Poëzie Kort – 2020 / 4

In de vierde Poëzie Kort van dit jaar bespreken we vier bundels:

Bloemlezing – Geen vliegtuig trekt zijn streep (Janine Jongsma)

Henny Vrienten – De een is de ander niet (Eric van Loo)

Kate Tempest – Hold your own (Janine Jongsma)

Jeanet van Omme – Wees geen vreemde (Janine Jongsma)

Nederlandse en Belgische dichters en corona – Geen vliegtuig trekt zijn streep

door Janine Jongsma


Veelzijdig kunstenaar en dichter Rob Komen (1953) stelde Geen vliegtuig trekt zijn streep samen met gedichten over het coronavirus, in samenwerking met het PoëzieCentrum Gent. Negenentwintig dichters uit Nederland en België schrijven over hoe zij de periode hebben beleefd toen het coronavirus toesloeg. Onder hen bevinden zich opvallend veel stadsdichters. In zijn voorwoord haalt Komen aan dat geen land zich meer veilig voelt en iedereen een manier probeert te vinden om ermee om te gaan. Want wat is de beste manier? ‘(…) Jezelf opsluiten en blijven zitten waar je zit, met zijn allen toch op pad gaan en denken dat het jouw deur voorbij gaat. Of iets er tussenin.’
‘Wie het weet moet het zeggen / Wie het voelt mag het schrijven // En dat is gebeurd.

De titel van de bundel Geen vliegtuig trekt zijn streep is ontleend aan een deel van een zin uit onderstaand gedicht:

dichter ten tijde van corona

een bloemist heeft alleen nog kransen
in zijn winkel staan twaalf wachtenden
in een rij er hangt een doodse stilte en een
briefje paars omrand graag gepast contant

in de lucht een kleiduif moederziel alleen
geen vliegtuig trekt zijn streep van noord
naar zuid op de hoek wacht een ambulance

(Gerard Scharn)

De doodse stilte in een bloemenwinkel waar twaalf wachtenden een krans komen kopen voor een overledene aan corona. Vliegtuigen vliegen niet, maar de natuur stoort zich nergens aan. Dichter Scharn woont net als ikzelf in Brabant, waar tijdens die eerste maanden van de lockdown, de ambulances af en aan reden en de overlijdensadvertenties in de kranten pagina na pagina na pagina besloegen. In dit gedicht komt scherp naar voren hoe surreëel de wereld om ons heen was geworden.

Zeeën van tijd hadden we plotseling toen we allemaal thuis kwamen te zitten, zonder vertier buitenshuis. Achterstallige klusjes werden aangepakt rondom huis. We moesten toch iets vinden om te doen. Mooi is dan dat wanneer de angst overheerst, de ik-figuur een urgentie voelt om een school vissen hoe dan ook te redden. Zeker een verschrikt kijkende weerloze school vissen. Of zoals Lucebert het zei: ‘Alles van waarde is weerloos’.

Vissen in de boot

opeens is er tijd

tijd om de ramen te lappen, e-mails te wissen
de schuur op te ruimen, een kast uit te spitten.
brieven te schrijven aan lang geleden uit het oog verloren vrienden

ik hoos onze kleine sloep die in de winter
vol water is gelopen

plots kijkt een schooltje vissen
vanuit de donkere schaduw onder het bankje
mij verschrikt aan

deze vissen levend uit de boot
in het water van de singel te krijgen
was nog nooit zo belangrijk als vandaag

(Denise Kamp)

Deze bundel met vele bekende dichtersnamen uit Nederland en België is een mooie afspiegeling van de beleving van mensen die in het voorjaar in lockdown zaten om de pandemie te beteugelen.

____

Nederlandse en Belgische dichters en corona (2020). Geen vliegtuig trekt zijn streep. Eigen beheer, 54 blz. € 12,82. ISBN 9789464057324


Henny Vrienten – De een is de ander niet

door Eric van Loo


Henny Vrienten (1948) is een begenadigd muzikant en liedjesschrijver. Velen kennen hem vooral als zanger van de razend populaire band Doe maar, waar hij vanaf 1980 deel van uitmaakte. Na het uiteenvallen van de band in 1984 bleef hij actief als componist en producer van o.a. filmmuziek en liedjes voor jeugdprogramma’s als Het Klokhuis en Sesamstraat. Ook bracht hij een aantal soloalbums uit.
Najaar 2019 verscheen zijn laatste cd met de poëtische titel Tussen de regels. Dit was voor Vrienten de aanleiding de balans op te maken en al zijn liedjes te verzamelen in één complete uitgave. Verdeeld over zeven albums schreef hij meer dan zeventig liedjes, beïnvloed door de levensfase waarin hij zich bevond. De een is de ander niet is sober maar zorgvuldig uitgegeven. De zeven afdelingen waarin de liedteksten van even zovele albums zijn opgenomen worden voorafgegaan door een korte, persoonlijke inleiding. Veel teksten zijn verluchtigd met eenvoudige illustraties uit de werkschriften van Vrienten.
Het feit dat zijn uitgever ons deze bundeling van teksten ter recensie aanbood, betekent niet dat ze als poëzie in engere zin opgevat dienen te worden. In het uitdijende tekstlandschap, waarin spoken word, rap en light verse met hun Engelse namen van zich laten horen, kan aandacht voor goede Nederlandse popteksten echter geen kwaad.
Vrienten heeft vanaf zijn eerste soloalbum in 1984 een eigen geluid laten horen, zowel qua muziek als tekst. Veel teksten laten zich lezen als een compromisloos zelfonderzoek: ‘Zo was het, zo is het en zo zal het altijd zijn. / Bij geluk hoort pijn.’
Zijn laatste drie albums, die alle na zijn 65e verschenen, laten zich als een drieluik lezen: En toch… (2014), Alles is anders (2015), Tussen de regels (2019). Zoals hij in de toelichting schrijft: ‘Als een gezongen biografie. Zodat er straks niemand hoeft te gaan zitten om mijn levensverhaal te schrijven.’ Maar het motto van het boek spreekt een andere taal: ‘Je moet een liedjeszanger nooit geloven / want hij liegt alle liedjes bij elkaar’ (uit ‘Vrij’). Vooral in zijn latere teksten is er ruimte voor beschouwelijkheid:

