Gerda Blees – Week

Een Baedeker voor aanstaande moeders

door Jeanine Hoedemakers




Gerda Blees (1985) debuteerde met de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet en publiceerde de dichtbundel Dwaallichten, genomineerd voor de C. Buddingh’- prijs.

Week bevat gedichten die Gerda Blees wekelijks schreef – vanaf het begin van haar zwangerschap tot aan de bevalling – aan haar ongeboren kind. Op de achterkant van de bundel staat onder meer te lezen dat het resultaat ‘even komisch als kwetsbaar en even lichtvoetig als liefdevol is’. Het boekje heeft een harde witte kaft met als illustratie wat zwarte lijnen die onmiskenbaar het silhouet van een zwangere vrouw tonen.

Veel zwangere vrouwen zullen op geheel eigen wijze met het ongeboren kind bezig zijn, bijvoorbeeld door het een belletje te laten horen. Zo’n zilveren belletje op de buik aan een koord of ketting, het kindje wordt er rustig van is de gedachte erachter. Ik herinner me een jonge moeder die vaak naar haar favoriete song luisterde tijdens haar zwangerschap, dat het kind meeluisterde bleek na de geboorte. De baby leek overduidelijk de eerste maand na de geboorte de melodie te neuriën die het tijdens de zwangerschap zo vaak te horen had gekregen. Ik heb het de baby horen doen en het was ontroerend mooi. Een opmerking als: wat ben je beweeglijk vandaag, ik denk dat er moeders zijn die dit weleens zeiden of zeggen en zelfs allerlei dingen als: nu ga ik dit doen, of dat. Het is bijzonder om vanaf de zijlijn mee te mogen lezen en zo als het ware een beetje een ingewijde, een familielid te worden van het ongeboren kindje. Blees biedt met Week die ruimte.

0

Later zullen ze me vragen, weet je nog op welke dag
je voor het laatst, dat is vandaag, vandaag de laatste
zwaarte onder in mijn buik, de laatste kramp van
deze keer niets ingenesteld binnenin, het samentrekkende
protest tegen het uitgebleven kind, de donkerrode resten
van het nest door opgerolde watten opgezogen, alles
straks weer schoon en leeg, maar eerst vriendin en film
eten van internet en opgevouwen wiegend op de grond
de goede raad neerleggen van de man die zegt dat hij
gehoord heeft van een vrouw bij wie de pijn verdween
als ze zich overgaf maar zonder het erom te doen, en later
als ze me vragen of ik deze datum weet dan zal ik ze vertellen
welke dag, waarna zij zullen zeggen dat dit jouw beginpunt is
hoewel je er niet bent.

Ik zou een close reading los kunnen laten op dit eerste gedicht uit de bundel maar ik denk dat de lezer heel goed in staat is om dit zelf te doen. Kort gezegd lees ik erin dat de dichteres – voorlopig voor het laatst – menstrueerde, dat ze er klaar voor is maar er is nog twijfel. De volgende gedichten vertellen stapsgewijs verder over dit gedicht, dat je zou kunnen omschrijven als een ‘startpunt’. Van de bundel zowel als van het zwanger raken. We maken een sprong naar week 13.

13

Er hangt een pluchen jas met capuchon en berenoren
maar pasgeboren tussen onze grotemensenjassen, zo
kunnen we spelen dat je er al bent, dat je je pap laat staan
naast onze grotemensenkommen zodat Goudlokje ervan kan eten
als ze bij ons binnenkomt, je vader acteert heel overtuigend dat hij
al kan zien dat jij in mij zit, als ik genoeg gegeten heb, mijn buik
ontspan, een legging draag en een holle rug maak, en ik zeg
even geloofwaardig tegen hem dat hij juist begint te stinken
dat die oefeningen die hij doet zodat hij langer met jou mee
zal kunnen leven in een paar weken een indrukwekkende
hoeveelheid buikvet hebben doen verdwijnen, en allebei
doen we alsof hij nooit meer stiekem rookt, zo leven we
op de werkelijkheid vooruit.

De pluchen jas aan de kapstok en het op de werkelijkheid vooruit leven. Stoppen met roken, conditie verbeteren en voor een moment proef ik tussen de woorden een licht humeurige, aanstaande moeder, als ze zegt dat hij begint te stinken. Het gaat niet allemaal vanzelf, zoveel is duidelijk en heel veel gaat juist wel vanzelf.

32

We hebben meer dan honderd boeken weggedaan om plaats voor jou te maken
stel je voor dat jij een heel stuk moederkoek zou moeten weggeven, dan kom je
in de buurt van wat het boek voor ons betekent, je vader heeft de opbrengst van
de verkoop naar de bank gebracht, genoeg om een paar pakken luiers en wat
kleine sokjes van te kopen maar dat is het ook, zo snel gaat geld, gelukkig
waren we toch al niet van plan je erg te gaan verwennen, geen zoet op brood
geen speelgoed met geluid, geen barbiecampers, starwarslego, sowieso niets
wat je toekomstige leeftijdsgenootjes in Bangladesh in elkaar moeten zetten
om de kas van de erven Disney te spekken, geen schattig zwerfhondje uit
Rusland dat je één keer uit zult laten om daarna te vragen of je toch
een hamster mag, geen schoenen van een heel duur merk dat nu nog niet
bestaat, niet de hele nacht opblijven om kooigevechten te kijken met je vader
geen nieuwe neus om je onzekerheid te bestrijden, en het collegegeld van die
ene prestigieuze universiteit in China zullen we evenmin kunnen betalen
maar wel gaan we je met onze liefste liefde overladen, een oneindige
hoeveelheid verzinsels en verhalen en de allerbeste Sinterklaasgedichten.

