Anouk Smies – De drang om niemand af te maken

Frauderen met de drang om iemand af te maken

door Wim Platvoet




de drang om niemand af te maken is de vierde dichtbundel van Anouk Smies. In de aantekeningen achterin de bundel schrijft ze: ‘Voor deze bundel legde ik interviews af met medewerkers van het Huis voor Klokkenluiders en Armand Lucas, een Libanonveteraan. (…) Tevens sprak ik met een vrouw die geboren werd bij de Jehova’s getuigen en de sekte op haar 50e verliet.’ Deze gesprekken heeft Anouk Smies verwerkt in drie cycli: ‘oorlogsveteraan’, ‘klokkenluider’ en ‘tijdsgeest’, en daar nog een vierde cyclus aan toegevoegd: ‘dichter’. Deze laatste cyclus kan wellicht worden gelezen als een gesprek van Smies met zichzelf. In de aantekeningen staan enkele verwijzingen naar de gesprekken, maar verder wordt uit de gedichten niet duidelijk in hoeverre ze het resultaat zijn van die gesprekken of veeleer voortkomen uit de poëtische verbeeldingskracht van Anouk Smies zelf. Ook is mij niet bij elke cyclus de interne samenhang daarvan duidelijk, evenmin als de samenhang binnen de bundel als geheel. Misschien ben ik als lezer te veel ‘een gebed om informatie’ (p. 52), wil ik uitschreeuwen ‘Leer mij roven’ (p. 53), terwijl ik niet inzie: ‘Als je niet betaalt / voor het product / ben je zelf het product’ (p. 52 – gedicht ‘SURVEILLANCE KAPITALISME’).

De gedichten zijn dus een poëtische verwoording van relevante maatschappelijke thema’s – maar ‘Wie gelooft dat het woord er eerst was / leest geen poëzie’ (openingsregels van het eerste gedicht (‘IDEE’) van de cyclus ‘dichter’, p. 37) . Wie deze poëzie leest, raakt er echter van overtuigd dat de misstanden op deze aarde poëtisch verwoord kunnen worden. ‘Alleen een mens / zou de oorlog bedenken’ (slotregels gedicht p. 10), en daarom: ‘Ik ben de oorlog’ (openingsregels gedicht p. 12).

Hoewel je dat op grond van de wijze waarop de gedichten tot stand zijn gekomen zou kunnen verwachten, wordt er in de gedichten weinig verwezen naar de werkelijkheid buiten het gedicht. Er komen wel enkele woorden in voor, die hun directe betekenis uitsluitend ontlenen aan de werkelijkheid waarnaar ze verwijzen, met name enkele namen, zoals Dennis Mukwege (‘een Congolees gynaecoloog en expert op het vlak van seksueel geweld in conflictgebieden. In 2018 werd hij als mensenrechtenverdediger bekroond met de Nobelprijs voor de Vrede’ [Wikipedia])

Toch lukt het mij niet zo goed om deze gedichten, die de pretentie hebben – om een wat ouderwets woord te gebruiken – geëngageerd te zijn als geëngageerd te lezen. Zijn ze als gedichten zelf betrokken bij de thema’s die ze behandelen – of overheerst de poëtische verwerking. Ik weet het niet. Misschien zijn de gedichten iets te afstandelijk, terwijl de onderwerpen schreeuwen om woede. Er is een enkel gedicht waarin die woede direct in de woorden doorklinkt, zelfs zonder verwijzing naar de oorlog, hoewel het voorkomt in de cyclus ‘oorlogsveteraan’: het gedicht ZWART (p. 19):

Ontkoppel kleur van intentie, ruik dennen die hun wortels opzuigen
damp die korrelig wordt, blaren op dieren, wind binnen een vacuüm,
vuurnesteling, de holte van gedachten, eenkennigheid van zuurstof

Daal af in mensen, ogen, bossen, zoek adiabatisch zand,
heksenkringen, gaslekken, sapafbindingen,
omgezaagd hout, uitdijende vaten, mosachtig vet

Grijp met één vinger in roestende buizen, splijtende cellen,
ontkoppelde pezen, pompend gruis, falende spieren,
losgeweekt traanvocht, wormachtig gras, sijpelend loof

Stel jezelf nu de vraag of je op durft te kijken
Als je opkijkt zul je nooit in je leven meer een kleur omschrijven
Je zult je niet afvragen of dat een groot verlies is
Het verlies is al uitbesteed

Je bent op zoek naar de betekenis van de titel van de bundel, ook al schrijft Smies op p. 26: ‘nuanceer ik dat ik niemand af kom tuigen’. Misschien is deze betekenis te vinden in de cyclus ‘dichter’, waarvan hierboven de eerste regels zijn aangehaald. In het gedicht ‘EVENWICHT’ (p. 43) uit deze cyclus verwijst Smies naar de titel van de bundel:

Er schuilt fatsoen in mijn woorden
De drang om niemand af te maken
Mijn haat is een adaptief zacht knuppeltje

In het laatste gedicht van deze cyclus (‘MIJN DADEN’, p. 45) verwoordt Smies haar bedoeling met deze bundel:

Mijn daden zijn klein maar opdringerig

Ik zorg dat de lezer zijn angst niet bezweert
en kruip door slijk om de aarde te hervormen
Ik ben een beest dat met de volgorde van de voedselketen fraudeert

Lees deze bundel om die hervorming zelf te ervaren.
____

Anouk Smies (2021). De drang om niemand af te maken. Opwenteling, 68 blz. € 17,50. ISBN 9789063381714

Geplaatst in Recensies.