LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Ron Elshout – Een engel van glas

1 dec, 2023

Tijdloos

door Hans Puper

Een engel van glas is de vijfde bundel van Ron Elshout. Hij gaat over tijdsbeleving, een thema dat je in een minder goede bundel kan doen gapen, maar in een bundel als deze met een hernieuwde blik doet kijken. Dood, bestaande en herinnerde liefde, cyclisch en lineair tijdverloop, het momentane dat voorbij is zodra je het ziet: ‘Het onverdraaglijkste is het ondoor- / grondelijke van de afgrond van de tijd’. (20)
Die engel blijkt ‘een onsterfelijke engel van plexiglas’ te zijn, een sculptuur die de hemel en wolken spiegelt en waarvan het zonlicht afspat. Maar het donker dooft hem, tot het weer licht wordt en alles opnieuw begint: ‘Out of the dark’ heet het gedicht. Je ziet dat in verschillende gedichten terug, zoals in ‘Immer afscheid’ (29): ‘zo leven we: we nemen met iedere / herinnering opnieuw afscheid’. En, een paar strofen verder: ‘zo ontkennen herinneringen / het afscheid’. Dit is het motief dat past bij het derde van de vier motto’s. Het is van Rein Bloem: ‘de dingen sterven in hun aanvang / en worden onafzienbaar herboren’.
Dat engelachtige – de hoop op verlossing? – blijkt een illusie, zoals blijkt uit het licht-humoristische gedicht ‘Inkeer’.

Inkeer

Hij kijkt aan ons voorbij en fronst:

er tintelt iets in zijn hersenen – hij denkt
aan de dichter die meende
de mens de rups te zijn

van engelen –

daarin gloorde toch iets van een ontkiemend
beginsel; later denkt hij opnieuw aan de dichter

en zal gekrenkt glimlachen.

(18)

Die dichter is Nabokov, las ik in de inhoudsopgave, belangrijk om te weten in dit gedicht. Hij was tevens een professioneel vlinderkundige. De rups hier geen vlinder, maar een gelijkvormige, verbeelde engel geworden. Maar van een ontkiemend beginsel kan geen sprake zijn, Nabokov stak de draak met religie en filosofie. Vandaar die mooie paradox ‘gekrenkt glimlachen’: de hoofdpersoon beseft dat de dichter hem in de maling nam, maar hij deed dat op een aantrekkelijke, speelse wijze. Het enjambement ‘de rups te zijn // van engelen’ past hier prachtig in.
Net als in alle andere gedichten is ook hier de tijd nadrukkelijk aanwezig: niet alleen in de werkwoorden die in de verleden, tegenwoordige en toekomende tijd staan,  maar ook in ‘ontkiemend’, ‘later’ en ‘opnieuw’. Ook ‘gloorde’ duidt op een tijdverloop en ‘beginsel’ is hier weliswaar een principe of grondslag, maar in deze context is de associatie met een begin onmiskenbaar.

Het tweede motto is van Faverey: ‘Nergens vind ik een goed heenkomen / dat al niet vervuld is en doortrokken / van vluchtigheid.’ De bundel is doortrokken van zulke vluchtige momenten, zoals in ‘De dood en het meisje’:

De dood en het meisje

Terwijl de dood middenin het leven
sluimert, verschuift ’s morgens vroeg
het licht van zwart langs grijs en goud
naar zilverachtig, schuift de tijd het leven

in, opdat ik opnieuw moet zien dat
het nu alweer voorbij is, zoals het adem-

benemend wasbleke meisje dat onverhoeds
in de menigte opduikt, opgemaakt

alsof zij de dood moet spelen

in deze komedie. Wanneer zij mij recht
aankijkt, belicht ik haar met een sluiter-
klik tot een foto van het vluchtigste.

(28)

Steeds opnieuw moet je ervaren dat het nu, het moment, onherroepelijk voorbij is. De dichter geeft een voorbeeld uit vele. De gezichtskleur van het meisje doet denken aan de dood, die middenin het leven sluimert en opduikt in de menigte: het is of zij de dood moet spelen in de komedie die leven heet – dat zij in de zesde en zevende regel adembenemend wordt genoemd is een vondst. Opvallend is dat de dichter het incident beschrijft in de tegenwoordige tijd: in het gedicht gebeurt het nu, hij lijkt het ogenblik daarmee te willen vangen, net als met het maken van een foto. De regelafbreking ‘sluiter- / klik’ onderstreept die laatste poging nog eens.
Mooi is ook het ritme, ondersteund door alliteraties en binnenrijm.

Er zijn nog twee gedichten over een moment dat de dichter wil vasthouden. Ze hebben een titel die de vorige spiegelt: ‘Het meisje en de dood’ (45/46). Ook hierin probeert de hij het vluchtige vast te houden met een foto en zijn gedicht: haar hals is ‘in sneeuw geschreven’. Niet voor niets gebruikt hij ‘geschreven’ in plaats ‘haar hals als sneeuw’ of iets dergelijks.
De twee gedichten zijn identiek, op de laatste strofe na. In het eerste gedicht: ‘stel scherp, druk af en erken: / hier is iets wat niet meer bestaat.’ In het tweede: ‘stel scherp, druk af en ontken: / hier is niets wat niet meer bestaat.’ Dat is wel heel desolaat, de dichter neemt daar geen genoegen mee. Hij ontkent het.

Het gedicht als wapen tegen het moedeloosmakende besef dat de tijd vliegt: misschien is dit het overkoepelende thema van de bundel. Het eerste motto is van J. Ritzerveld: ‘Je verweert je met je toevallige talenten tegen de dagelijkse hunkering het op te geven, elke dag.’ Uiteindelijk is ook dat vergeefs:

Bagatel

Uit taal voortgekomen zal ik
ten langen leste tot taal wederkeren.

Inktvraat en meeldauw ten spijt
is ze de stof waar dromen uit

geweven worden; het zal echter niet
lang duren alvorens, nadat men

mij heeft doen verwaaien, ook dit
hier zal verstuiven. Het is gedaan.

(26)

Het vierde motto is van Marianne Moore: ‘wat echt is schuilt juist in gedichten.’ Daar heb je wel een goede dichter voor nodig. En dat is Ron Elshout.

—–
Ron Elshout (2023). Een engel van glas. PoëzieCentrum, 60 blz. € 21,00. ISBN 9789056552817

     Andere berichten

Joris Iven – Onderdak

Poëzie in alles, die de werkelijkheid vat door Kamiel Choi - - In wat voor soort gedichten kun je wonen? Moeten het ondoorgrondelijke...

Ted van Lieshout – Ommouw me

Ted van Lieshout – Ommouw me

Wat voorbij gaat, blijft door Peter Vermaat - - Het zou wel eens onmogelijk kunnen zijn om in uitsluitend tekst een leesbeleving te geven...