LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Monica Boschman – Vindersloon

27 sep, 2023

‘Wie wat vindt heeft slecht gezocht’

door Onno-Sven Tromp




De nieuwste bundel van Monica Boschman heeft een sympathieke titel: Vindersloon. In het Amsterdamse Oosterpark vond ik ooit een paar briefjes van vijftig euro. Ze lagen in elkaar gevouwen op de grond, onopvallend tussen het zwerfvuil. Het was onmogelijk om de eigenaar van het geld te achterhalen en dus was ik een bedrag rijker. Maar het zou veel bevredigender zijn geweest als ik die eigenaar wél had kunnen opsporen. Wie iemand anders verloren spullen terugbezorgt, maakt niet alleen diegene blij, maar geeft ook zichzelf een prettig gevoel door het verrichten van een goede daad. En mogelijk krijg je als vinder ook nog eens vindersloon. Driedubbel geluk!

Goed, ik neem de uitnodiging aan en ga op zoek naar het moois dat in de bundel te vinden is. Op bladzijde 61 stuit ik op het gedicht ‘Hij leeft zijn moeder na’, waaraan de bundel zijn titel te danken heeft. Het lijkt te gaan over iemand die (al dan niet in gedachten) terugkeert naar het ouderlijk huis. De derde strofe ervan luidt ietwat mysterieus: ‘We delen het vindersloon / wanneer een liedje zijn ogen kent / of een lepel zijn hand beweegt.’ Het is representatief voor de bundel, omdat in veel gedichten niet helemaal duidelijk wordt wat de dichter bedoelt. Ze geeft je vier vingers, maar niet de hele hand. Ze leidt je in elk gedicht vakkundig het bos in en geeft je daar de ruimte je eigen betekenissen te vinden.

Vindersloon krijg je als beloning voor het vinden, maar je mag wat je vindt niet houden. Je wordt als lezer beloond voor het ter hand nemen van de bundel en het lezen van de gedichten. Wie de gedichten van Boschman leest, krijgt als beloning mooie zinnen en verrassende wendingen. Maar je kunt je de gedichten als lezer niet toe-eigenen: ze blijven van de auteur, je mag ze alleen lezen en bewonderen. De titel doet daarmee denken aan de bekende, paradoxale titel van Rutger Koplands vierde bundel: Wie wat vindt heeft slecht gezocht.

Vindersloon bevat vijftig gevarieerde gedichten, losjes verdeeld over zeven secties van zeven gedichten (dat kan geen toeval zijn), met een bonusgedicht aan het begin. Boschmans poëzie lijkt overal over te kunnen gaan, ze schrijft even gemakkelijk over een parasolvoet als over een broedmachine, even voortvarend over een vogelmens als over een buste van Baudelaire.

Voor het grootste deel zijn de gedichten eerder gepubliceerd in bijvoorbeeld een bloemlezing of tijdschrift. Een van mijn favoriete gedichten is ‘Tintinnabuli’ op bladzijde 44. Dat heeft een reden. In 2022 zat ik in de jury van de Plantage Poëzieprijs (met als thema ‘spiegel’) en uit de vele geanonimiseerde gedichten kozen wij een top 3. ‘Tintinnabuli’ zat daar bij. In mijn bijdrage aan het juryrapport schreef ik over elk van de drie gedichten een stukje, dus ook over ‘Tintinnabuli’. Om eens lekker schaamteloos zelfplagiaat te plegen, citeer ik hier uit mijn bijdrage:

“‘Tintinnabuli’ is een muzikaal gedicht dat op originele wijze invulling geeft aan het thema ‘spiegel’. In zijn wonderschone, bezwerende compositie ‘Spiegel im Spiegel’ heeft Arvo Pärt in een kenmerkende klokjesstijl een gevoel van de eeuwigheid weten te verklanken, dat door de dichter nog eens wordt verdubbeld. In het gedicht ‘Tintinnabuli’ wordt de betoverende muziek vakkundig verweven met het spel van kleuters op een schoolplein, en zo verhevigt het Droste-effect zich. De juf laat haar kleuters luisteren naar de muziek van Pärt en daarmee geeft ze hen – zij die nog een heel leven voor zich hebben – een ‘tijdloos weten van bestaan’. Vederlichte klanken van een drietoon tussen partjes appel of peer, wat wil een mens nog meer? ‘Tintinnabuli’ is een gedicht van een dichter die zijn vak beheerst en de taal met een groot gevoel voor dosering tot in de finesses naar zijn hand weten te zetten.” Aldus jurylid Onno-Sven Tromp.

