Poëzie Kort – 2020 / 6

In de laatste Poëzie Kort van dit jaar bespreken we vijf bundels:

Klimaatdichters – Zwemlessen voor later (Janine Jongsma)

Jozef Deleu (redactie) – Het Liegend Konijn 2020 / 2  (Hans Puper)

Adriana Ivanova – Zuurstof  (Janine Jongsma)

Roger De Neef – De gedichten voor Marinette  (Marc Bruynseraede)

Taalpodium Emmen – Lichtvoetig IV  (Janine Jongsma)

Klimaatdichters – Zwemlessen voor later

door Janine Jongsma




‘Een noodkreet voor de aarde, / een ode aan de natuur, / een pleidooi voor omwenteling’,  lezen we op de achterflap van deze bloemlezing waarvan de opbrengst gaat naar One World Tree Planting. De klimaatdichters zijn een groep dichters uit Nederland en Vlaanderen die bestaat uit ruim 160 man. Gezamenlijk delen zij één zorg: ‘de toestand van de aarde’. Zij strijden met poëzie voor een klimaatvriendelijke wereld.

Het redactieteam van deze bundel bestaat uit de dichters Annelie David, Moya De Freyter en Saskia Stehouwer. In hun woord vooraf houden zij een vurig pleidooi en vragen dringend aandacht voor ‘de relatie tussen mens en aarde’. Tegen het einde lezen we: ‘Deze gedichten willen raken, aanslaan en moed en inspiratie geven om te zorgen voor deze wereld’.

Zwemlessen voor later is een mooi vormgegeven bundel van 192 pagina’s dik en staat vol met bekende namen. Van de Dichter des Vaderlands Tsaed Bruinja tot aan Maud Vanhouwaert en van Luuk Gruwez tot aan Vrouwkje Tuinman en iedereen daartussenin. Achterin is van iedere dichter een korte biografie toegevoegd. De aansprekende illustraties in de bundel en op de cover zijn van Charlotte Peys. Ik kan niet anders zeggen dan dat de kwaliteit van alle gedichten van hoog niveau is en de inhoud getuigt van een grote betrokkenheid bij de toestand van de aarde. Ook vanwege de diverse manieren waarop de dichters zich uiten: van radeloos en kwaad tot ingetogen en verdrietig, het komt allemaal voorbij. Bij sommigen gedichten staan QR codes waarmee je achtergrondinformatie kunt vinden. Deze dikke bundel is een aanrader!

In het dankwoord wordt Howard Krol, die helaas onlangs overleed, bijzonder bedankt omdat hij al ‘klimaatdichter was lang voor de klimaatdichters bestonden’. Krol heeft het project van een stevig fundament voorzien en stierf voordat hij deze bundel kon lezen. Van hem het gedicht (onder zijn pseudoniem Arthur Lava) ‘KLIMAATDICHTER’ dat de lading dekt van deze indringende bundel:

Als je iets wilt, moet je stevig doorpakken en vooral scherp zijn.
Aan mijn riem hangen de scalpen van het oude denken.
Althans, een paar. Zo gemakkelijk stroop je de onverschilligheid
niet van dit tijdperk af. Zo gemakkelijk trek je de boel niet los
bij degenen die in vergaand misvatten volharden. Die zul je
echt niet horen zeggen: ontvlees ons maar, neem onze scalp,
wij willen zo ontzettend graag een open mind.

Voordat ik begon, las ik hun gedachten. Wat bezielde ze?
De topmannen van het verdoezelen. De wereldleiders
in lamlendigheid. De politieke gangsters, die handelen
in neergang en ontkenning. Ik leerde dat ze in het lege hol
van hun geweten zelfs hun eigen kinderen doodleuk
de kans op een toekomst misgunnen.

