Alicja Gescinska – Trojaanse gedachten

Trojaanse gedachten als Trojaanse gedichten?

door Wim Platvoet




Trojaanse gedachten is de eerste bundel van de filosoof Alicja Gescinska, die ook een roman en enkele essays heeft geschreven. Dat ze ook filosoof, romanschrijver en essayist is, is duidelijk te merken in haar gedichten. De inhoud van wat ze in haar gedichten en dichtregels wil zeggen is belangrijker dan de wijze waarop ze dat zegt, directer, onmiddellijker te begrijpen. Is dat erg? Maakt dat haar poëzie minder poëtisch – wat dat ook moge betekenen? Een willekeurig voorbeeld dat mij te binnen schiet is de Amerikaanse dichter Wallace Stevens, die erg nuchtere, ogenschijnlijk eenvoudige poëzie schrijft en toch als een filosofisch dichter wordt beschouwd. Misschien wringt hier de schoen. Misschien moet poëzie, om filosofische inzichten bij de lezer op te roepen, juist geen filosofische inzichten op een directe wijze uitdrukken. Als er sprake zou kunnen zijn van een betrekking tussen filosofie en poëzie moeten beiden binnen die betrekking hun eigen specifieke uitdrukkingsvorm behouden. De dichtbundel heet opvallend genoeg Trojaanse gedachten en niet Trojaanse gedichten. Welke slag wordt hier gevoerd? Wat komt er bij ons als lezer binnen? Het lijk van Achilles of de zwerftochten van Odysseus? Ik zou zeggen: een volkomen leeg en hol paard. Laat ik daarmee beginnen.

De eerste dichtregel luidt: ‘Ik ben het dichten verleerd’. Als ik verder lees, merk ik dat deze regel op een heel directe en onmiddellijke manier voor mij de toon heeft gezet. Een van de laatste gedichten opent met de regel: ‘Zoekend in zinnen bevecht ik de zinledigheid’. Mislukt dit gevecht omdat Gescinska haar strijd voert in zinnen die gedacht zijn en zich te veel in het Trojaanse paard van die gedichten bevinden?
De gedichten overtuigen noch poëtisch, noch inhoudelijk. De zinnen klinken als een pose. Het gedicht ‘MET GESLOTEN DEUREN’ begint met Sartres cliché (hoe kan het anders): ‘Veroordeeld tot Sartres levenslange vrijheid’ en gaat langs Sartres wegen der vrijheid door tot het vermoeiende einde: ‘Weerloos mens blijf je.’ Over wie gaat dit gedicht? Over iemand die achter gesloten deuren zit? Over de hedendaagse mens? Die heeft wel wat anders aan zijn hoofd dan deze veroordeling. Is dit een ‘Portret van de donkere uithoeken van de menselijke psyche’ zoals de bezige uitgeverij op haar site over deze bundel schrijft? (Het zou verboden moeten worden dat uitgevers zelf hun boeken aanprijzen in een belachelijke reclametaal die niets met die boeken te maken heeft.) En zo gaat het door:

Zou het kunnen
Dat niets meer mogelijk is?
of is dat, zoals wij,
In tegenspraak met zichzelf?

Je vervluchtigt het leven,
Ik vervreemd ervan.
En hoewel er nooit niets kan zijn,
Blijft er weinig van ons over.

Het is te vroeg voor een nieuwe winter,
Te koud voor late herfstdagen.
We worden vloeibaar ijs
In deze tussentijd van ons bestaan.

———–HET LEVEN

Je voelt in elke regel de onpoëtische onware bedachte pose. Als deze ‘tegenspraak met zichzelf’ nu poëtisch was verwerkt, ja dan… Het kan zijn dat het proza van Alicja Gescinska een ander karakter heeft. Ze heeft er in ieder geval verschillende nominaties en prijzen voor gekregen. Maar als dit ‘een rijke bundel vol leed’ is, zoals de flaptekst ons wijs wil maken, dan zou ik toch maar eens wat meer om me heen kijken om de alomtegenwoordige catastrofes op deze wereld te zien, die voor veel mensen een meer ingrijpende, minder luxueuze levenslange veroordeling betekenen. Maar ja, ieder zijn eigen leed. En gelukkig zij die er poëzie van kunnen maken.
____

Alicja Gescinska (2021). Trojaanse gedachten. De Bezige Bij, 72 p. € 20,99. ISBN 9789403138718

Geplaatst in Recensies.