els van dinteren – Dubbelportret / Doppelporträt

kleinood voor vergeethoek

door Peter Vermaat



Dubbelportret – Doppelporträt van Els van Dinteren is een kleine tweetalige bundel, bibliofiel uitgegeven (mijn recensie-exemplaar heeft nummer 173 van 300) bij Isensee/Uta Fleischmann in Oldenburg als nummer 11 in de Staublau-reeks. Naast 12 Nederlandstalige gedichten met hun Duitstalige pendant bevat het boekje ook een zestal kunstwerken (twee potloodtekeningen en vier tekeningen in gemengde techniek) van de kunstenares Dia Postma (1953-2012).

Bibliofilie is meestal handwerk en in dit geval is dat zowel gelukkig als helaas zichtbaar. Het bundeltje is fijnzinnig vormgegeven (hoewel ik persoonlijk de paginanummering minstens 5 punten kleiner gekozen zou hebben), maar bevat ook een aantal zetfouten. Zo is een gedicht getiteld ‘herftzielen’ terwijl dat duidelijk ‘herfstzielen’ zou moeten zijn en is er in de vertaling van dit gedicht waarschijnlijk een woord weggevallen. Bij een genummerde eerste oplage, die je nooit kunt overdoen, is dat extra jammer.

Op het gevaar af opnieuw blijk te geven van masculien-burgerlijke vooroordelen valt het mij op dat merkbaar meer vrouwen dan mannen na hun pensionering de kwast of de pen ter hand nemen. De debuutbundel van Van Dinteren (1946) dateert uit 2015 en één van de gedichten daaruit is in deze tweede bundeling opnieuw opgenomen. Misschien is dat vanwege de vertaling. De kans dat er gebruik gemaakt wordt van een wat verdunde toets in plaats van een vol kleurengamma in taal- of verflust is bij deze groep ook aanmerkelijk groter. Om een indruk te krijgen van de gebruikte taal en stijlmiddelen, alsook van de wijze van vertalen citeer ik hieronder het openingstweetal:

allardsoog

———–voor H.N. WERKMAN

we lopen het zandpad op
rechts de akker iets verder links
de steen met namen

een oude man met bloem vertelt
hoe het was
die voorjaarsavond terwijl de vogels
zongen
en de vijand schier verslagen

de tuin in milde geur
van appelbloesem en sering -weet hij
nog
het grijze lood dat door de kleuren
sneed
tien keer heeft hij geteld
verraden afgevoerd —-gedood

we lopen terug
achter ons herinnering
de man de steen de namen

[p. 6]
Allardsoog

———–für H.N. WERKMAN

wir laufen den Sandweg hinauf
der brache Acker rechts links etwas weiter
der Stein mit Namene

ein alter Mann mit Blumen erzählt
wie es war
ein Frühlingsabend Vögel
sangen
Feindliches war nahezu besiegtder

Garten in Zartduft
von Apfelblüte und Fliederahnung
noch
trug er das Bleigrau das die Farben
zerschlug
zehn hat er gezählt
verraten —-abgeführt —-getötet

wir laufen zurück
hinter uns Erinnering
der Mann der Stein die Namen

[p. 7]

Het gedicht gaat over een bezoek aan de gedenksteen voor de kunstenaar Hendrik Werkman en negen andere gevangenen uit het Scholtenhuis, die op 10 april 1945, drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland, door de SD-er Pieter Schaap en diens kornuiten in de bossen bij Bakkeveen werden doodgeschoten, mogelijk om te voorkomen dat ze zouden getuigen van de martelingen en andere misdaden die de SD-ers op hun geweten hadden. Het Nederlandstalige gedicht komt niet veel verder dan een sfeertekening en ook het taalgebruik is weinig muzikaal. Behalve ‘het grijze lood dat door de kleuren sneed’ (dat voor wie het kleurige werk van Werkman kent een extra betekenis krijgt) is de verdubbeling van ‘schier’ in r. 6 en ‘grijze’ in r. 9 (schier is een ander woord voor grijs) het enige taalgebruik dat enigszins onder de oppervlakte resoneert. De Duitse versie heeft niet alleen meer klankmuziek, bijvoorbeeld in ‘brache Acker’ en in de klankherhaling van ‘art’ in ‘Garten’ en ‘Zartduft’, maar roept op betekenisniveau ook meer op: met ‘ein alter Mann mit Blumen’ (r. 4) en ‘(…) noch / trug er dan Bleigrau (…)’ (r. 8/9) wordt gesuggereerd dat hier een van de Duitse soldaten die betrokken waren bij de fusillade is teruggekeerd met bloemen om de doden te eren en zich met terugwerkende kracht te verontschuldigen voor zijn misdaad. Die suggestie wordt versterkt door ‘rechts links’ uit r. 2, dat in het lezen het marcheren van soldaten oproept. Ook klinkt ‘zehn hat er gezählt’ veel sterker (en vinniger) dan ‘tien keer heeft hij geteld’. Ten slotte is ‘Fliederahnung’ (letterlijk ‘seringvermoeden’) een veel krachtiger woord dan alleen ‘sering’ uit de Nederlandse versie.