Tegen deze achtergrond werd ik opstandig. Ik laadde
mijn woorden door en scherpte mijn beeldspraak aan.
Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Wij zijn met velen.
Een stamverband dat verkeert op de hoogvlakten
van verontrusting. Een vastberaden brigade die betoogt:
we gaan ‘t de daders moeilijk maken. Om te beginnen
leggen we een daverend groot bos van dwarsbomen
rond hun kwaadaardigheid aan. We zijn felgroen
en we zijn hier om de aarde voorgoed te laten winnen.
We eisen een juichende leefbaarheid op. En fuck no,
we schrijven beslist geen toegevende zinnen.

____

Klimaatdichters (2020). Zwemlessen voor later – klimaatpoëzie. Uitgeverij Vrijdag, 192 blz. €20,00. ISBN 9789460019128


 

Jozef Deleu (redactie) – Liegend Konijn 2020 / 2

door Hans Puper




Het Liegend Konijn bevat als vanouds een flink aantal debutanten. Een van hen is Willemijn Kranendonk (1994). Zij is geen onbekende: ze publiceerde reeds in Tirade, DW B, De Optimist en Meander. Uit haar gedichten in dit deel van Het Konijn spreekt een heftige verontwaardiging over maatschappelijke wantoestanden. Helaas trapt ze in de valkuil daar geringschattende vooroordelen aan te verbinden. De eerste drie strofen van ‘Wat ik heb gezien’:

Grauwe mensen met neppe bontkragen aan hun capuchon
met het gezin naar Primark omdat het kindgebondenbudget
is overgemaakt ze kunnen eindelijk ademhalen de leegte opvullen
met kleding gemaakt door hongerige kinderen
te klein voor hun leeftijd bleek als gesteven tafelkleden in dure restaurants

Wie kan ze kwalijk nemen zich vol te stoppen bij Burger King
om de grauwe kantoorpanden en pijn in hun rug te vergeten wij
kunnen makkelijk praten over wat wel en niet mag zij moeten
de lasten dragen iedere dag vijf uur op om de straten te maken
waar wij overheen paraderen

Wij de lezers van poëzie wij de elite wij de uitbuiters
onze premier een witte man die zegt dat racisme
een probleem is dat de politiek niet op kan lossen
Ahmad Mendes Moreira die de woorden kanker n***
alleen moet dragen

(p. 159)

Geloof me, er zijn echt kantooremployés en stratenmakers die goed gekleed gegaan, gezond eten en graag lezen. Ook zijn er poëzielezers die zich bij de Burger King graag en vaak volproppen met dubbele hamburgers. De dichter presenteert een wij-zij tegenstelling in optima forma, van beklagenswaardige dombo’s tegenover bevoorrechte, verlichte en begripvolle mensen als de dichter. Haar schuldbewustzijn komt daarom wat neerbuigend over – onbedoeld, daar ben ik dan wel weer van overtuigd.

Anton Korteweg doet het anders en wat mij betreft effectiever: humoristisch, tegen het sarcastische aan, maar het komt hard binnen – en tegelijkertijd ook niet.

Hoe je het misschien toch maar liever niet zou moeten willen zien

De ijskap is sinds lang al aan het smelten.
De menskap pas sinds kort, en dan nog slechts de top:
gezond, jonger dan tachtig blijft bij ons in leven,
’t gaat allerminst om bloemen in de knop.
Nee, dan de Derde Slag bij Ieper, kort geleden,
zevenhonderdduizend jongens kostte die de kop.

En ach, waarom beschouwt een grijsaard nooit
zijn prachtig uitgebloeide leven als voltooid?

(p. 144)

Voor de goede orde: Korteweg is 74.
De titel is prachtig, die zet het gedicht op losse schroeven. ‘Ik zou het liever niet willen zien’: dat zou een duidelijke titel zijn. Maar het zit anders: geen ‘ik’ maar ‘je’. Is dat een verhuld ik of een ander? En ‘misschien toch maar liever niet’: door het woordje ‘toch’ weet je dat de ‘je’ het eerst wel zo leek te zien, maar is gaan twijfelen. En sta eens stil bij de verschillen tussen ‘zou zien’, ‘zou willen zien’ of ‘zou moeten willen zien’! Tot slot: waarop projecteert de dichter zijn twijfel? Op het hele gedicht? Of alleen de laatste twee regels?

