“poëzie biedt mij als lezer een andere kijk op de werkelijkheid”

‘Ik ben docent Nederlands en heb 15 jaar lesgegeven aan volwassenen die Nederlands niet als moedertaal hadden. Hoewel ik niet meer actief voor de klas sta, help ik regelmatig studenten die een beroep op me doen. Ik ben lid van een groep die samen de Odyssee van Homeros probeert te vertalen en ik zing de altpartij in een klassiek koor, maar het liefste zit ik te lezen. Hella Haasse, Rainer Maria Rilke, William Faulkner en Gerrit Komrij behoren tot mijn lievelingsschrijvers en er gaat geen dag voorbij zonder dat ik een of meer gedichten lees. Als ik mijn boek dichtsla, vechten mijn twee katten om mijn aandacht, van wie Zwarte Oscar in zijn eentje op de foto staat, want streepjeskat Arthur haat de camera.’
Alja Spaan stelde haar een paar vragen.

foto Rahma Marzak

 

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Janine Jongsma was bekend met mijn recensies voor Literair Nederland, waar ik ook gedichtenbundels bespreek. Ze vertelde me dat er een aantal recensenten bij Meander waren weggegaan en ze vroeg me of ik belangstelling had om voor Meander te werken. Ik koesterde al jaren de wens om bij Meander te mogen schrijven, maar het bleef een geheim verlangen, omdat ik dacht dat ik dat toch nooit zou kunnen.  Et voilà: nu schrijf ik niet alleen recensies over poëzie voor Meander, maar ik heb zelfs onder leiding van Eric van Loo een ‘klassieker’ geschreven, een rubriek waarvoor ik de medewerkers al jaren benijdde.

Wat is het leukste aan je werk?
Het schrijven van een recensie betekent voor mij dat ik op een andere manier een bundel lees, intenser en oplettender. Als ik dan daarna probeer mijn gedachten onder woorden te brengen, is dat een verdieping van mijn leeservaring. Zo kom je er altijd rijker uit dan je eraan begon.

Wat betekent poëzie voor je?
Poëzie is een drijvende kracht in mijn leven; niet dat ik zelf een dichter zou zijn – al bezondig ik me af en toe aan het schrijven van een gedicht – maar omdat poëzie mij als lezer een andere kijk op de werkelijkheid biedt, als een caleidoscoop die je, steeds als je er een draai aan geeft, een ander beeld geeft van dezelfde elementen, door ze elke keer opnieuw te herschikken. Poëzie helpt om schoonheid te ontdekken ook waar die niet direct aan de oppervlakte ligt.

En wat was de eerste keer dat je een gedicht las?
De eerste keer dat ik echt onder de indruk was van een gedicht, was toen ik ‘De akelei’ las in een tijdschrift. Ik wist niet dat het van Ida Gerhardt was of dat het over Dürer ging en al had ik het wel geweten, dan had me dat nog niets gezegd. Ik zat nog maar net op de middelbare school en dankzij een fantastische lerares Nederlands maakte ik voor het eerst kennis met poëzie. Maar de liefdevolle aandacht van zowel de dichter als de schilder voor hun onderwerp raakte me. Gerhardt is me trouwens altijd blijven raken.

Wat vind je van het poëtisch klimaat in ons taalgebied?
Gerrit Komrij heeft ooit gezegd dat in Nederland iedereen gedichten schrijft, maar dat niemand ze leest. Ik denk dat dat niet waar is: er is een vaste groep van poëzielezers en dankzij het internet worden er dat steeds meer. Er zijn ook veel jonge mensen die poëzie schrijven. Ik vind dat we vooral de laatste jaren veel goede en interessante dichters zien, die betekenis hebben gekregen. Poëzie is een kunst die serieus beoefend wordt in Nederland en de resultaten daarvan zijn waardevol.

 

Drie eigen gedichten

 

Ondankbaar lichaam
Aandachttrekker
Daar lig je weer.

Heb ik je dan zo slecht behandeld?
Je werd nooit blootgesteld aan felle hitte
Noch aan extreme kou. Honger noch dorst
Hebben jou kunnen kwellen. Ik paste wel op.

Ik heb je droog gedept met zachte doeken,
Besprenkeld met de geuren van Arabië;
Eén schreeuw van jou bij een gescheurde nagel
En ik greep al naar de begeerde vijl.

Ik liet je strelen door bekwame minnaars;
Ik gaf je alles wat je nodig had en meer.
Ook nu je ziek bent is geen moeite me te veel:
Doekjes voor het bloeden, kopjes slappe thee.

Werk nu toch eens mee.
Aan het eind van mijn leven zal ik de heks op de heuvel zijn
voor wie moeders hun kinderen waarschuwen bij wangedrag:
de stokoude vrouw die leeft in lompen en milde waanzin
omringd door boeken en katten en vreemde ijle gezangen.

rommel en wanorde beheersen haar huis op het eerste gezicht
– maar kijk: alle boeken staan kundig gerangschikt op liefde –
en hoewel ze allang alleen leeft, is ze nooit eenzaam geweest:
haar gezelschap komt ‘s avonds van kasten en planken tevoorschijn.

Maar niemand die hulp behoefde, klopte ooit vergeefs op haar deur.
De kunst van geheimen, magie en bezweringen zet zij voor je in.
Kinderen die de angst lieten varen en haar huis binnentraden,
herinneren zich later te hebben gedanst tussen sterren en maan
en de schittering in hun ogen voorkomt de vraag van hun moeders.

ik ben de hoeder van verhalen
ik ben de bewaker van de taal
Het gelag

Met elf jaar viel mijn vonnis: ‘k had dyslexie
En dat verklaarde dan niet alles, maar wel veel:
want elke poging bij dictee verwerd tot vivisectie
en in de klas was elke dag weer hoongelag mijn deel.

Een operatie in het ziekenhuis deed mij naar adem happen.
Ik appte aan mijn moeder gauw hoe bang ik toch wel was…
Haar antwoord was een raadsel: ‘Probeer maar te ontsnappen.’
Dat ze ‘ontspannen’ had bedoeld, begreep ik later pas…

En dan is er een spreekwoord: het gelag betalen.
Wie doet dat nou, wie heeft er ooit gehoord
dat mensen daarvoor echt hun geld te voorschijn halen
Krijg ik een cent voor al het laggen dat ik heb gehoord

Wanneer ik weer een fout beging tegen de spelling
En door verdriet en spijt werd overmand?
Nou ja, ik troost me met mijn zelfverzonnen stelling:
Ik heb in elk geval altijd de laggers op mijn hand.
Geplaatst in Interviews.