Alles is niet wat het lijkt
dus als je beter kijkt
zet ik mezelf te kijk tussen de regels

Zie, er staat niet wat er staat
maar dat waar het om gaat
tussen de regels

Een vleugje Nijhoff zowaar. Zo zijn er meer literaire verwijzingen in zijn teksten te vinden. Het lied ‘Paradijs verloren’ verwijst, dankzij de onlogische woordvolgorde, duidelijk naar Paradise lost van John Milton. En de titel Aardige jongens, een album dat hij in 2008 met Frank Boeijen en Henk Hofstede maakte, verwijst expliciet naar Nescio.
De een is de ander niet biedt muziekliefhebbers de gelegenheid op een andere manier kennis te maken met het werk van Henny Vrienten. We zien hoe hij in de loop der tijd steeds vrijer wordt in onderwerpkeuze en tekstbehandeling:

Kom nu naar het carnaval
van mijn feestelijk verval
hef het glas op wie ik was
en drink op wat voor jou nog komen zal
geniet van mijn feest
ik ben er geweest

Laten we hopen, dat dit niet het laatste is dat we van deze zanger-liedjesschrijver horen!

____

Henny Vrienten (2020). De een is de ander niet. De Harmonie, 184 blz. € 19,90. ISBN 9789463360937


Kate Tempest – Hold Your Own

door Janine Jongsma


De Britse Kate Tempest (1985) wordt bejubeld in superlatieven waar ze ook komt en waar ze ook optreedt. Men roemt haar als een fenomeen, een moderne profeet en als een hogepriesteres. Ze is dan ook een spoken word artiest pur sang. Hypnotiserend en met een dwingend geluid van radicale liefde staat ze op het podium met haar theaterprogramma als een poëet die haar tijd ver vooruit is. Productief is ze ook met haar dichtbundels, romans en meerdere albums die zijn uitgekomen. De titel van de bundel is van het gelijknamige nummer Hold Your Own van haar album: The Book Of Traps and Lessons uit 2019.

In braille, maar zonder reliëf, lezen we op het voorplat ‘Tiresias’, de leidraad van Hold Your Own. In de Griekse oudheid was Tiresias de speelbal van de goden. Hij ziet als kind twee slangen paren en voor straf verandert Hera hem in een vrouw, jaren later wordt hij weer een man. Hij wordt blind gemaakt door Hera, maar ontvangt tegelijkertijd van Zeus helderziendheid. In het zeer aan te bevelen uitgebreide nawoord van de vertalers Schoeters en Pas lezen we: ‘Die combinatie van gender queerness en zienerschap fascineert Tempest (…)’. Er is overigens een lettertype dat speciaal ontworpen is voor mensen met een verminderd gezichtsvermogen dat niet voor niets Tiresias heet.

De bundel is uitstekend vertaald en bestaat uit vijf afdelingen die begint met het lange openingsgedicht ‘Tiresias’ waarin de mythe van de blinde ziener wordt verteld in een moderne versie. Daarna volgen ‘Kind’, ‘Vrouw’, ‘Man’ en als laatste afdeling volgt nog ‘Blind profijt’. Uit de afdeling ‘Kind’:

BUURMEISJE

Ik was zeven,
mijn buurmeisje acht.

Ze propte een paar sokken in mijn broek,
ging schrijlings op me zitten en noemde me een grote
jongen.

Ik snapte er niets van
maar van wat ik voelde, duizel ik nog.

Het is rauwe poëzie –in your face– met een verhalend karakter dat het uitstekend doet op een podium, maar op papier blijven haar gedichten zeker overeind. Uit de afdeling ‘Vrouw’:

DENKEND AAN HOE JIJ ME KUSTE, OOIT

Jij reed, mijn benen liggen op jouw schoot.
Ik rolde de sigaretten voor je, terwijl jij met je hand over
mijn enkels wreef,
Mijn voetzool greep, mijn voet optilde,
en met je tong tussen mijn tenen kuste
en ik giechelde alsof ik een heel mooi meisje was.

