Wat Maakt Een Gedicht Goed? (18)

door Hettie Marzak

Twee wegen

Een gedicht kan twee wegen bewandelen om een goed gedicht te worden. De ene weg is die van de uiterlijke vorm: alles moet kloppen, metrum, rijm, ritme, het aantal lettergrepen. En het moet in correct Nederlands geschreven zijn. Ik heb te lang lesgegeven om niet ogenblikkelijk te struikelen over een spelfout of het verkeerde voorzetsel of een zin die niet ‘loopt’.

Maar deze weg is slechts een zandpaadje vergeleken bij die andere weg, de brede, lommerrijke laan die naar mijn hart leidt. Er moeten beelden staan die gedurfd en origineel zijn en die opvallen. Het gedicht zelf mag bijten, schuren, pijn doen. Ik wil van mijn stuk gebracht worden. Het kan me ontroeren, me de keel dichtsnoeren met tranen en maken dat ik me tijdens het voorlezen moet afwenden van de studenten. Ik kan me ongemakkelijk voelen door het lezen van een gedicht. Het kan me hardop laten lachen elke keer als ik het lees. Het mag me dagenlang aanzetten tot nadenken en me achtervolgen met opdringerige versregels die me te pas en te onpas te binnen schieten, zoals de eerste maten van een liedje van lang geleden. Het gedicht kan met mij in discussie gaan en van mening verschillen. Het maakt niet uit door wie en voor wie het geschreven is. Een gedicht is autonoom.

Maar de eerste vereiste is dat het moet appelleren aan mijn emoties. Het moet me raken, op welke manier dan ook, met zachte vingers of met de scherpte van een mes. Een goed gedicht geeft een draai aan de caleidoscoop van mijn werkelijkheid, waardoor die plotseling een andere vorm en kleur aanneemt. Een goed gedicht is een verrassing die je wereldbeeld op zijn kop zet en een ander licht laat schijnen over oude, vertrouwde dingen.

Twee wegen, en het mooiste gedicht ontstaat op het kruispunt.

Hettie Marzak is recensent.

 

foto (c) Vondelstraat, Alkmaar, 1960, Regionaal Archief Alkmaar

Geplaatst in Column.