Wat Maakt Een Gedicht Goed? (28)

door Marc Eyck

 

In de VPRO-documentaire Nauwgezet en Wanhopig (1989) waarin schrijvers en filosofen geïnterviewd werden zei schrijver György Konrád: ‘Op de zin van het leven antwoord ieder mens met zijn eigen levensloop!’. Misschien gaat dat ook op voor wat men een goed gedicht vindt. Wat als goed, mooi of zinvol wordt beschouwd wordt gekleurd door een optelsom aan persoonlijke ervaringen en de tijd waarin men opgroeit.
Een taak van de recensent zou kunnen zijn om ten opzichte van bovenstaand een meta-optiek in te nemen bij de beoordeling van een gedicht/bundel. Bijvoorbeeld: In hoeverre is de dichter in staat om universele thema’s (dood, liefde en natuur) op oorspronkelijke wijze vorm te geven in beeld en taal. Maar ook het omgekeerde: Probeert de dichter niet zó oorspronkelijk te zijn qua taal en syntaxis dat hij de communicatie met de lezer uit het oog verliest? Zijn de gebruikte beelden potentieel invoelbaar of gaat het de kant van waanvoorstellingen op?
Een ander criterium bij de beoordeling zou kunnen zijn of de dichter een coherente schrijfstijl heeft. Met andere woorden, toont de dichter grip op vorm en inhoud van het gedicht en de bundel in zijn totaliteit.
Geen van bovenstaande criteria zijn ‘hard’ maar helpen je als recensent wel meer grip te krijgen op en bij de beoordeling van een tekst.

 

Marc Eyck is dichter, recensent en geestelijk verzorger

foto (c) Kunstveiling, houtsnede Frans Masereel, Le Soleil (1919)

 

Geplaatst in Column.