Publieksbelediging

door Rogier de Jong

 

 

Enkele jaren geleden bezochten mijn vrouw en ik een concert van Daniel Romano in ‘De Roma’ in Antwerpen. Ik stond vooraan, bij het podium, en mijn ogen kruisten die van de drummer van de band. Hij wierp mij een langdurige, agressieve blik toe.

Het kan natuurlijk plankenkoorts zijn geweest, of overgevoeligheid van mijn kant, maar ik vond de blik van de percussionist tamelijk minachtend. Hij was de rocker, de rauwe vrijbuiter, ik de brave burger die tegen betaling kwam ‘aapjes kijken’.

Het is iets wat je in het domein van de kunst vaker tegenkomt: dat de artiest zich superieur voelt ten opzichte van zijn publiek. De vrije, creatieve geest die uittorent boven de bekrompen, bezadigde mens.

Publikumsbeschimpfung was de naam van een theaterstuk waarmee de Oostenrijkse schrijver en Nobelprijswinnaar Peter Handke (1942) een halve eeuw geleden zijn publiek nauwer bij het toneel wilde betrekken. De opzet was de toeschouwers hun ‘kleren’ te ontnemen, hun veilige afweer (‘comfortzone’ zouden we nu zeggen), en hen zo meer betrokken te maken bij het theater. Het was een kunstzinnige ingreep, in feite een anti-theaterstatement, dat op het podium uitgespeeld werd en paradoxaal was omdat de beslissing het publiek mee te laten spelen eenzijdig werd genomen door de artiest op de bühne.

In deze kunstvorm, die we nu interactief zouden noemen, stond de Beschimpfung, de belediging centraal – niet als doel, maar als middel om het in uitgaanstenue gestoken keurige Oostenrijkse publiek te ‘ontwapenen’.

De publieksbelediging van Peter Handke is niet uit de lucht komen vallen, maar was een consequentie van zijn kunstopvattingen die hij baseerde op het werk van de filosoof Ludwig Wittgenstein. Bovendien speelde het ‘eksperiment’ zich af in de context van de opstandige  jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De revolte tegen het patriarchale en kleinburgerlijke ‘systeem’ werd op alle fronten gevoerd: in het leger, de slaapkamer, het onderwijs, de zorg en de kunst. Gelijkheid en emancipatie waren het streven.

Je zou zeggen dat die drang naar gelijkheid tot meer wederzijds begrip en overeenstemming moest leiden, maar zoals dat bij meer revoluties het geval is, werden slechts de bordjes verhangen: omwentelingen veranderen zelden de omwentelaars. Zij voelen zich in hun strijd ver verheven boven hun tegenstanders. Ze hebben het gelijk aan hun zijde en hun dedain voor de opponent kent geen grenzen. Die hooghartigheid walmde ook – naast de geur van marihuana en wierook – door de kralenkettingen en Afghaanse bontjassen van de protestgeneratie heen.

Ik weet niet of Peter Handke zich dit effect van zijn Beschimpfung kon voorstellen toen hij besloot zijn publiek meer bij zijn theaterwerk te betrekken. Het zou een mooi onderwerp voor een interview met de grootmeester zijn.

foto goodreads.com

Hoe zit het nu met interactieve kunst? Je hoort er weinig meer van. Je kunt weer gewoon lekker ‘ouderwets’ op je toges van goed theater en mooie concerten genieten en in de pauze een prosecco tot je nemen.
Dat dat sommige kunstenaars steekt, kan ik me voorstellen. Ze prostitueren hun talenten aan een blasé circuspubliek. En dat dat hun dedain voedt begrijp ik ook: de minachting van de hoer voor de hoerenloper.

Zo kon het gebeuren, stel ik me voor, dat de drummer van een Canadese indieband mij met zijn blik aan de schandpaal nagelde. Dat hij vervolgens een briljant staaltje van slagwerk ten beste gaf staat er totaal los van, want laten we wel wezen – wat een fantastisch concert was dat daar in ‘De Roma’. Ik heb in alle registers en toonaarden genoten en na afloop ouderwets de cd aangeschaft.

 

 

 

Geplaatst in Column.