Evi Aarens – Disoriëntaties

Een nieuwe toren van Babel

door Hans Puper




Disoriëntaties is het officiële debuut van de jonge dichter Evi Aarens. Ze heeft weliswaar eerder dit jaar nog een bundel gepubliceerd, in een zeer beperkte oplage, maar die bestaat uit een sonnettenkrans uit Disoriëntaties en vijf canto’s uit een nog te verschijnen bundel.

Je moet een sterke vormbeheersing hebben om een sonnettenkrans te maken. Het is daarom verbazingwekkend dat deze bundel bestaat uit veertien kransen, die er zelf ook weer een vormen. Gekunsteld is dat niet, want vorm en inhoud hangen sterk samen.

De dichter heeft haar kransen als volgt opgebouwd:

  • Het rijmschema van de sonnetten is ababcdcd / efefgg: ze zijn Shakespeareaans. Alleen de typografie wijkt af: bij Aarens komt er een witregel na de eerste twee kwatrijnen en het distichon na de volta laat ze inspringen. Als een rijm een keertje mank gaat, is dat opzet: ‘De lezer weet dat dit niet goed kan gaan / Op het moment dat Adam weer verschijnt / Hij spreekt als een volleerde danteaan / En zegt: ‘Dit is een canto dat slecht rijmt’’. (p. 84). Halfrijm (verschijnt – rijmt) past niet in deze sonnetten.
  • Een krans bestaat uit veertien sonnetten en een meestersonnet. De laatste regel van een sonnet is het eerste van het volgende. Daarnaast zijn de eerste regel van het eerste sonnet en de laatste van het veertiende gelijk: zo is de cirkel rond. Het meestersonnet voldoet aan dezelfde formele opbouw en bestaat uit de eerste regel van sonnet twee tot en met dertien en de eerste en laatste regel van sonnet veertien.
  • De veertien kransen vormen er zelf ook weer een. Heel aardig is dat het grootmeestersonnet twee keer in de bundel staat: achterin natuurlijk, maar de inhoudsopgave bestaat er noodzakelijkerwijs ook uit. Ook hier is de cirkel dus rond.

De bundel is een verbeelding van het menselijk tekort. Een eeuwig tekort, want de mens is altijd hetzelfde lot beschoren. In dit opzicht is geschiedenis circulair – ziedaar de eerste relatie tussen vorm en inhoud. Als mens heb je mythen nodig om dat tekort draaglijk te maken en als die niet meer voldoen, maak je ze zelf. En dat is wat er in deze bundel gebeurt: de dichter bouwt een nieuwe toren van Babel, nu niet gemaakt van stenen, maar van rijm. Een toren van poëzie, een wapen in de strijd. Geen Babylonische spraakverwarring in deze toren, wel eenheid in verscheidenheid. Maar ook deze mythe zal niet tot de hemel reiken, op een gegeven moment is er weer een nieuwe nodig – dat is min of meer een garantie dat het niet bij deze bundel blijft, iets wat me bevalt. En bovendien: het gaat er niet om de hemel te bereiken, maar de hel te vermijden.*

Mythen komen niet uit de lucht vallen, verbeelding is gestoeld op feiten, zoals blijkt uit sonnet 4 uit de vijfde cirkel over de aanstaande geboorte van Kaïn en Abel:

Ik draag geen tweeling maar twee biotopen
De moederschoot is een volmaakt systeem
Barmhartig totdat ik mijn sluizen open
En ik mijn kroost hun paradijs ontneem
Zo krijgt elk mens vanaf het prilste uur
De levenslessen van een drenkeling
Nog voor ons allereerste avonduur
Zijn wij gelijk aan elke vluchteling

De mythe van de tuin die wij verloren
Is welbekend bij het grote publiek
De reden dat de fabel kan bekoren
Is dat wij weten: dit is niet uniek
.  Mijn zwangerschap is voller dan de maan
.  Ik ben zo prenataal als een vulkaan

Iedere persoon in de bundel is een vluchteling, de dichter incluis. Het meest schrijnend zien we dit gegeven bij de bootvluchtelingen, die een belangrijke rol spelen in ‘Cirkel 9’. Alle mythen gaan in essentie over hetzelfde: uitwijzing, vlucht, liefde, dood, verlangen, strijd. Vaak is de hoofdpersoon een vrouw, die steeds opnieuw haar plaats moet bevechten, omdat zij als mindere van de man wordt gezien. Was Eva, gemaakt uit de rib van Adam, niet degene die de verbanning uit het paradijs veroorzaakte door te eten van de boom der kennis van goed en kwaad? Kennis, dat is wat Eva wilde, en ook zelfbeschikking: ‘Er is geen Heer die ik vrijwillig dien’, lezen wij voor het eerst op p. 46. Daarom is Eva – de representante van alle vrouwen – volgens de bijbelse mythe ‘Een rib vervloekt tot eeuwig oerschandaal’. Het commentaar van de dichter: ‘Er zijn niet veel verhalen zo fataal / En schaduwrijk als deze inbeelding’ (p. 11). De regel ‘Een rib vervloekt tot eeuwig oerschandaal’ krijgt een sterke nadruk. Het is ook de laatste regel van de veertiende cirkel en daarmee ook van het laatste meestersonnet en grootmeestersonnet. Bij die opvatting leg je je als vrouw niet neer, Eva deed dat niet en Evi doet het ook niet: ‘Ik rebelleer joyeus en zeer vocaal’, schrijft ze in het laatste gedicht van de veertiende cirkel.

