LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

René Smeets – Zware wolken zwarte randen

2 apr, 2025

‘Mijn woede is mijn meest vertrouwde emotie’

door Marc Bruynseraede




In 2022 overleed de Duitser dichter, essayist, biograaf, uitgever en vertaler Hans Magnus Enzensberger (93). Samen met Günther Grass en Heinrich Böll (Gruppe 47) behoort hij tot de invloedrijkste naoorlogse Duitse intellectuelen. In het culturele klimaat, dat nog door de nazi-erfenis belast is, munt zijn poëzie uit door scherpzinnige verbondenheid met het alledaagse en kritisch, maatschappelijk engagement. René Smeets, al enkele decennia actief als vertaler en bloemlezer van poëzie, kent het werk van Hans Magnus Enzensberger van binnen en van buiten. Hij vertaalde een groot deel van zijn werken, naast gedichten van Pablo Neruda, van de Haïtiaanse dichter René Depestre en van diverse Poolse naoorlogse dichters.

In 2020 gaf René Smeets zijn eerste eigen dichtbundel uit, onder de titel: Alles gestolen – Gedichten over en voor Hans Magnus Enzensberger. Maurice Broere schreef erover op Meander 29 juni 2020: ‘Geen hermetische zielenroerselen, maar heldere vertalingen over het leven van alledag.’ Met bijzondere aandacht voor de vergankelijkheid van de mens. ‘Alles gestolen is een bundel waar ik vrolijk van wordt’, besloot Maurice Broere.

En nu laat René Smeets zijn tweede bundel verschijnen Zware wolken zwarte randen waar, op de voorkaft, zoals ik het zie, de heer Trump op de straatstenen, door de verenigde politiebrigade, behandeld wordt als George Floyd, die stierf na acht minuten, onder een politieknie op zijn nek, terwijl hij onophoudelijk murmelde : ‘I can’t breathe’ (ik krijg geen lucht); de slogan sindsdien van de Black lives matter-beweging in de VS.

De bundel is een stijlvol gepresenteerd, poëtisch protest tegenover het grenzeloos geweld, brutaliteit en de malheuren van deze wereld: de verschrikkelijke aanslag van 11 september op de WTC-torens in New York; de bomexplosie in de luchthaven van Zaventem en het wegmaaien van zoveel gezonde burgers door de Corona-epidemie.

De hele bundel is als een tragische symfonie in vier bewegingen opgebouwd : ‘Agitato’ 1 gedicht (Opgewonden), ‘Dolente’ 31 gedichten (Pijnlijk, Gekweld), ‘Allargando’ 12 gedichten ( Uitdeinend, Berustend) en ‘Sognando’ 1 gedicht (Dromerig). Het begint bewogen, opgewonden. Vervolgens gaat het over in een kwellende – maar uiterst leesbare en bijna achteloze – hoofdschotel. Om dan uit te deinen in een bredere delta en te eindigen in de dromerige sfeer, los van alle ellende.

In het eerst gedicht van de bundel projecteert René Smeets, met het iconische gedicht van H.M. Enzensberger uit 1957 ‘Verdediging van de wolven tegen de lammeren’, zijn visie op het actuele politieke gebeuren in Amerika, door het gedicht de titel te geven: ‘Verdediging van de Republikeinen tegen de Democraten’:


Verdediging van de wolven tegen de lammeren

Moet de gier vergeet-mij-nietjes vreten?
Wat verwachten jullie van de jakhals?
Dat hij zich van zijn vel ontdoet? Van de wolf?
Dat hij zijn eigen tanden trekt?
Wat bevalt jullie niet aan
politrucs en pausen
Wat kijken jullie idioot uit de was
op het leugenachtige beeldscherm?

Wie naait de bloedstrepen
op de broek van de generaal? Wie
keelt voor de woekeraar de kapoen?
Wie hangt trots het blikken kruis
voor de grommende navel? Wie
accepteert het drinkgeld, de zilverling,
het zwijggeld? Er zijn
veel bestolenen, weinig dieven; wie
applaudisseert voor hen, wie
steekt speldjes op, wie
snakt naar de leugen?

Kijk in de spiegel: laf
bang voor harde waarheid,
afkerig van het leren, het denken
overlatend aan de wolven,
een ring door de neus als kostbaarste juweel,
geen bedrog te doorzichtig, geen troost
te goedkoop, elke chantage
is voor jullie nog te mild.