Er valt over deze aflevering van Het Liegend Konijn veel meer te zeggen. Er staan goede gedichten in van Mischa Andriessen, Mark Boog publiceerde een prachtige beeldende reeks onder de titel ‘Ziekbed’, er zijn gedichten die nieuwsgierig maken naar een debuutbundel, zoals die van Hester Eymers, en Miriam Van hee is goed als altijd.

Een aanbeveling, ook als altijd.
____

Onder redactie van Jozef Deleu (2020). Het Liegend Konijn 2020/2. Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. Polis, 275 blz. € 20,00. ISBN 9789463105804


 

Adriana Ivanova – Zuurstof

door Janine Jongsma




‘Adriana Ivanova (alias Hartkamers) is dichter, spoken-word-artiest en auteur. Haar beeldrijke poëzie snijdt en zalft, beklemt en bevrijdt. Op haar Instagrampagina @hartkamers weet ze dagelijks duizenden volgers te raken’, staat te lezen op de website van spokenagency.nl. Daarnaast is Ivanova (1986) mediawetenschapper en werkt ze als journalist. In 2019 werd zij genomineerd voor de vakjuryprijs van de debutantenschrijfwedstrijd van Editio. In 2020 won ze de Open Call-wedstrijd van De Balie en het Amsterdams 4 en 5 mei comité in de categorie ‘Spoken Word’ samen met Danique Jaspers. Ze timmert flink aan de weg, mogen we wel stellen en als dikke roze kers op de taart is er nu haar debuutbundel Zuurstof.

Een vierkante bundel in roze uitgevoerd met binnenin een fijn groot lettertype. Mooie lay-out! Zo’n honderd overpeinzingen komen voorbij, vrijwel allemaal korte zinnetjes. In die zinnen staan best aardige gedachten verwoord, maar het blijft allemaal een beetje hangen in de poëtische tegeltjeswijsheid zoals we die al van Merel Morre kennen: ‘je zag me / pas toen ik al verdwenen was’ (‘ONGEZIEN’). Interessant wordt het als Ivanova zich waagt aan een langer gedicht:

LEVENSLESSEN VAN MIJN VADER

om mensen rouwt de aarde niet
alleen om vogels
en klaprozen

dus wat je ook doet dochter
vouw je vleugels niet
bewaar ze niet opgekruld achter je wervels
schuil niet in huizen van angst

verhef je
verhef je boterzachte stem
totdat deze boven straten en steden
uittorent

en zing
zing wanneer je bloed
droef stroomt
wanneer je geest
zwaar als zink is

en gedragen wordt door de mist
zing wanneer je merkt dat je
je kleuren verliest
en kleiner wordt
dan je hoort te zijn

Hier horen we het eigen geluid van deze dichter en het klinkt als een poëtisch klokje. Niet alleen vanwege zinnen als: ‘om mensen rouwt de aarde niet / alleen om vogels / en klaprozen’ en ‘verhef je boterzachte stem’, wat aantrekkelijke, poëtische zinnen zijn, maar zeker ook vanwege het overvloedig gebruik van alliteratie en in iets mindere mate het gebruik van assonantie in dit gedicht. Gelukkig staan er meer gedichten in Zuurstof met een redelijke lengte:

KLAPLONGEN III

het enige wat ik heb kunnen verzinnen
om te doen met mijn verdriet
is er zijdewolken van spinnen
tot de lucht in mijn slaapkamer
saffierblauw ziet

want alleen als ik jou inadem
dan valt het ondraaglijke te verdragen
dan groeien er ineens klaprozen
uit mijn zenuwuiteinden
dan hoeft de nacht me niets te vragen

Van ‘zuurstof’ naar ‘klaplongen’ en naar ‘klaprozen’ die groeien ‘uit mijn zenuwuiteinden’: dat laat zien hoe speels de geest van deze veelbelovende debutante is. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit een bundel is die vaak over de toonbank zal gaan vanwege de laagdrempeligheid van haar poëzie. Haar ‘boterzachte stem’ valt hier te beluisteren.