Tintinnabuli

Elke vrijdagochtend laat ze haar kleuters
tijdens het fruit eten luisteren naar Arvo Pärt.
Op de eerste klanken gaan trommels open

reizen partjes appel of peer, wat druiven
van hand naar mond. Ze kauwen
op een drietoon, vinden de rust ertussen.

Toetsen als bellen. Niet om te gaan
maar om te blijven. De tijd ligt uitgespreid
en wij zijn hier. Ting, ting, ting.

Alles gaat op in melodie en na de noten
volgt het klimrek, alsof de vraag is hoger
te klimmen – dieper te kijken –

al gaat het nu weer hoe het eerder was:
‘ik wil eerst’ en ‘juf, hij pakt het van mij af´.
Zij lacht, weet van het dubbelspoor dat

in de kleuters is gelegd. Noem het een brug,
een dialoog, een tijdloos weten van bestaan
op een moment dat zij van deze woorden

nog niet weten. Ting, ting, ting. Een leven lang
zullen zij bij het horen van Spiegel im Spiegel
eindeloos verlangen naar fruit.

Een van mijn andere favoriete gedichten uit Vindersloon is ‘Hoe te leven’, op pagina 39. Daarin wordt beschreven hoe iemand grip op het leven probeert te krijgen/houden door zich krampachtig vast te klampen aan de kleine lettertjes van etiketten en gebruiksaanwijzingen. Maar na een mooie wending tussen de tweede en de derde strofe, wordt duidelijk dat die methode van weinig waarde is als het gaat om het vinden van antwoorden op levensvragen.

Hoe te leven

Ik houd mij vast aan de kleine letters: waar iets
gemaakt is, wat erin zit, hoeveel licht het geeft
of je het kunt wassen, hoe lang het goed blijft
buiten de koelkast, een leven lang leren

etiketten lezen, het binnenste buiten keren
geen genoegen nemen, een leven lang
pakken en flessen in de tas, de ruwe handen
in mijn schoot, nooit moe van het omdraaien

van de aarde, van liefde, twijfel, tijd
wel van het uitblijven van antwoorden:
geen houdbaarheidsdatum, geen garantie
zelfs herkomst is niet te vertrouwen.

Ik kijk naar de amandelbomen
hoe ze bloeien, niet voor niets.

En zo valt er nog veel meer te genieten in Vindersloon. Wat vooral opvalt aan Boschmans poëzie is dat ze weinig grote woorden bevat, weinig uit de band springende taal. Het zijn vaak subtiele gedichten, die lijken te zijn geschreven met een zekere omzichtigheid, in sobere, aftastende taal. Alsof het een soort verkenners zijn, waarmee de dichter haar omgeving en het leven verkent, en hoopt daar zelf een beetje grip op te krijgen. Soms zou je willen dat de gedichten iets meer zouden sprankelen. Maar misschien bewaart ze dat als vindersloon voor een volgende bundel.
____

Monica Boschman (2023). Vindersloon. Uitgeverij U2pi, 82 blz. € 15,00. ISBN 9789493299641

     Andere berichten

Daan Doesborgh – Moet het zo

Zo moet het door Ivan Sacharov - - Wat verwacht men eigenlijk van een recensent? Daar zijn allerlei opvattingen over. Maar ik denk dat het...

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Jan van de Ven – Welbeschouwd

Schouwen vanuit de aardse omgeving door Hans Franse - - Jan van de Ven moet een bescheiden man zijn die zijn verbondenheid met het land...