Willem Thies – Mijn zoon hij zegt

Taalsouplesse en warme openhartigheid

door Paul Roelofsen




Willem Thies (Nijmegen 1973) won in 2006 met Toendra de C.Buddingh’- prijs en publiceerde daarna meerdere bundels, waaronder Na de vlakte waarvoor hij werd genomineerd voor de J.C. Bloem – poëzieprijs. De bundels Twee vogels één kogel en Meer mensen dan reddingsvesten doet vermoeden dat hij wel eens onheilspellende poëzie zou kunnen schrijven. Dat klopt.

Aan Mijn zoon hij zegt, de zevende bundel van Thies, valt direct de omslag op: fel gekleurde bloemen tegen een al even stevige blauwe achtergrond. Het doet kinderlijk expressief aan en dat is goed gezien want het elfjarige zoontje van de dichter is de schilder ervan.
Dit jongetje, de titel van de bundel suggereert dat ook al, speelt in deze openhartige bundel een prominente rol.

Opdat anderen niet weten
dat ik zachtmoedig ben, schrijf ik in de nacht,
in het schijnsel van een zwakke lamp.
Ik neem verantwoordelijkheid, snijd de schuld van mijn ex-vrouw
in tweeën en eet
hem op als ontbijt, als spijt, ik draag de koffer
van mijn zoon zodat hij onbelast reist naar zijn tweede huis,
en ik, losgebroken dierentuindier plots in het opene, schrik
van de wind in het onbeschutte.

Thies zet hier in niet meer dan dertien regels een zowel schrijnend als vertederend beeld neer van wat een scheiding kan betekenen voor vader en zoon als zij hun thuis verlaten. De plotselinge verantwoording van de vader, die zijn zoon onbelast wil laten en zijn schrik omdat hij zich plotseling onbeschermd weet.

Dit gedicht is het tweede van de eerste reeks gedichten met de gelijknamige titel ‘Opdat anderen niet weten dat ik zachtmoedig ben’ en het is in deze afdeling dat de dichter zijn verbondenheid met zijn zoon en naasten zonder scrupules blootlegt. Een dergelijke vrijmoedigheid leidt vaak tot een sentimentele kijk in de keuken van de auteur, iets waar de lezer niet op zit te wachten, maar in dit geval is daar door het ongekunstelde en soepele taalgebruik zonder enige pathetiek geen sprake van. Nog een gedicht uit deze reeks:

Protagonist

Ik houd van mijn vrouw omdat zij haar huiver durft te schrijven
haar afschuw haar donkerte
ik lees haar, het asachtige haar van haar protagonist
die zich
misschien
in de diepte werpt. Het doet er (uiteindelijk) niet toe. Mijn vrouw
kiest ervoor
haar protagonist geen schaar
te laten gebruiken om zich van overtollig hoofdhaar
te ontdoen. Met een mes
gaat het minder gelijkmatig. Schever.
Ik houd van mijn vrouw, zij is er, en mijn zoon ruikt niet langer
naar mild zoete zeep
zijn lichaamsgeur krijgt iets persoonlijks en specifieks. Hij is niet
langer geruisloos en stil
in zijn slaap, hij ronkelt zacht, zijn ademteugen geven kopjes
tegen mijn borst. Hij is warm
en murmelt, zijn hoofd droomt

Naast de genegenheid voor zijn zoon komt hier ook de liefde voor zijn vrouw aan bod en de verwevenheid van die twee.
Ik citeer deze gedichten als eersten omdat zij het meest in het oog en in het hart vallen. Zij wringen nergens, zijn helder en jagen geen enkel dichterlijk effect na. Naast deze poëzie valt er nog meer te genieten. In de overige afdelingen treft men composities aan waarbij ogenschijnlijk lukrake, op zichzelf staande scenes onder elkaar worden geplaatst, die na lezing toch een geheel blijken te vormen. Details versterken het geheel, het geheel versterkt de details.

Processie

Er was een vrouw die haar hoofd had kaalgeschoren
en het haar grijs en kort
liet teruggroeien. Misschien was haar jeugdvriendin gestorven.

Zoek je eigen lichaam in de stoet die voorbijkomt.

Na een dag verliezen vliegende mieren hun vleugels.

Alle treinstations zijn verweesd.

De helikopters klutsen de lucht.

Drones lichten rood op en doven.

We tekenen het oeuvre van de doden op.

Wolhandkrabben lopen over de bodem van het IJ om te paren.

Een veerpont stoot tegen het land.

Kortom, een processie, de loop der dingen, bestaat uit van alles en nog wat (taferelen, meningen, adviezen et cetera), maar de onderdelen ondersteunen elkaar.

In dezelfde afdeling van bovenstaand gedicht staan ook enkele grappige teksten die op de taal gericht zijn, en dan met name op stijlfouten.

Catachrese (*)

Voor poot bestaat geen letterlijk woord
als het gaat om het stutten of steunen
van een voorwerp dat je kunt verschuiven. Schraapt
een stoel zijn voetzolen
over de vloer? Stoot hij zijn tenen, schaaft hij zijn rug?
(Is het blad van de tafel een huid die glanst van hardheid?)

Het hoofd van een familie of organisatie, oortje
van een kop, bebloede trofee op een schotel. Offer.

Deze speelse gedichten refereren aan het openingsgedicht onder de noemer ‘Vermijd stijl’. Je kan niet zeggen dat Willem Thies zich iets van dit advies aantrekt, wel dat hij op verschillende manieren buitengewoon boeiende poëzie schrijft.

(*) Een catachrese is een stijlfout, of een stijlfiguur wanneer deze opzettelijk wordt gemaakt.
____

Willem Thies (2021). Mijn zoon hij zegt. Podium, 64 blz. € 21,99. ISBN 9789463810791

Geplaatst in Recensies.