LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Paul Bezembinder

23 mrt 2021

Paul Bezembinder studeerde theoretische natuurkunde in Nijmegen. In zijn poëzie zoekt hij in vooral klassieke versvormen en thema’s naar de balans tussen serieuze poëzie, pastiche en smartlap, met veelal verwijzingen naar klassieke oudheid en filosofie. Onlangs verscheen zijn nieuwe bundel Parkzicht, een tragische liefdesgeschiedenis. (“Waarheid of verbeelding? Ongemakkelijk blijft het. U zult nooit meer dezelfde zijn.”) De bundel is wereldwijd verkrijgbaar bij de betere boekhandel.

Bezembinders gedichten en vertalingen (Russisch-Nederlands) verschenen in bloemlezingen en in/op (online) literaire tijdschriften, waaronder Meander. Sacha Landkroon interviewde hem eerder voor Meander over zijn debuutbundel Gedichten.

 

voor Johan Bouwmeester
burgemeester van het Grote Kerkhof
–
Vergezichten
–
Verscholen op het Grote Kerkhof,
alleen te zien voor wie goed zocht,
bevond zich destijds «Lomonosov»
waar ik dit oude boekje kocht, een
winkeldochter, broos als koolstof.
–
Ach! In dit boekje schuilt Nabokov,
de zon, de vuurvogel, de ademtocht,
de taal, de thee, het dansend fijnstof,
díe winkel – en het lege plein waar hij
aan Deventer de verten tonen mocht.
Het kerkbezoek
–
Alsof de wereld door een licht
van achteren beschenen wordt
en jij zozeer wordt bijgelicht dat
denken weer beschouwen wordt,
zo stráál jij in aanwezigheid
van deze Russische icoon.
–
Jouw ratio wil toch nog kwijt:
wat je hier ziet, is doodgewoon,
het omgekeerde perspectief,
in al zijn eenvoud, aan het werk.
–
En toch, Zijn stem – ‘Ik heb u lief!’ –
weerklinkt, weerklinkt in deze kerk.
voor Hans F. Marijnissen
–
Meesterschap
–
Dat hij de vele zijaanzichten op een porseleinen
voorwerp in zijn hand met een terloops maar toch
doorleefd gebaar oplichten liet in juist dit ene kopje,
nee, dat was niet raar, – dat kwam spontaan, niet
onverwacht. Hij was een etalage waarin soms de
poëzie de mens de dingen als hertoverd bracht.
Zittende harlekijn
–
De wandtapijten van Stravinski’s Sacre
moesten die ochtend het decor wel zijn
van de naaktheid, de fraîcheur de nacre,
die vlamde in haar staalblauw porselein,
–
beiden werd daardoor de maat genomen,
de nachtdoek viel ten offer aan het licht,
maar eager was hij niet: in boze dromen
veegt hij nóg de grime van haar gezicht.

     Andere berichten

Wendelmoet Kuipers

Mijn naam is Wendelmoet Kuipers, dichter sinds kort maar met overgave. In mijn groeiende verzameling Chronische poëzie probeer ik met...

Ina Schroders-Zeeders

Ina Schroders-Zeeders: "In gedichten vind ik de reis door mijn wereld terug, en ik ben nog steeds lerende nu ik 68 ben, een reiziger in...

Jan Clement

Jan Clement

Jan Clement was docent Woord aan het conservatorium Gent en aan verschillende Academies. Hij publiceerde een achttal poëziebundels en in...