Jan van Peer

Jan van Peer (Grave, 1953) wil toegankelijke gedichten schrijven waarin beelden een grote rol spelen. Woorden moeten zo gebruikt worden dat ze de ruimte krijgen om associaties teweeg te brengen bij de lezer.
Hij was winnaar van de poëziewedstrijd Raadselige Roos in 2020. Hij heeft bij datzelfde evenement in eerdere jaren eenmaal de tweede plaats behaald en eenmaal de publieksprijs gekregen. Daarnaast is een van zijn gedichten in 2015
doorgedrongen tot de laatste 100 bij de Turing poëzieprijs. Naast het schrijven van poëzie houdt hij zich al jaren voornamelijk bezig met het componeren en uitvoeren van muziek voor theaterproducties en voor het ensemble waarin hij meespeelt.

foto Olga Sengers

 

Nachtjagers

Wanneer de dag vermoeid
haar zware poorten dicht schuift,
het dunne lange licht glijdt
nog juist op tijd naar binnen,

voordat de nacht beleg slaat
voor de poorten en de glazen
torens van de slaap belaagt,
als een onrustbarend roofdier,

houd ik de wacht, ontsteek
de vuren op de muren
en sla een schril alarm want ik
zie de zwarte schimmen kruipen,
zie de nacht op kattenklauwen sluipen
naar de citadel.

Het donker overmant de slaap
en brandschat haar en plundert dromen.
De maan zal niet meer opkomen
in de gespalkte tijd van deze nacht.

 

Mijn tante

Ze barricadeert haar huis met oude verhalen,
Bezweert de tijd met vastgeroeste klokken
En zet de tafel en de stoelen op wacht,
In strak gelid zoals het altijd was.
Er sijpelt nu geen tijd meer binnen
Want mijn tante houdt niet van deze tijd.

Buiten is de wind en het losgebroken water.

Maar mijn tante is ondergedoken.
Diep in haar duikerklok wandelt ze
Door de hof en plukt de rijpe frambozen.
De versgewassen lakens sneeuwwit op de bleek
En de hoge zon gaat maar niet onder.

 

Het verlaten huis

Nog altijd ademt het huis
je adem en nog zo vaak
zie ik in de spiegel je ogen

Het hout van de treden kreunt
nog onder jouw stap en de zolder
bewaart je diepste geheimen

Nog altijd kun je thuiskomen
even een bezoekje afgelegd
bij verre vrienden wil ik denken

Maar ik zie de gordijnen bewegen
in de binnengekropen wind
het is koud achter
het gebroken glas
Geplaatst in Gedichten.