Rik Andreae – Landschap met blauwe schutting

Een gesloten wereld

door Maurice Broere




De vijfde bundel van Rik Andreae is mijn eerste kennismaking met het werk van deze dichter, die hoge eisen stelt aan zijn lezers, want zijn werk is niet altijd even gemakkelijk te doorgronden. De vraag is vaak: wat wil de dichter zeggen? Wil hij wel wat zeggen? Misschien wil hij wel helemaal niets zeggen en ons alleen maar meenemen in zijn universum met eigen betekenissen en associaties.

De gedichten zien er traditioneel uit door de regelmatige strofe-indeling, bijzondere vormexperimenten ontbreken. Ook de interpunctie en het gebruik van hoofdletters zijn volgens de bestaande conventies. Inhoudelijk zijn de verzen absoluut niet traditioneel. Vele zijn absurdistisch en het kost veel moeite om de bedoeling te achterhalen en zoals al eerder gezegd moeten we dat misschien niet willen.

De bundel bestaat uit vier delen: ‘Blauwe schutting’, ‘Niet vandaag’, ‘Wilgenroosjes en abelen’ en ‘Andere vertelsels’. De laatste afdeling bevat prozagedichten, maar voor mijn gevoel meer (zeer) korte verhalen met een sterk anekdotisch karakter. Uit de eerste afdeling:

Landschap met blauwe schutting

Een huis waarin een kind geboren is,
lijkt op die waarin iemand is gestorven.

Hetzelfde geldt voor besneeuwde bossen
en uitzichten vanaf niet al te hoge heuvels.

Een man met een goed pak in de koude kas.
Dat mag. Er is al zoveel verboden: goudvissen

in het diep gooien, een schoudertas links
over je rechterschouder dragen, dagenlang

rondlopen met larie in je kop. Zo’n onzin
van tenminste vier kantjes zonder witregels.

Als je het niet kan schrijven, zing het dan.
Als dat ook niet kan, trek een vette lijn.

Het landschap krijgt een blauwe schutting.
Dat brengt verte omlaag – zee naar boven.

Het titelgedicht van de bundel is opgebouwd uit zeven disticha, veertien regels met enige moeite zou je een wending kunnen vinden en het een sonnet noemen. Eindrijm ontbreekt, assonantie en alliteratie worden met mate toegepast. Om het lezen wat spannender te maken zijn er enkele enjambementen.

De eerste strofe levert voor mij een probleem op, niet zozeer qua inhoud: in een huis gebeurt van alles zowel geboorte als dood behoren daartoe. Als dit de bedoeling van deze strofe is, zit ik met het woordje ‘die’ in regel 2. Zoals ik het lees slaat ‘die’ terug op huis in regel 1, maar huis is grammaticaal onzijdig. Het betrekkelijk voornaamwoord dat we in dit soort gevallen gebruiken is ‘dat’. Vermoedelijk is het aan de aandacht van de auteur en zijn redacteur ontsnapt. Als dat niet zo is, heb ik een probleem.
In de tweede strofe gaat het over een landschap dat lijkt op een ander, in de derde, vierde en vijfde gaat het over conventies, dingen die wel kunnen of verboden zijn en dat je soms met dingen in je hoofd zit waar je geen structuur in kunt aanbrengen. De zesde strofe begint met een ready made. Vermoedelijk bedoelt de dichter dat als je je niet kunt uiten, probeer er dan een gedicht van te maken en als je dat niet kunt, zet het dan uit je hoofd. De laatste strofe levert een mooi beeld op. De begrenzing van het landschap door de horizon, zoals je tuintje wordt afgeschermd voor de rest van de wereld door een schutting.

Erfenis

We hebben het huis geërfd. Het huis
naast het kerkhof met de slingerpaden.

Het huis heeft opstaande vloeren en roestige
kranen, zodat je je gezicht niet kunt wassen.

Er is nog een erfgenaam met een rood,
gestreept jasje. Bewindvoerder noemt hij zich.

Hij zegt waar wij en onze kinderen
met pyjama’s aan kunnen slapen.

De trap kraakt en de ramen zijn te groot –
iedereen kan ons zien. Er zijn tapijten

waarop ik mijn ouders nooit zag staan. Soms
is het ergens te vroeg voor, meestal is het te laat.

Dit vers uit de afdeling ‘Niet vandaag’ doet mij denken aan twee boeken. Het eerste is Gesloten huis (1994) van Nicolaas Matsier en het boek Wat doen we met de spullen (2021) van Dick Wittenberg. In het eerste boek gaat het over een zoon die bezig is het huis van zijn overleden ouders leeg te maken. Hij komt allerlei alledaagse voorwerpen tegen die deel uitmaken van zijn jeugd. Voorwerpen die uiteenlopende, vaak emotionele herinneringen oproepen. Dick Wittenberg volgt in zijn boek een familie die het huis van hun overleden moeder moet leegmaken en de spullen verdelen. Al opruimend doet men ontdekkingen soms bekend en soms verrassend. In dit gedicht gaat het over een geërfd huis, dat nog nauwelijks te herkennen is als het ouderlijk huis. Waarschijnlijk omdat de ouders ontbreken vallen nu details op die altijd ongemerkt bleven. De laatste regel is typerend en veroorzaakt vervreemding. Soms is het te vroeg om de dingen te zien of te bespreken, dat zie je pas als het te laat is.

Kleiner

De man die de maat der dingen kent,
legt uit waarom kamers voor korte mensen

al snel te groot zijn. We zijn steeds kleiner
gaan denken. Ooit reisden we zonder

omhaal van Groningen naar Dordrecht.
Nu moeten we verklaren waarom we

onze stoel verzetten. De polonaise was
zonder doel, ook als je achteraan liep.

Ooit waren we vreemdelingen
in ons eigen land – nu in eigen hoofd.

Een intrigerend gedicht uit de afdeling ‘Wilgenroosjes en abelen’ over ouder worden. Volgens Andreae ga je naarmate je ouder wordt kleiner denken. Geen grootse plannen meer, geen spontane reizen naar weet ik waar. Als je ouder wordt, ga je steeds meer nadenken over consequenties en moet je rekenschap geven waarom je iets doet. Alles moet een doel hebben en vroeger kon je de dingen gewoon laten gebeuren. In de wereld moest je je weg zien te vinden en als je oud bent, moet je de weg in je eigen hoofd weten te vinden.

Landschap met blauwe schutting is een intrigerende bundel met een diverse thematiek: ouder worden, de dood, de natuur, nostalgie. De verzen zijn vaak vervreemdend en soms absurdistisch. Een kennismaking met dit werk was voor mij zeker de moeite waard.
____

Rik Andreae (2021). Landschap met blauwe schutting. Uitgeverij kleine Uil, 64 blz. €17,50. ISBN 9789493170582

Geplaatst in Recensies.