Saskia van Leendert

Saskia van Leendert (1972) is dichter, therapeut en mindfulness trainer. Ze las haar gedichten voor op diverse podia zoals Onbederf’lijk Vers en ze stond in de finale van het NK Poetry Slam. Na Hoe zij mij leest (2009) en Een doodgewone donderdag (2012) is Restwarmte haar derde poëziebundel. Zij onderzoekt hierin “wat ons maakt tot wie we zijn. Zijn we niets meer dan een gelukkig toeval of worden we geboren als mogelijkheid? Zijn we in staat los te breken van de sporen die we meedragen? Hoe ga je om met je kwetsbaarheid in een veranderende wereld waarin je toekomst zoekt? Was er eerst het leven als eksters, nu is er het zoeken naar gelijke grond en naar manieren om te vliegen met het hoofd omhoog, de verten tegemoet.”

Vier gedichten als voorpublicatie uit deze nieuwe bundel, binnenkort te verschijnen bij uitgeverij U2pi in de poëziereeks Open. Op de achterflap staat de volgende tekst:

Op een dag pas ik in een broekzak
verlang ik naar de restwarmte
van handen.  


afbeelding bundel (c) Andreas Hetfeld

 

 

Ik moet gezegd

Het verschil van millimeters
en de stand van de neus
(voor wie het weet
of bereid is goed te kijken)
is te klein
om onderscheid te maken.

Gespiegeld
in mond, ogen, haren
en niet te vergeten mimiek.
Twee voor de prijs van één
delen we in identieke kledij
lof en troost.

Exclusief bezitten we niets.
Wie ik ben blijft
een goed bewaard geheim.
Vandaag schreef ik
voor het eerst mijn naam.
Mijn naam, die is van mij.
Remedie

Ga languit liggen in de wond.
Aai randen, proef het pus op je vinger.
Onderzoek het vuil onder je nagels.
Leg je hoofd op het kussen van oud zeer
en adem uit.

Er zijn woorden die de strijd aangaan
met alles waar geen woorden voor zijn.
Wapen je met een dubbeldik dekbed van
suikerspin, kippensoep en draadjesvlees.

In het wit drijven eilanden, wrakhout
waar je armen omheen mag slaan.
Kam klitten uit de draden
die leiden naar het moment
waarop je zoekraakte.

Schrijf met rafelranden.
Knip je nagels.
Gooi beddengoed in de was.
Gebruik vlekkenverwijderaar.
Mevrouw X

Kleedt u zich maar uit, mevrouw.
U bent zoveel meer
dan u prijsgeeft aan het blote oog.

Overal bent u aanwezig
tot aan de oevers van uw huid
bent u mens. In iedere cel

herhaalt en handhaaft u zich
in plooien die zich plooien naar
variaties van een en hetzelfde patroon.

Hier zien we dat u zich
onregelmatig onvoorspelbaar deelt
buiten de door ons bepaalde grenzen.

Het is toch weer die verdomde dood
die ons samenscholingsverbod negeert.

Doof houdt hij zich voor ons.
Wij spreken geen ander idioom
dan de taal der statistieken.

U huilt, mevrouw.
Verlangen naar een noodrem

We tasten boven onze hoofden
de hemel stelt geen grenzen.
Al wat ons omringt ontspoort.

We zijn niets meer
dan een gelukkig toeval.

Alles gaat door en verder en valt
uit elkaar op zijn ingebouwde tijd
laat alles los, ook wij

kunnen niet overweg met zoveel ruimte.

Onder ons beeft de aarde.
Voel maar, je merkt er niets van.

Voortbestaan
vergt adem en tijd
is alles wat we niet hebben.
Geplaatst in Gedichten.