____

Adriana Ivanova (2020). Zuurstof. Uitgeverij Vrijdag, 120 blz. € 20,00. ISBN 9789460019166


 

Roger De Neef – De gedichten voor Marinette

door Marc Bruynseraede




Fijnzinnig estheet Roger M.J. De Neef, die we kennen van zijn veelvuldige uitgaven van poëzie, gekoppeld aan beeldende kunsten, heeft een hommage laten verschijnen aan de gestorven Marinette. Hij noemt zijn zeer verzorgde bundel De gedichten voor Marinette – een rouwkrans, verlucht met abstract-constructivistische illustraties van Guy Leclercq, want beeld en woord horen bij elkaar. De sobere, knappe composities van Leclercq doen wat denken aan het werk van Jozef Peeters (het tijdschrift Het Overzicht en De Driehoek met Eddy du Perron) uit de jaren twintig.

In een ‘Verantwoording’ achteraan zegt De Neef: ‘Ik schreef deze vijfentwintig gedichten voor Marinette. Voor mij een vorm van bidden, begeleiden en waken. Ik hield van haar omdat ze onduidelijk en hortend sprak, zielsveel van bomen hield, alle geduld opbracht om dingen, mensen en ook zichzelf voluit volop te benoemen en haar aanwezigheid met ons te voltooien. Kunstenaar Guy Leclercq tekende en schilderde met de bouwstenen van haar voornaam een enig mausoleum.’

Met meesterlijke precisie zet de dichter, in de eerste cyclus ‘Een rouwkrans’, een portret neer van de gestorvene :

——–                 —                         –Ieder van ons vult jou in
———                 –                          met kruimels van het brood
———-                                          –dat je was

Gedenken wij

Je kleed van vlees
het landschap
van je handen

het gebeente
van je stem

je vreugde
overal

De dichter gaat de ellende en treurigheid van de werkelijkheid niet uit de weg, maar weet ze in te kleden in de subtiliteit van de bewoording: ‘Ik bezoek je / merk niet meteen / je magerte / tussen die dubbele / boterham van verse lakens // in die effen witte kamer’. De woordkeuze is even summier en precies als radeloos. De verzen kringelen als een hond die zijn staart achterna zit, rond de allerlaatste vragen: ‘Wat is leven ? Wat is sterven ?’ Zijn esthetiserende beschrijving ontkomt aan de troosteloosheid van het tafereel. Om te besluiten in de beklijvende woorden: ‘Sterven is verhuizen / jezelf verplaatsen / en in anderen begraven.’

In de tweede cyclus ‘Ernaschrift’ blikt de dichter met vertedering terug op de kostbare momenten met ‘Marinette’. Andermaal, liefdevol formulerend :

Marinette kleine schelm
je voeten in gapende
laarsjes van vilt

je vroeg
van alles niets
glimlachte om het wit

en het roos van de lente
buiten alles in bot
toen je al sliep

Roger De Neef sluit deze cyclus af met: ‘Marinette kleine schelm / we houden je ziel / bij ons in je schelp // en luisteren ernaar / straks / stellen wij je weerom samen.’

In de derde en laatste cyclus van de bundel brengt Roger De Neef een erg geslaagde reeks van zes boomgedichten onder de titel ‘Boomschrift’. Het zouden gedichten kunnen zijn, geschreven door een Dryade, de befaamde boomnimfen uit de Griekse mythologie: mooie vrouwen die de elementaire krachten symboliseren maar niet onsterfelijk zijn. ‘Zodra de boom doodging waarmee ze in verbinding stonden, stierven zij ook’ zegt Wikipedia. Het laatste gedicht van deze cyclus klinkt als een gebed, een meditatie: ‘Een boom / vraagt niets / hij bidt // beheert / de onmogelijke stilte / die ons voorgaat.’

