Marc Eyck – In fragment

‘Eenheid schuilt in fragment’

door Maurice Broere




De bundel In fragment van Marc Eyck (1967) begint met het titelgedicht, gevolgd door drie getitelde afdelingen: ‘Wat opsteeg’, ‘Wat neerdaalde’ en ‘Wat bezijden kwam’. De gedichten ogen allemaal klassiek, de regels zijn ongeveer even lang en de strofebouw is steeds regelmatig. Klassieke dichtvormen zoals het sonnet worden niet geschuwd. Eindrijm komt voor, maar is zeker niet dwingend. De dichter gaat hier speels mee om. Allerlei thema’s komen langs: vader/kind, kind/ouder, opvoeding, taal, liefde, Bijbelse elementen en humor.

Eyck houdt er origineel taalgebruik op na. In het gedicht ‘Pas de deux’ staat de zin: ‘maar dat zal me spreekwoordelijk worsten’. Een variatie op de uitdrukking: het zal me worst wezen. Een ander voorbeeld uit het gedicht ‘Proper’: ‘Wat van dit huis rest schoon ik met bleek’, een verkorting van maak ik schoon.

Het titelgedicht:

In fragment

Wat niet weerklinkt of
zingt van binnenin
wie zal mij dat nadragen?
Dit lijf met woorden op de tong
verraadt geen zin
Wat gebroken is van buiten
zoekt zijn begin
ontwaart zichzelf in vele lagen

Dus weg met het vermeende
dat zich taalt, de schijn
van heelte nimmer gekend
Het meest nabije is dit én dat
niet ondeelbaar willen zijn
Maar van veelheid weten
is een raadsel mijn
Eenheid schuilt in fragment

Alles wat je denkt, weet niemand. Alles wat naar buiten komt, begint binnenin je. De taal die naar buiten komt, is maar een deel van datgene wat daar een oorsprong van vormt. Er komt maar een fragment naar buiten. Misschien geldt dat ook voor de poëzie, want voor een bundel in druk verschijnt, zijn al veel versies voorbijgekomen en zijn passages en verzen gesneuveld. De uiteindelijke bundel is dus maar een fractie van alles wat is voorbijgekomen. Dit gedicht geeft een interessante kijk op het ontstaan van onze uitingen. Opvallend is het gebruik van hoofdletters en het ontbreken van punten en komma’s, waardoor je als lezer flink moet werken om de taal te consumeren. De twee octaven hebben een ‘rijmschema’ dat tamelijk onopvallend is. Hier weer het al eerdergenoemde creatief gebruik van woorden: ‘zich talen en heelte’. Als uitsmijter nog een mooie paradox.

New Wave meisje

Danst ze met kisten zwart op glad beton?
Draagt het smal gezicht de gelakte tooi?
Zoekt ze duppies onder een duistere zon
wisselgeld voor haar jeugd, de teringzooi?

Pistoolt haar mond rook en vuur, paf paf?
Zijn haar ogen met zwarte kohl omrand?
Ziet ze feilloos wie dapper is, wie laf
haar te volgen naar het gedroomd land?

Heeft ze The Cure en Blondie nog zo lief
Sylvian’s weemoed en verstilde pracht?
Opent haar lijf een weidser perspectief
voor de ander bij haar binnengebracht?

Antwoord op deze vragen, ik kreeg geen
Mijn dansvloer bleef leeg sinds zij verdween

New wave is een stroming in de popmuziek die naast punk een nieuwe golf was. De kenmerken van de muziek zijn: somber, meeslepend en zweverig. De liefhebbers van het genre gingen meestal gekleed in het zwart. Meisjes, soms ook jongens, maakten zich op met zwarte make-up. Om een beetje een beeld te geven: Inez Weski, de bekende strafadvocaat, zou geen gek figuur slaan tussen de newwavers.
In dit gedicht gaat het over een meisje dat met ‘kisten’ aan danst. ‘Kisten’ waren het favoriete schoeisel van die stroming. Ze zoekt ‘duppies’, wat wijst op de houding, waarbij de blik doorgaans op de grond gericht is. New wave wordt gekenmerkt door grote zwaarmoedigheid, die de dichter mooi onder woorden brengt. De derde strofe vormt de wending in dit Shakespearesonnet(met een perfect rijmschema), waarin de dichter zich afvraagt of ze nog steeds houdt van The Cure en Blondie, bekende bands van het genre of de muziek van David Sylvian. Misschien ziet ze het nu wat minder somber. Antwoord op deze vragen komt er niet, omdat hij haar na die keer niet meer zag.

Proper

Schoon; u bent écht schoon, zegt hij
de man met de hippocratische blik
Overjas, tanden; alles smetteloos wit
Zie hem stralen bij de blijde boodschap!

Cif, Jif, evengoed, denk ik achteraf
schuurt heel de ziekte ook naar buiten
maar straling reinigt duisterste kieren
Tot onderhuids werd verzekerd verteld

Ik, huisvrouw, deed nooit écht iets geks
Wist niet wat me nog te wachten stond
Kwaad vermeerderde in vergeten gaten
Was ik niet rein, netjes, of gaaf genoeg?

Ik vertrouw niemand meer in mijn tempel
Wat van dit huis rest schoon ik met bleek
Nog een laatste slok en alles is vergeten
Het is mijn proper amen dat ik achterlaat

Proper is opgebouwd uit vier kwatrijnen die er klassiek uitzien door de gelijke regellengte, maar eindrijm ontbreekt. Het is een aangrijpend gedicht over een vrouw, de ik-persoon, vermoedelijk een wat oudere vrouw, misschien heeft de moeder van de dichter model gestaan? Ze krijgt te horen van een arts dat ze ‘schoon’ is. Een kwalificatie die artsen doorgaans geven, nadat een kankertherapie succesvol is afgesloten.
‘Schoon’ in het vocabulaire van deze vrouw heeft alles te maken met de middelen die ze altijd gebruikt om het huis schoon te maken. Ze ziet nu de overeenkomst tussen deze middelen en de straling die haar van binnen reinigde. Dan schakelt het gedicht om. Ze deed nooit iets geks, was ze ooit niet netjes geweest? Die twijfel leidt ertoe dat ze een eind aan haar leven maakt door middel van een schoonmaakmiddel, een schoon afscheid. ‘Tempel’ is een verwijzing naar de bijbel waarin het lichaam een tempel van de ziel wordt genoemd.

In fragment is een evenwichtige bundel met boeiende gedichten over uiteenlopende onderwerpen. De dichter weet je te boeien door de variatie in dichtvormen, klassieke elementen, verwijzingen naar de bijbel, de klassieken en zelfs de middeleeuwen. Marc Eyck is een dichter die we in de gaten moeten houden, want zijn talent is veelbelovend. Kortom, deze bundel is een aanrader.
____

Marc Eyck (2020). In fragment. U2Pi, 60 blz. €12,50. ISBN 9789087599478

Geplaatst in Recensies.