Het vergelijk van het wegdoen van de boeken met de moederkoek, het is een bijzondere vondst om op deze manier een gevoel uit te leggen en dan al die goede voornemens. Een nobel streven. Ik kan een glimlach niet onderdrukken bij de gedachte aan de ooms en tantes, de opa’s en oma’s. Liefdevolle mensen die er niet zelden net iets anders over zullen denken, met uiteraard de daaruit voortvloeiende cadeautjes e.d.

41

Je mag komen maar je komt niet en de vrouwen die me
van jou gaan verlossen willen graag een plan maken
als je langer dan een week op je laat wachten zijn ze
bang voor voedseltekort, ademnood, knippen en sneden
beter is het om dan een ballon om jouw hoofd te plaatsen
en die op te blazen om daarna de bodem van je huis te breken
als het water er dan uit loopt hebben we meteen een goede flow
voor jouw val naar beneden, ondertussen blijf jij nog altijd liever
binnen in mij, echo’s kaatsen een plaatje terug van jou, je ogen dicht
je vuisten bij je gezicht, ik herken je meteen als van mij, en nog wacht ik
op Koningsdag lig ik in het gras, een magere vrouw komt uit de verte
aangelopen, snel en helder als een bergbeek, ik moet langzaam
en onmetelijk worden als de zee.

Dit is het laatste gedicht uit de bundel. En dan wordt het kind is geboren, is wat ik onmiddellijk dacht bij de laatste regels. Al lezende kreeg de titel van de bundel een diepere betekenis. Was het aanvankelijk een kort maar krachtig, welhaast zakelijk ‘Week’, gaandeweg ontstaat de meer zachte, liefdevolle betekenis van het woord, het week worden bij de gedachte aan zo’n kindje dat in je groeit. Het week worden omdat je hierin als lezer wordt meegenomen en alle onzekerheden, de vragen, angst en de groeiende vreugde, spanning voor de geboorte meebeleefd.

De gedichten die ik eerder poëtische brieven zou willen noemen, bevatten stuk voor stuk fraaie poëtische formuleringen en veel informatieve stukjes fijn geschreven proza. Af en toe heb ik gedacht dat het mooi zou zijn geweest als er voor de afwisseling ultra korte gedichten tussen hadden gestaan. Zoals je dat bij een haibun ziet waar proza wordt aangevuld met een of meerdere haiku’s die de proza subtiel naar een iets hoger level weten te tillen. Niet dat er een noodzaak toe is, het is een gedachte die al lezend in me opkwam, ook moest ik aan een liedje denken uit 1972. ‘Niemand heeft me ooit gezien’ van de zangeres Helga. Destijds was ik net iets te jong voor dit lied om er door in vervoering te raken, maar nu dringt het zich plotseling aan me op. Desalniettemin is Week een liefdevol en oprecht welkom geworden voor een ongeboren kind en tijdens het schrijven oefende Blees, al dan niet bewust, alvast het moederschap. In feite schreef ze dus ook een welkom aan zichzelf, een welkom aan de moeder die zij aan het worden was. Deze gedachte maakt de bundel extra speciaal.

Alles vertrouwt Gerda Blees haar kindje toe, het kan bijna niet anders dan dat zij is bevallen van een opmerkzaam maatje voor het leven. Vrijwel alle moeders hebben een soortgelijke reis gemaakt en zullen veel herkennen in de gedichten, daarom is het voor aanstaande moeders een plezierig kompas. Een poëtische wandeling langs gevoelens en veranderingen, ook van die dingen die verlegen makend zijn, grappig of juist heel vervelend, die de aanstaande moeder alvast voorbereiden op wat er zoal komen gaat. Slechts hier en daar is de tekst intiem en van haar, de vader en de baby, maar verder tonen zij luchtig, amusant en helder wat er zoal komt kijken bij het krijgen van een kind.

Persoonlijk zou ik wel wat aan deze bundel gehad hebben tijdens mijn zwangerschap. Alleen al vanwege het terugkerende: gut ja, waarop ik mezelf betrapte bij het lezen van ogenschijnlijk te verwaarlozen feitjes en van die kleine onhebbelijke angsten waar je nodeloos mee worstelt als er geen klankbord voor handen is. Daarnaast word je als lezer verwend met Blees haar heerlijke taalvaardigheid en heldere soms kritische blik op de buitenwereld. Een bundel bomvol herkenning. Vroeger had ik een Baedeker voor de vrouw, ik kon er niet veel mee, me dienstbaar maken aan de man, iets wat je van het boek leerde, lag me niet. Aan een ‘Baedeker voor zwangere vrouwen’ had ik vele malen meer gehad. Blees schreef er een en van mij mag ze er ook een schrijven over de eerste maanden na de bevalling.
____

Gerda Blees (2022). Week. Podium, 48 blz. €20,99. ISBN 9789463811439

Geplaatst in Recensies.