“Alle dichters, op straat geboren”

Kila van der Starre is literatuurwetenschapper, poëziecriticus en onderzoeker. In 2017 richtte ze de website Straatpoezie.nl op.  In 2018 schreef ze samen met Babette Zijlstra het poëzie-doe-boek 24 uur in het licht van Kila&Babsie. Begin 2021 verschijnt haar proefschrift, Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie, aan de Universiteit Utrecht, over onder andere straatpoëzie, Instagrampoëzie en poëzietatoeages in Nederland en Vlaanderen.

Truus Roeygens sprak met haar.

foto Joost Bataille

 

Mijn straat is een oude boerin. De bochel in haar rug zegt mij dat. Magere melkkoeien in een wei met overal groene lintjes. De rode huizen aan weerszijden die mijn straat afzetten, brengen haar immer in verlegenheid. Kan je ons iets zeggen over de straat van Kila?
Ik woon in de bloemenwijk in Utrecht, dus ik ben omringd door straten die prachtige namen hebben en in de juiste maanden ook prachtige bloemen. Een stukje verderop doemt een van de mooie oude watertorens van de stad op en achter ons wordt een hele nieuwe wijk gebouwd, in oude panden van de NS. Een heerlijke plek, gelukkig maar, want ik werk door Covid al acht maanden thuis.

Hoe anders is de straat waar je nu in woont dan de straat in Cuckfield in Sussex in Engeland waar je bent geboren?
Ik heb helaas slechts hele fragmentarische herinneringen aan ons huis in Cuckfield, voornamelijk gebaseerd op foto’s. Mijn ouders waren echt verliefd op dat huis en dat zie je nog steeds in hun ogen als ze erover praten. Het is het huis waar mijn broertje en ik door mijn Britse moeder en Hollandse vader zowel Engels als Nederlands hebben leren praten. Toen ik drie was verhuisden we naar Maebashi in Japan en kwam er voor ons nog een taal bij. Pas op mijn vijfde woonde ik voor het eerst in Nederland.

 

Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.
Zij waren het van kind af aan.
Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.


Het gedicht Onvervreemdbaar van Ida Gerhardt, uit de bundel Het sterreschip (1979) is het gedicht dat het vaakst voorkomt in de openbare ruimte van Nederland en Vlaanderen, zo blijkt uit het onderzoek van Kila naar straatpoëzie.

In Utrecht kan men gemakkelijk op jou botsen, want je organiseert er straatpoëziewandelingen. De poëzieliefhebber die de snelwegen van instagram oprijdt, komt jou daar tegen in workshops over Instapoetry. Je lanceerde een database van straatpoëzie en je runt hun crowdsourcingwebsite . Wordt de beste poëzie/ worden de beste dichters op straat geboren -zoals in het voetbal?
Ik denk dat eigenlijk alle dichters op straat worden geboren. Het idee van de dichter die heel alleen op een zolderkamer gedichten schrijft geldt echt maar voor een hele kleine groep auteurs. En dat is altijd al zo geweest, denk ik. Net als dat poëzie altijd al multimediaal is geweest en het publiek gedichten op uiteenlopende manieren, in verschillende manieren voor verscheidene doelen gebruikt in het dagelijks leven. Nu, aan het begin van de 21e eeuw, zijn straatpoëzie en Instagrampoëzie inderdaad twee grote en belangrijke poëzievormen. Die eerste vorm is natuurlijk al eeuwen oud, net als alle mondelinge vormen van poëzie, die vandaag de dag zowel op live podia als online zorgen voor een immens groot poëziepubliek.

 

In memoriam voor een vriend

Rust nu maar uit – je hebt je strijd gestreden.
Je hebt het als een moedig man gedaan.
Wie kan begrijpen, wat je hebt geleden?
En wie kan voelen, wat je hebt doorstaan?
Rust nu maar uit – je taak is afgekomen;
vandaag heeft God de kroon op ‘t werk gezet
dat je eenmaal in Zijn kracht hebt ondernomen.
De zin was af. God heeft een punt gezet.
Maar ‘t valt ons moeilijk om de zin te vatten
van ‘t zwijgen van je laatste harteklop.
Misschien alleen maar dit: de afgematten
en moeden varen als met arendsvleuglen op…


Het gedicht In memoriam voor een vriend van Nel Benschop, uit de bundel Een vlinder van God (1973) blijkt uit databaseonderzoek van Kila naar het gebruik van poëzie in Nederlandse rouwadvertenties samen met ‘n Beetje en Vriend van Toon Hermans het vaakst gebruikt.

