Wat Maakt Een Gedicht Goed? (41)

door F.A. Brocatus

 

Wat maakt een gedicht goed?

In de middelbare school maakte ik er een sport van om tijdens de lessen Nederlands waarin door een enthousiaste leraar ook gedichten werden besproken, zijn visie altijd te weerleggen met het tegenovergestelde. Hij deed lyrisch over Guido Gezelle, ik vond het maar niks. Ik was helemaal weg van Paul van Ostaijen en die lag bij hem niet in de bovenste lade. Onze verbale steekspelletjs resulteerden er in dat hij mij op een dag (misschien had hij niet goed geslapen, was er thuis wat aan de hand,…) uitdaagde om, als ik het allemaal zo goed wist het maar eens zelf te doen. Mijn eerste gedichten gaf ik schoorvoetend aan hem. Hij was eerlijk en hard en dat waardeerde ik enorm. Hij gaf me goede tips. Ik begon naast gedichten schrijven ook veel poëzie te lezen. Gaandeweg kwam ik er achter dat het volmaakte gedicht niet bestaat, dichters zijn altijd op weg om het volmaakte gedicht te schrijven. Wat maakt (voor mij) een gedicht goed? Ik begin een gedicht te lezen en ik moet geraakt worden door een verrassend beeld, een beeld waarmee iets gebeurt, een beeld dat scharniert op een ander beeld. Het moet me dwingen tot stilstand, tot herlezen, tot wegleggen en opnieuw oppakken. Soms word ik enkel door een combinatie van woorden getroffen. Altijd is belangrijk: wat doet het gedicht met mij en niet wat is de bedoeling van de dichter. Mijn eigen gedichten zijn vrij strak gecomponeerd. De vorm is een voertuig, woorden laten het voertuig bewegen. Mijn voorkeur is dan ook dit soort poëzie. Kort, samengebald, krachtig, naar de keel grijpend zodat je even diep in- en uit moet ademen. Een goed gedicht is voor mij een gedicht dat mij nieuwsgiering blijft maken, mij steeds wisselende perspectieven biedt.

 

F.A. Brocatus is dichter en schrijver.

foto (c) Alja Spaan, september 2014

 

Geplaatst in Column.