Er is een nieuwe, hedendaagse mythe nodig en dat betekent een strijd met de Schrijver van de kosmos, van het paradijsverhaal, de verbanning van Adam en Eva en alles wat daar aan onrecht op volgde.
Het wordt de nieuwe toren van Babel, nu gebouwd van taal. Heterogeniteit en meertaligheid zijn nu welkom. Op het schilderij van Bruegel in Museum Boijmans Van Beuningen omcirkelen galerijen de toren: een mooi beeld van de sonnettenkransen. Weet de dichter met vormvastheid de meertaligheid een overzichtelijke vorm te geven en zo eenheid te scheppen?
Maar, zoals gezegd, deze toren zal ook niet tot in de hemel reiken, want Disoriëntaties is ‘Een episch dichtwerk zonder eindaccent’ (p. 256). Uiteraard, want alles is cyclisch – opnieuw wordt hier de functie van de kransen onderstreept. De mens wordt steeds opnieuw geconfronteerd met zijn tekort. Misschien moeten we in dat licht de verwijzingen naar ‘De Hel’ van Dante zien. Een paar voorbeelden. Al in het tweede gedicht, als we nog bij het paradijsverhaal zijn, krijgen we een waarschuwing waarin de beroemde passage uit proloog van De goddelijke Komedie meeklinkt: ‘Mijn lezer doet er goed aan te bedenken / Wij voeren door een kil en donker woud’ (p. 11). Als Adam en Eva het paradijs verlaten worden we herinnerd aan de tekst boven de Hellepoort: ‘ER IS GEEN HOOP VOOR WIE DE TUIN VERLAAT’ (p. 83). En moeten we de titel lezen als oriëntaties op Dis, de torenstad in de benedenhel? Een spiegelbeeld of complement van de stad waarin nieuwe toren staat? Of zijn het oriëntaties op de vele vormen van het menselijk tekort, verbeeld in de mythen?

Eén ding nog. Wie is Evi Aarens? Ze is geboren in 2000, opgegroeid in Londen en nu student antropologie in Cambridge; haar vader is Nederlands en haar moeder Engels. Kan iemand van 21 al zo’n verbazingwekkende vormbeheersing hebben en zo boven de stof staan? Is zij een heteroniem van een oudere dichter? Het zou me verbazen – zie haar website, waarop ook een biografisch essay staat over de wordingsgeschiedenis van Disoriëntaties. Maar ik wil graag meer over haar weten en ik ben de enige niet. Nog even geduld. Het laatste gedicht van de veertiende cirkel luidt aldus:

Het is een wapen in mijn arsenaal
Als niemand mijn identiteit ontdekt
Vanuit mijn crypte zing ik joviaal
Incognito tot ik ben uitgelekt
Ik hoor bedienden die met gaslantarens
Aan een rivier hun wasjes komen doen
‘O, zeg me alles over Evi Aarens!’
Zij roddelen en soppen hun katoen

Incipit vita nova. ‘Wasje wis je!’
‘Je lachje dood asje het eenmaal hoort!’
‘Het is een meid die als koppig visje
De stroom opzwemt en zich aan niemand stoort!’
.  Ik rebelleer joyeus en zeer vocaal
.  Een rib vervloekt tot eeuwig oerschandaal

Incipit vita nova is een schilderij van Cesare Saccaggi, waarop Dante en Beatrice zijn afgebeeld, zijn muze en latere leidsvrouwe, zoals Eva dat in deze bundel was voor Adam. Op de website staat een foto die niet en face, maar van achteren is genomen. De vrouw – Evi Aarens, neem ik aan – heeft een appel op haar schouder. Zij is Beatrice en Eva, iedere vrouw.
In het grootmeestersonnet lezen we: ‘Ik ben een vrouw, het schip dat ik bevaar / Zeilt op een zee gemaakt van moedertaal’. Moge deze schipper nog vele havens aandoen.

==

* Ik ontleende dit toepasselijke zinnetje aan een artikel van David van Reybrouck in de NRC van 9 oktober, dat over iets heel anders gaat: ‘Geef burgers échte invloed op klimaatbeleid’. Maar: ‘Ik laat mij door Catullus inspireren / Creëren is een kwestie van citeren’. (Disoriëntaties, p. 230).

____

Evi Aarens (2021). Disoriëntaties. Uitgeverij Cossee, 261 p. € 22,99. ISBN 9789059369436

Geplaatst in Recensies.