Je bent voornamelijk onderzoeker –of ben je zoeker?
Ik ben een onderzoeker die constant zoekt ja, dat klopt wel. Als literatuurwetenschapper ben ik gefascineerd geraakt door de paradoxen die in en rond de poëzie bestaan. Aan de ene kant wordt het als een elitair, klein nichegenre beschouwd, terwijl aan de andere de openbare ruimte volhangt met gedichten, het internet een gigantische schriftelijke en mondeling bloemlezing vol poëzie is en bijna iedereen op zoek gaat naar gedichten bij grote emotionele gebeurtenissen in hun leven. Op basis van de verkoopcijfers van poëziebundels wordt al jaren geroepen dat poëzie dood is, terwijl de Nacht van de Poëzie ieder jaar uitverkocht is en gedichten viraal gaan op YouTube.

Hoe komt het dan toch dat poëzie vandaag nog altijd wordt ervaren als de taal van Marsmannen? Wat is de blinde vlek bij dichters? Waarom zijn dichters niet beter in staat om meer mensen tot leven te wekken? Of stel ik hier de foute vragen? En hoe zouden de juiste vragen dan wel moeten klinken?
Volgens mij gelden dit soort vragen vooral als je enkel kijkt naar poëzie in boekvorm. Poëzie buiten het boek laat namelijk zien dat heel veel mensen poëzie – soms op dagelijkse basis – gebruiken in hun alledaags leven. Ze vinden daar juist de woorden die nodig hebben, maar niet altijd zelf kunnen formuleren. Er bestaan inderdaad dichters met een beperkt publiek, maar er bestaan ook vele hedendaagse dichters met een massaal bereik, zelfs een massale fandom. Denk aan populaire Instadichters, Plintdichters en spoken word- of slamdichters die viraal gaan op YouTube. Poëzie is wijdverspreid en bloeit volop, maar om dat te zien moet je heel inclusief kijken: alle media, alle dichters, alle poëzie.

 

Eb

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t oogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


Het gedicht Eb van M. Vasalis, uit de bundel Vergezichten en gezichten (1954) is het gedicht waarmee Kila haar proefschrift, Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie, opent.

In 2018 gaf je samen met Babette Zijlstra het poêzie-doe-boek 24 uur in het licht van Kila&Babsie uit, in de reeks woorden temmen. Kan je voor de Meanderlezer de basisknepen hier handig formuleren?
Babette en ik zijn die reeks in opdracht van uitgeverij grange fontaine begonnen omdat we een behoefte zagen. Veel mensen hebben namelijk poëziekoudwatervrees en denken onterecht ‘Poëzie? Niks voor mij!’. In ons poëzie-doe-boek nodigen we iedereen aan de hand van prikkelende lees-, doe-, denk- en schrijfopdrachten uit om met gedichten aan de slag te gaan. We kozen onze 24 lievelingsgedichten uit, onder anderen van Tjitske Jansen, Jules Deelder, Rodaan Al Galidi, Eva Gerlach en Annie M.G. Schmidt en koppelden die aan 24 tijdstippen en locaties. Ook leggen we op een laagdrempelige manier poëzieanalytische termen uit en geven we leestips voor meer poëzie. Het tweede deel in de reeks woorden temmen is trouwens net uitgekomen. Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera kozen 30 gedichten uit en koppelden die aan verschillende lichaamsdelen. Zo hoort ‘Graag verlossing’ van Gerda Blees bij de ogen, ‘de rivier’ van Lucebert bij de tong, ‘rib’ van Radna Fabias bij de ribben en ‘Als het je overkomt’ van Marieke Lucas Rijneveld bij de knieën.

 

Kila van der Starre verdedigt op vrijdag 12 februari 2021 om 16:15 uur haar proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie aan de Universiteit Utrecht. Wil je een link ontvangen naar de livestream van de verdediging en/of naar het proefschrift, dat die dag online zal verschijnen als gratis e-boek? Vul dan dit formulier in.

Geplaatst in Interviews.