Vergeleken met jullie,
lammeren, zijn nonnen kraaien.
Elkanders oogkleppen zijn jullie.
Onder de wolven heerst broederlijkheid:
zij vormen roedels.

Geprezen zijn de rovers:
om verkrachting vragend
werpen jullie je op het luie bed
van de gehoorzaamheid. Kermend nog
liegen jullie. Verscheurd willen
jullie worden. Jullie
veranderen de wereld niet.
Verdediging van de Republikeinen tegen de
Democraten

Moet de vingervlugge cowboy vegetariër worden?
Wat verwachten jullie van de hardleerse racist
met zijn donkerrode nek? Dat hij democraat wordt?
Dat hij zichzelf ophangt aan de hoogste boom
in een straal van honderd kilometer?
Wat bevalt jullie niet aan hun partijstructuren,
hun geldstromen, hun favoriete nepnieuwszenders
waar jullie zélf ook naar staren
als konijnen naar een lichtbak?

Wie blijft voor hen de rode loper uitrollen
naar de minst levensvatbare onpartijdigheid
sinds jaar en dag? Wie laat hen hun gang gaan
in kiescolleges, telbureaus, rechtbanken
van het laagste tot het allerhoogste niveau?
Wie laat hen het kiesrecht uithollen
als in de meest geavanceerde dictaturen?
Wie blijft tevergeefs proberen de meest
fanatieke gelovigen onder hen alsnog
te bekeren tot betere gedachten?

Kijk in de spiegel, Democraten: de blik verraadt
hulpeloosheid, hopeloosheid. De ring door de neus
is jullie kostbaarste juweel.
Vergeleken met jullie zijn
zachtgekookte eitjes
heuse oproerkraaiers.

Onder de Republikeinse wolven
heerst broederlijkheid,
zij verdedigen hun politieke territorium
met vereende krachten
en geavanceerde vuurwapens,
zij gaan in roedels.

Lof zij hen: jullie, naïef bedelend om samenwerking
over de partijgrenzen heen, vragen
te worden genomen op het vuile bed
van de vuige tweepartijenpolitiek.
Jullie trekken aan het kortste laken.
Jullie redden Amerika niet.

Denkend aan het actuele, politiek-gespleten klimaat in Amerika, ziet men de mate van overeenkomst in de poëzie van Enzensberger, die zestig jaar eerder geschreven is, met de beklemmende, actualiserende interpretatie van René Smeets, daterend van 2022. Of het nu 1957 is of 2025, wolven verslinden lammeren, naar de reeds 2000 jaar oude wijsheid: homo homini lupus. De mens is een wolf voor zijn medemens. Het enige erge zou zijn, dat wij daar ongevoelig aan voorbij zouden gaan.

We zijn, bij het lezen van voorgaand gedicht, al behoorlijk opgewonden en dan moet de cyclus ‘Dolente’ (Pijnlijk, Gekweld) nog aanvangen. Hier worden we geconfronteerd met het beklijvende beeld van ‘De Vallende Man’: de afgrijselijke precisie-foto van één van de tientallen mensen die uit de WTC-toren in New York sprongen, om aan de vuurzee te ontsnappen. Ander beangstigend moment is hoe ‘Een man met een hoedje’ liever het hazenpad koos, dan de bom op zijn bagagewagentje, in de luchthaven van Zaventem, tot ontploffing te brengen. Dat had nóg meer schade kunnen aanbrengen.

Het staat er allemaal zo glashelder, koeltjes, met ingehouden woede neergezet, dat ik spontaan moet denken aan de woorden van Pjeroo Roobjee, in zijn jongste roman Vissertjes: ‘Mijn woede is mijn meest vertrouwde emotie’. Of beter nog: aan de ’10 tot schizofrenie leidende vragen’ van Eddy Van Vliet, die de gebruikelijke onverschilligheid tegenover de verschrikkelijke dingen, die ons uit het journaal toewaaien, onder onze neus wrijven.

En dan hebben we het nog niet gehad over Li Wenliang, de Chinese oogarts die in een vroeg stadium het desastreuze gevaar van het Coronavirus ontdekte en hierover ‘ongewenste geruchten’ verspreidde. Als beloning hiervoor werd hij door de lokale politie zo streng berispt, dat hij het leven liet. Evenwel, mét excuses (bij eenparigheid van stemmen) aan de nabestaanden, vanwege de Communistische Partij van China.