Terwijl je aan mijn tenen zoog en verder reed,
durfde ik het aan naar je profiel te kijken.

In andere auto’s, op andere wegen, in andere steden,
keken andere geliefden ongetwijfeld ook opzij,
en grijnsden als dwazen, en drukten hun dijen diep in
hun stoel,
maar niemand voelde het stollen van bloed,
het vallen, het branden en de leegte erna zoals ik
– – dan en daar.

Beeldende en indringende poëzie met vertraging op de juiste plekken, ja dat houdt het spannend. In de laatste strofe schuilt eenzaamheid. Ik sluit af met een gedicht uit de afdeling ‘Blind profijt’:

DE KEERZIJDE

Ze duwden me een steeg in
en zetten mij ‘t mes op de keel.

Ze vroegen mij de voetbaluitslag.
Ze vroegen mij het winnend paard.

Ze vroegen mij de lottocijfers.
Zes elk, plus ‘t bijkomend getal.

Maar al wat ik kon zien
in flitsende pixels uv-licht

waren hun achterkleinkinderen
aan stukken gereten door inslaande bommen.

BAM, in your face.

____

Kate Tempest (2020). Hold Your Own vertaling Gaea Schoeters en Johanna Pas. Toneelhuis/PoëzieCentrum, 135 blz. € 15,-
ISBN 9789056553982


Jeanet van Omme – Wees geen vreemde

door Janine Jongsma


Jeanet van Omme (1960) is de creatieve motor van het Schrijfatelier. Zij gaf al een aantal boeken uit die te maken hebben met het schrijfproces. Eric van Loo besprak Ik en het gedicht op Meander. Nu ligt hier dan haar eigen poëziebundel voor mij. Op de achterflap staat vermeld dat er twee stemmen in voorkomen; die van het individu en die van het collectief. Die laatste zou bezwerend en mythisch zijn. Het zijn drie lange gedichten: ‘Overkant 1, 2 , 3’, niet zo zeer poëtisch, eerder narratief. Hoe het menselijk leven ontstond op aarde, hoe we leven heden ten dage en hoe we na de dood terugkeren als soort van energie. Waarbij moet worden opgemerkt dat ‘Overkant 2’ in sterk contrast staat met deel 1 en 3. Het toont hoe banaal en snel we met ons allen leven heden ten dage.

Deze drie delen lopen gelijk op met de gedichten van het individu, waarbij de logische volgorde is aangehouden van een levenscyclus in ook drie afdelingen. Grof gezegd: jong, volwassen en oud. Met maar 24 over het algemeen korte gedichten, is het al met al wat magertjes om een levenscyclus te vertellen.

Afdeling twee ‘de wereld nog niet uit’ begint goed met het gedicht ‘man’:

man

wat ik wist zonder het te weten
was dat hij iets in mij zag
wat ik zelf nooit zou zien

dat mijn ja-maren zouden ontdooien

mijn natte hart bij hem kon drogen
en wij ons warm gingen lachen

in zijn handen
zou ik voorgoed
bloed en vlees zijn

Het volwassen leven begint, de ik-figuur ontmoet een man. Haar ‘natte hart’ is een aardige metafoor voor een hart dat veel regen heeft gekend in de vorm van pijn. Dan volgen er zeven korte gedichten die gaan over een eiland, een rivier, een dirigent en een hond, om er een paar te noemen. Thats it! De periode in je leven waarin je volwassen bent, is de langste periode van je levenscyclus. Je staat fysiek en geestelijk middenin het leven. Van Omme slaat deze hele periode rigoureus over en vult die afdeling met gedichten die ze blijkbaar ergens nog had liggen (?) want persoonlijk vind ik ze van mindere kwaliteit dan de andere twee afdelingen. Dat verklaart de voor mij ook vreemde titel van deze afdeling: ‘de wereld nog niet uit’ klinkt als: ik ben er nog, maar veel gebeurt er niet. Ik krijg sterk de indruk dat er eigenlijk te weinig gedichten waren voor een volwassen bundel. Grappig detail is wel dat ik hier een gedicht met de titel ‘taalwezen’ tegenkom dat een ode is aan de Britse dichter Kate Tempest. Dezelfde Tempest waarvan in deze Poëzie Kort een bundel besproken wordt.

Laten we eindigen met wat ik het beste gedicht uit de bundel vind, uit de laatste afdeling ‘als de doden’. Meer van dit soort gedichten had de bundel naar een veel hoger plan getrokken:

mantelzorg

dat de pijnmedicatie is verhoogd
vanwege necrotisch weefsel
op haar hielen hang je op
en google je open wonden
dat ze je moeder is en dat je bij haar
zou moeten zijn dan zou je het vloeipapier
van haar huid strelen en door de haarscheuren
zien wat ze zelf is vergeten
dan zou je je hand naar binnen steken
met haar botten spelen omdat ze je moeder is
en warm zou moeten zijn

____

Jeanet Omme (2020). Wees geen vreemde. Poëziefonds Open U2Pi, 47 blz.€ 15,00 ISBN 9789087599430

Geplaatst in Recensies.