Een stil maar grandioos eerbetoon aan een dierbare, die er niet meer is, maar die als een boom, wiens ‘woud van wortels / donker en onleesbaar / in de opstandige aarde / (…) ons met hem verbindt’, alomtegenwoordig is.
___

Roger De Neef (2020). De gedichten voor Marinette. Een rouwkrans. PoëzieCentrum, 51 blz. €25,00. ISBN 9789056553487


 

Taalpodium Emmen – Lichtvoetig IV

door Janine Jongsma




Voor de vierde keer is er naar aanleiding van het Nederlandse Kampioenschap Light Verse-dichten een bundel verschenen: Lichtvoetig IV, met daarin een selectie van het ingezonden werk. Stichting Taalpodium Emmen (STEM) is de organisator van dit jaarlijkse concours. Afgelopen oktober werd Wim Meyles uit Sint Pancras uitgeroepen tot winnaar, hij mag zich een jaar lang Nederlands Kampioenschap Light Verse noemen. Christiaan Abbing uit Veenendaal en Jaap Bakker uit Zwolle werden respectievelijk tweede en derde.

Het voorwoord in de bundel is van Ivo de Wijs, die een anekdote vertelt waarin Harry Mulisch en Adriaan Roland Holst een rol spelen. Dan sta je natuurlijk met deze bundel al één punt voor! Opvallend aan de inhoud zijn de vele gedichten die over het coronavirus gaan. Daarnaast staan er gedichten in onder de noemer ‘Actueel’ zonder een dichtersnaam erbij vermeld; deze zijn van hoge kwaliteit – hebben de leden van de jury of het bestuur wellicht ook hun steentje bijgedragen aan de bundel? Ook die gedichten handelen over het tijdperk van de pandemie. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over, dit gaat zeker op voor de Light Verse dichters.

De jury vindt het werk van Meyles veelzijdig en hij beschikt over onmiskenbaar vakmanschap: ‘Over ieder woord is nagedacht, terwijl het taalgebruik nergens gekunsteld oogt.’ Hier een voorbeeld van dit vakmanschap:

Marie beoordeelt haar figuur,
haar borsten met tevreden blik
en klaagt dan piccalillyzuur:
‘Mijn derrière is te dik’.

Hier past een liefderijk gebaar.
Ik zie het blote tafereel
en geef als troostend commentaar:
‘Elk voordeel heb zijn achterdeel’.

(Wim Meyles)

Er valt over het vakmanschap van Wim Meyles uiteraard veel meer te ontdekken, ik verwijs u daarom door naar de bespreking van zijn laatste dikke bundel Ietsnut, met zo’n driehonderd verzen erin! Meyles nam hier ook twee minicursussen in op over Light Verse schrijven. Recensent Inge Boulonois zegt hierover: ‘De minicursussen van Wim Meyles zijn toegankelijk geschreven en laagdrempelig. M.i. heel geschikt voor wie de eerste, voorzichtige schreden in het gebonden luchtige genre wil zetten.’

Ik sluit af met een sonnet dat mij persoonlijk aansprak vanwege het treffende tafereel en de verrassende paradox in de laatste strofe.

OOIT

Uit grijze wolken sijpelt vaag een stem.
De weerklank van een miezerig bestaan.
Je ziet de mensen snel hun kraag opslaan.
Ze kijken schichtig weg, negeren hem.

De man ontwijkt ternauwernood een tram.
Hij heeft zich aan de drank tegoed gedaan.
Behoedzaam klampt hij je gevoelens aan.
“Ik ken jouw soort,” zegt hij opeens met klem.

“Ik ken jou met je achterlijke hoed.
Je vindt jezelf zo onweerstaanbaar goed
als je jezelf verliest in de lyriek

voor zaaltjes met een man of tien publiek.”
Zijn gore adem slaat in je gezicht.
“Ik ken jou. Ik schreef zelf ooit dit gedicht.’’

(Robin Veen)

____

Taalpodium Emmen (2020). Light Verse-bundel Lichtvoetig IV. Uitgeverij Ter Verpoozing, 72 blz. € 10,00. ISBN 9789492546807

Geplaatst in Recensies.