Ik vermoed dat Uta Fleischmann (1956), die een groot aantal publicaties op het gebied van literatuur- en taalwetenschap op haar naam heeft (onder meer over Goethe, Novalis en Benn, maar ook Gertrude Stein en Charles Bukowski), een wat steviger hand in de Duitse vertalingen heeft gehad dan Van Dinteren zelf. Dit blijkt ook uit het volgende gedicht:

spiegel in spiegel

we zijn wie we altijd waren
oud geworden kinderen
al zolang geen vijftien meer
maar keer de vingers op één hand

bewegend levend in herinnering
bladdert het huis heel langzaam af
binnen brandt het stilstaand vuur
verwarmt zoekend de gedachten

woorden in vage trage bochten
namen worden aarzelend genoemd
geliefden die het brein verlaten
maar de rugzak nog altijd vol verlangen

[p. 18]

Spiegel im Spiegel

wir sind wer wir immer schon waren
alt gewordene Kinder
schon lange kein fünfzehn mehr
aber vervielfacht um die Finger einer Hand

das Gedächtnis lebendig halten
blättert das Haus auch langsam ab
innen brennt immer noch eine Flamme
und befeuert die suchenden Gedanken

Worte vage und träge gewendet
Namen zögerlich gesprochen
Geliebte die den Geist verlassen
aber der Rucksack immer noch voller Sehnsucht

[p. 19]

Hier bevat de Nederlandse versie een onzorgvuldigheid (‘vingers op één hand’ van r. 4 zou ‘vingers van één hand’ moeten zijn) en een niet zo handige formulering; ‘binnen brandt het stilstaand vuur / verwarmt zoekend de gedachten’ (r. 7/8), die in de Duitse versie veel duidelijker is: ‘innen brennt immer noch einde Flamme / und befeuert die suchenden Gedanken’ geeft immers veel beter de tegenstelling weer tussen het verouderende lichaam (het afbladderende huis) en de nog levende geestkracht (de brandende vlam die de gedachten doet oplaaien). Ook hier maakt de vertaler er een beter gedicht van: ‘aber vervielfacht um die Finger einer Hand’ klinkt zoveel ritmischer en rijker dan het Nederlandse ‘maar keer de vingers op één hand’(r. 4) en hetzelfde geldt voor ‘Geliebte die den Geist verlassen’ in vergelijking met ‘geliefden die het brein verlaten’ (r. 11).

Naast dat in de poëzie van Van Dinteren vooral de beschouwer te herkennen is, krijgen we hier en daar ook een doorkijkje naar de moralist:

volksverhuizing

vermoeid trekken ze langs de Ararat
met zekerheid gewikkeld in doeken
zwangere vrouwen voorop
mannen zeulen hun laatste bezit

een touw houdt hun geloof bijeen
naar fort Europa de poorten gesloten.
bruggen geheven. grachten omgeven
met messen van staal.

een moeder baart de vader kijkt bezorgd
een meisje streelt haar kleine hond
zullen zij de grenzen slechten
zal hun ark de golven weerstaan

[p. 32]

Völkerwanderung

müde ziehen sie am Ararat vorbei
zum Schutz in Tücher gewickelt
schwangere Frauen Kinder voran
Männer tragen die letzte Habe

Hoffnung stärkt ihren Glauben
an Europa die Festung Zugänge geschlossen.
Überwege blockiert. Gräben gesichert
mit Messern aus Stahl.

eine Frau gebärt ein Mann sorgenvoll
eind Mädchen streichelt seinen kleinen Hund
werden sie die Grenzen überschreiten
ihre Arche den Wellen widerstehen

[p. 33]

Het is opvallend dat pas in tweede instantie de Duitse versie met het gebruik van de meervoudsvorm ‘Arche’ mij op het spoor zette van het beeld van bootvluchtelingen, terwijl ik door het gebruik van Ararat, ark en ‘zeulen’ uit r. 4 van de Nederlandse versie in eerste instantie een groep mensen door een gebergte zag trekken. De naam Ararat wees mij in de eerste plaats naar het gebergte en niet naar het beeld van een overstroomde wereld, waarbij alleen zijn top nog boven het wateroppervlak uitsteekt. Ook hier heeft de Duitse versie met de vele a- en ä-klanken meer muzikaliteit en op enkele punten wijkt hij – ik vermoed vanuit klanktechnische en dus poëtische overwegingen – zelfs qua betekenis af van de Nederlandse versie: ‘Hoffnung stärkt ihren Glauben’ betekent toch echt iets anders dan ‘een touw houdt hun geloof bijeen’ en het eigendom van de kleine hond uit r. 10 verschuift van ‘haar kleine hond’ naar ‘seinen kleinen Hund’ (ik denk dat de klankherhaling in ‘streichelt seinen kleinen’ dit heeft veroorzaakt). De Bijbelse notie van ‘gewikkeld in doeken’ / ‘in Tücher gewickelt’ (r. 2) is in beide versies aanwezig, zonder daarin echt een functie te hebben, of het moet zijn dat Jozef en Maria na de geboorte van Jezus naar Egypte moesten vluchten. Je zou de dichter willen oproepen om wat avontuurlijker voor de dag te komen, aangezien ook zonder poëtische middelen de sympathie van de lezer vrij natuurlijk bij de ontheemde vluchtelingen zal liggen en niet bij de ‘wachters op de wallen van Fort Europa’. Vanuit het perspectief van zeevissen of vogelvlucht zou er bijvoorbeeld een beeld kunnen worden opgeroepen dat verrassender is. Het is Van Dinteren als mens vanzelfsprekend gegund om begaan te zijn met deze bootvluchtelingen, maar om dat gevoel om te zetten naar literatuur stelt hogere eisen.

De balans opmakend van dit kleinood raak ik niet echt gegrepen door de gedichten van Els van Dinteren, zodat het werkje wat mij betreft een plekje in de vergeethoek krijgt. De vertalingen van (mede) vertaalster Uta Fleischmann wekken daarentegen wel mijn nieuwsgierigheid naar haar primair scheppend werk.
____

Els van Dinteren vertaald door Uta Fleischmann (2021) Dubbelportret – Doppelporträt. Uitgeverij Isensee/Uta Fleischmann, 40 blz. € 12,00. ISBN 9783730817346

Geplaatst in Recensies.