In deze onheilsopsomming mag ook niet het vergeten rapport van de Club van Rome ontbreken. En wat met de klimaatverandering? En de snoezig-lieve kleine Donald-baby, met zijn hard stampende voetjes? Wat zal er van hem geworden? De bestorming van het Capitool wordt bedacht met het gedicht ‘Plein van de Hemelse Onvrede’. Er wordt geklopt, gebruld, vernield en vermoord met ‘alternative facts’, om uit te monden in presidentieel pardon.

Als U nog niet wit aangelopen bent van woede, dan wacht u nog wat poëzie over de ondergang van de democratie, de angstdroom van Europa, en de Russische verre neef van René die zijn brieven niet meer beantwoordt:

Mijn Russische verre neef beantwoordt mijn brieven niet meer.
Hij is van de ene dag op de andere onder de wapens geroepen
om in Oekraïne te gaan vechten, het afscheid deed hem wel zeer,
naar verluidt stelt hij het goed tussen huurlingen en reguliere troepen.

Mijn Russische verre neef is een strijder waarop Poetin kan bouwen.
Zoals Vladimir vindt hij het Russische vaderland nogal klein,
met wat Oekraïne grond erbij zou het acceptabeler zijn,
dat broedervolk zouden ze er wel makkelijk onder kunnen houwen.

Mijn Russische verre neef heeft een aardig stukje grond ingenomen,
ongeveer anderhalve meter diep, twee meter lang, geen meter breed,
In dat graf niet ver van Bachmoet ligt hij nu voorgoed uitgekleed,
Vladimir had hem nochtans van een betere plek doen dromen.

We komen stilaan op adem, met de beweging ‘Allargando’ (Verbredend, uitdeinend). Hier wordt een kleine ode gebracht aan de Poolse poetsvrouw; worden vragen gesteld bij de bouw van voetbalstadia in Qatar en achterom gekeken naar toen er nog geen digitaal tijdperk was en de gewone mens nog naar échte piano’s mocht luisteren, échte boeken lezen en échte seks beleven, om maar wat ouwerwetse voorkeuren aan te geven. Enkele gedichten voor Bertolt Brecht, Pablo Neruda en – wat dacht U – Hans Magnus Enzensberger sluiten deze cyclus af. Het gedicht voor Enzensberger ‘Geboortepijn’ eindigt als volgt :

tegen de geboortepijn
van een geslaagd vers
bestaat geen medicijn.

We zouden zo nog een tijdje kunnen doorgaan, want elk van deze gedichten slaat in, als nagels met koppen. Zo ook het slotgedicht van de cyclus ‘Allargando”, waarvan we hier een fragment weergeven :

De rugzak van God

God heeft me uitgenodigd om samen
met hem een wandeling te maken.
Eén van zijn aartsengelen
komt mij oppikken.

Om het ijs te breken gaan we
eerst samen iets drinken.

(…)

Wandelen doen we
in de Dolomieten.
Hij kent blijkbaar mijn voorkeuren.
Een paradijselijk landschap
(…)
Plots stopt God met stappen.
Uit zijn rugzak haalt hij een tablet,
samen googelen we
de toestand in de wereld.
Zijn wereld.
Ziet er niet goed uit.
Zegt hij zelf.
Oorlogen alom, klimaat op hol,
de haat die welig tiert,
de leugen die de norm wordt,
geen grenzen meer kent.
Het is wat het is, zegt hij,
ik ben ook maar een mens,
weliswaar met wat meer mogelijkheden dan jij,
maar reken verder maar niet op mij.
En dat misbruik van Gott mit uns
Schluss damit!

Plots is God weg. Verdwenen.
Als sneeuw voor de Italiaanse zon.

Ik word bevangen door paniek.
Hij is zijn rugzak vergeten.
Dit is wat er nog in zat:

Wie de rugzak van God wil vinden kan bij zijn vertrouwde boekhandel terecht.
____

René Smeets (2025). Zware wolken zwarte randen. Uitgeverij P, 72 blz. € 23,00. ISBN 9789464757675

     Andere berichten

Hans Tentije – In het ongewisse

Hans Tentije – In het ongewisse

Weemoed in klare taal gevat door Taco van Peijpe - - De verzamelbundel In het ongewisse bevat het werk van Hans Tentije vanaf 2011 tot en...

Kamiel Choi – klein verzet

Kamiel Choi – klein verzet

Vol liefde en dicht op de werkelijkheid door Anneruth Wibaut - - Een heerlijke mix van humor en ernst kenmerkt deze bundel. Nergens gewild...