Vissers van San Giorgio

door Hans Franse

 

In alle vroegte ben ik naar San Giorgio gewandeld, een vissersplaatsje, even ten zuiden van Bari.
Het was een prachtige, rustige ochtend. De zee was roze tot oranje getint, de hemel wolkenloos. Door bebouwing en sfeer deed het dorpje Grieks aan.

De meeste vissers vissen ’s nachts. Soms varen ze nog uit in de vroege ochtend als de zon net op is. Het is zoals het vele eeuwen was. De kleine bootjes, vergrote roeiboten, soms met een buitenboordmotor, soms nog door twee of drie man geroeid, vertrekken van dezelfde plaats als waar ze aankomen: de kade die er altijd zo heeft uitgezien, al in de middeleeuwen en daarvoor. De vracht wordt daar gelost, waarna ze weer de zee opgaan, vanochtend rimpelloos. Groepjes mannen staan bij elkaar, bespreken de vangst, helpen andere vissers bij aankomst en vertrek en laden mee uit. Als de bootjes vertrekken lijken het zwart puntjes tegen het zachte licht van de ochtendzon, die echter snel klimt en dan warm wordt.

 

De voorvaders van deze vissers waren verantwoordelijk voor het overbrengen van de relikwieën van Sint-Nicolaas. Elke stad ging er prat op om kostbare relikwieën te hebben: een grote havenplaats als Bari wilde de overblijfselen van de patroon van de vissers en de zeevaart binnen zijn muren hebben. De vissers stalen de overblijfselen van de heilige in Myra en gingen, toch wel bang, terug naar de wachtende stad. Er brak een zware storm uit. Die vergrootte hun angst. Was de storm de straf voor hun diefstal? Ze konden niet veel anders doen dan bidden. Maar de geest van de heilige verscheen en hij kalmeerde de golven: zij wisten dat het goed was. Het is allemaal betrekkelijk vreedzaam. Belegerde Hendrik de Leeuw niet de stad Sorrento om aan een fictieve tand van de H. Marcus te komen?

Even buiten San Giorgio staat op een rotspunt in de zee, vlakbij het lawaaierige vakantiedorp en het nog lawaaieriger strand, ter herdenking van die gebeurtenis een grote bronzen plaquette gemaakt in 1987 toen het negende eeuwfeest van de heilige diefstal werd herdacht. De maker is een mij volstrekt onbekende A. Ditterlizzi. In brons wordt het verhaal verteld: visser zitten in een bronzen vissersschip terwijl bronzen gestileerde golven aangeven dat de zee wild is en de golven huizenhoog. Links zitten vissers te bidden op de kade van San Giorgio, anderen gooien toch hun netten uit om leeftocht te vangen. Centraal in de plastiek staat een smekende visser met opgeheven handen. Boven de plaquette steekt de rustgevende kop van Sint-Nicolaas uit, zonder mijter, maar met staf, die zijn handen in een zegenend gebaar boven de vissers uitstrekt.

 

Op een bronzen banderolle staat een tekst: ‘Era la domenica del 9 maggio 1087. I marinai giunti in vista di Bari, appredorono al porte di san Giorgio, costruirono un urna e inviarono d’loro arrivo con le reliquie di San Nicola. (Het was de 9e mei 1087. De zeelui in het zicht van Bari kwamen samen bijeen bij de poort van San Giorgio en maakten een urn en zonden tijding van hun aankomst met de relikwieën van Sint-Nicolaas.)

Er wordt weinig naar de plaquette gekeken. Men amuseert zich: een plaquette, zelfs van een groot heilige, is wel aardig, maar hoort niet bij dat amusement en is meer decor dan wezenlijk gedenkteken. Af en toe blijft iemand stilstaan die de tekst leest maar vervolgens naar de borstwering loopt die langs de zee staat.

In de verte komt  uit de richting van Kroatie ‘een stoomboot uit Spanje’ aan, die ons ongetwijfeld ‘Sint-Nicolaas’ brengt. Afgezien van de grootte van het schip: zo moet het geweest zijn op die gedenkwaardige zondag in 1087.

 

afbeeldingen (c) Hans Franse

 

 

 

Geplaatst in Column.