Maak je geen zorgen

door Jan Loogman

 

Als ik in een wachtkamer zit, denk ik aan het gedicht van Joke van Leeuwen: Vier manieren om op iemand te wachten. Drie ervan (Zittend, Lopend en Staand) beschrijft zij min of meer uitvoerig, voor de vierde manier van wachten heeft zij aan één woord genoeg: Niet. We wachten tot de ander komt of we wachten niet.

Nu we met z’n allen niet op een ander mens wachten maar op het moment dat deze stille tijd voorbij zal zijn, lijkt de vierde variant afwezig. Alleen als we elke virologie ver van ons werpen, kunnen we afzien van wachten en ons als waanzinnigen naar voren gooien, terwijl we Herman van Veen luidkeels geweld aandoen: Opzij, opzij, opzij, / We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen / opstaan / en weer doorgaan. We rennen een grasveld op, een schuur of een kerk in, en vieren met gelijkgestemden ons feestje.

Maar deze variant is niet breed aanvaard. We zijn gedwongen te wachten en tonen alle mogelijke variaties van zitten, staan en lopen. Onverhoeds ontwikkelen wij ons tot virologen en experts in logistiek. Als het aan ons lag, waren we allemaal al geprikt. We hebben het niet voor het zeggen, maar storten onze gedachten uit in ingezonden brieven waarvan we morgen een verbeterde versie zullen schrijven. Misschien kunnen we deze delen in de sociale media. Onze gedachten ijsberen door de kamer of we lopen met Joke van Leeuwen naar de ramen / en terug en toch weer naar de ramen, / omdat geluid zich buigt naar wat je / horen wilt, maar het niet is…

 

Voor wie de informatie van virologen serieus neemt, lijkt de vierde variant van wachten nu te zijn: lijdzaam. Een ouderwets woord waarbij ik aan mijn moeder denk. Wanneer in haar leven heftige dingen gebeurden, ging ze thee zetten en als ze dat had gedaan, zei ze: ‘Ik kan het alleen maar aanvaarden.’ Dat nu – niets doen, onze ziel in lijdzaamheid bezitten, aanvaarden dat het gaat zoals het gaat – dat is geen doen voor ons. Het plaatselijk theater stuurt ons het ene uitstel- en afstelbericht na het andere, en roept ons daarin tegelijkertijd op ons te laten inspireren door de nieuwe audiorubriek (‘Een gezonde dosis vitamine T!’). Elke culturele instelling biedt ‘virtuele culturele lichtpuntjes’ in blogs, video’s en kijk- en luistertips. Tijdens ons wachten lijkt stilte ongewenst. Als hamsters in onze kooi draven we rond. Zelfs dichters ontpoppen zich tot activisten. Alsof er daar al niet genoeg van zijn.

Slapende oude man’, schilderij van Abraham van Dijck, Mauritshuis

Behalve zittend, staand en lopend kunnen we ook liggend wachten. We heffen de onzekerheid er niet mee op, maar we gaan liggen. Misschien zullen we nooit kunnen zeggen dat de dreiging achter de rug is. En toch zijn we gaan liggen en in slaap gevallen. Misschien overkomt ons dan dat we wakker worden en een gevoel van geluk ervaren, in de woorden van Czeslaw Milosz: ‘zo reusachtig en volmaakt dat het voorbije leven slechts een voorsmaak daarvan kende. En dit geluk had geen enkele aanleiding. Het verwijderde het bewustzijn niet, het verleden verdween niet, met heel mijn chagrijn droeg ik het in me…Alsof een of andere stem zei:Maak je geen zorgen, alles is zo gegaan als het moest gaan.’ Dat besef durft Milosz geluk te noemen.
Liggen is misschien de beste manier van wachten, in deze tijd. Te bed gaan met in ons achterhoofd de deftige stem van Ida Gerhardt: Zo kom tot rust. Vertrouw u aan de nacht, / te slapen gaat nu alles op de aarde – / en geef verloren wat uw hart bezwaarde, / langs verre stromen wordt het thuis gebracht.

 

andere afbeeldingen Pixabay

Geplaatst in Column.