Op een muis. Sint als pr-deskundige

door Bram Mieras

 

Light verse, lichte gedichten, waren vooral in de jaren tachtig in de mode. Drs. P bedacht er het woord ‘plezierdichten’ voor, daarmee verwijzend naar de lol die zowel de dichters hadden in het maken ervan als hun publiek in het lezen of het horen voorlezen, want plezierdichters als Jan Boerstoel, Drs. P, Kees Stip, Ivo de Wijs en Driek van Wissen gingen in die tijd het land door. Van zulke voordrachtavonden kende Ivo de Wijs de wat oudere Kees Stip (1913-2001). Samen met Jaap Bakker stelde hij uit de duizenden gedichten van Stip een bloemlezing samen met de titel Puntgaaf. In de loop van 2022 uitgebracht en direct in de Bestseller 60.
Mensen vinden het nog steeds leuke gedichten door de inhoud en de knappe vormgeving. Een aantal ervan excelleert door een puntgave combinatie van een intelligente inhoud met verbluffende taalacrobatiek. Een voorbeeld daarvan is het gedicht Op een muis.

Op een muis

Een muis, op zoek naar kruimels kaas,
kroop in de baard van Sinterklaas.
‘Wel eerder’, sprak de Sint bedaard
‘werd door een berg een muis gebaard.
Maar dit is wonderlijk, bij Zeus:
hier bergt zowaar een baard een muis.’

Stip jongleert hier met de uitdrukking ‘de berg heeft een muis gebaard’, afkomstig uit een fabel van Phaedrus, Romeins dichter uit de eerste eeuw, over een berg die gaat bevallen. Hij begint geweldig te beven en maakt daarmee iedereen bang totdat alles weer rustig is geworden en er alleen maar een klein muisje gebaard blijkt te zijn. Phaedrus concludeert dan dat dit gebeuren lijkt op iemand die grote bedreigingen uit, maar vervolgens niets doet. Dit verdichte verhaal bestond al langer, want de Romeinse dichter Horatius verwees er een eeuw eerder al naar in zijn advies aan schrijvers om een verhaal met simpele (niet-bombastische) woorden te beginnen. Stip studeerde klassieke talen in Utrecht en als classicus kende hij natuurlijk dit spreekwoord dat hij verwerkt in een bizar gebeuren: een muis zoekt (natuurlijk geurgedreven) in de baard van de Sint naar kaaskruimels. Ja, de eerbiedwaardige goedheiligman, die ook nu weer door zijn onverstoorbare kalmte indruk op ons maakt, heeft een guilty pleasure: kaas. We zien hem nooit kaas eten en hij heeft het er ook nooit over. Het past niet bij zijn imago. Het product valt niet in de smaak bij zijn jeugdig publiek. Zijn populariteit zou dramatisch dalen wanneer alle zoethoudende zoetigheid vervangen werd door noten, staven, letters en wat al niet meer van kaas. Hij heeft dus zijn eigen smaakvoorkeur verborgen gehouden, onder de mijter, maar door die muis dreigt het bekend te worden. Wat nu?

Met een welbespraakte, grappig-innemende toelichting probeert hij te de-escaleren. Als een volleerd politicus geeft hij een voorbeeld dat elke pr-adviseur in zijn repertoire kan opnemen. Debatspecialist Hans de Bruijn zou er zo een column over kunnen schrijven voor zijn framing-serie in Trouw.

Een. Presenteer het gebeuren als iets wat zich wel vaker voordoet en niet iets is om je druk over te maken. Een storm in een glas water (een berg die een muis baart).

Twee. Noem met geen woord, niet één keer, het echte probleem (kaas) maar richt de aandacht op feiten die op zich geen probleem zijn (muis in de baard).

Drie. Geef daar een aannemelijke verklaring voor. Is dat lastig, val dan terug op: geen verklaring voor, niet alles is verklaarbaar (wonderlijk).

Vier. Doe dat dan wel op een overtuigende manier: laat zien dat je het meent, bijvoorbeeld door een bezwering (bij Zeus) en door je eigen verbazing uit te drukken (zowaar – ik sta er zelf ook versteld van).

Vijf. Sluit af met iets wat grappig is en voor ontspanning en goodwill zorgt (de woordspeling in de slotregel over de baard die een muis bergt en die doet terugdenken aan de berg die een muis baart). Daarmee is dan de kern van de zaak vastgesteld en imagoschade voorkomen.

Puntgaaf sinterklaascadeau met stip.

 

 

 

afbeelding: Pixabay

Geplaatst in Column.