veel harder te worden
soms wilde je hem door elkaar schudden
om te kijken of er ergens
een gesprek in zat
maar al snel verdween hij weer
in het heelal
tot ik Patrick meenam
een vriendje van school
die een brandweerkazerne
in zijn hoofd had
en alle sirenes nadeed
puur om te kijken of ze samen
misschien een verhaal zouden vormen
ze konden het niet zo goed
met elkaar vinden
witte urn

moeder zei dat er een witte vlek
op vaders urn begon te ontstaan
ik had net I want to break free
van Queen gedraaid omdat
zijn kleindochter
steeds probeert te ontsnappen
naar plekken
waar ze niet mag gaan
zoals het dichtstbijzijnde stopcontact
ik zei ik hoop dat pa niet hetzelfde
probeert te doen
je belde voor de zekerheid
het telefoonnummer op de factuur
van de urn
en zei dat er een witte vlek voorop
aan de onderkant zat
de man zei dat
het een ondergaande zon moest voorstellen
dat is bijna poëzie mam, zei ik
ga toch eens weg
met die poëzie steeds man
tentoonstelling van teleurstelling

ik kon een tijd niet mezelf zijn
dus was thuis iedereen parttime mij
ik deed mezelf uit
ging liggen op bed als een paar vieze sokken
legde uit hoe ik werkte
wat ik vooral niet deed
wat ik nodig had om dat wel te doen
en iedereen nam mij over

eens in de week werd er vergaderd
welke dag wie mij was
zo deed iedereen mijn herinneringen
werd mijn verdriet gedeeld
en verwerkt in acht verschillende stukken
ze redigeerden zelfs mijn dromen
alleen dat melancholisch gedoe
daar wou niemand iets van hebben

eens in de paar dagen werd er een plumeau
over mijn creativiteit gehaald
mijn lach vernieuwd
en de timing van mijn grappen bijgesteld
ze hadden al mijn teleurstellingen
uitgestald in een vitrinekast zodat
ik zelf kon bewonderen waar het mis ging
ik was zo opgelucht
Geplaatst in Gedichten.