‘Mijn woede is mijn meest vertrouwde emotie’
door Marc Bruynseraede
–
–
In 2022 overleed de Duitser dichter, essayist, biograaf, uitgever en vertaler Hans Magnus Enzensberger (93). Samen met Günther Grass en Heinrich Böll (Gruppe 47) behoort hij tot de invloedrijkste naoorlogse Duitse intellectuelen. In het culturele klimaat, dat nog door de nazi-erfenis belast is, munt zijn poëzie uit door scherpzinnige verbondenheid met het alledaagse en kritisch, maatschappelijk engagement. René Smeets, al enkele decennia actief als vertaler en bloemlezer van poëzie, kent het werk van Hans Magnus Enzensberger van binnen en van buiten. Hij vertaalde een groot deel van zijn werken, naast gedichten van Pablo Neruda, van de Haïtiaanse dichter René Depestre en van diverse Poolse naoorlogse dichters.
In 2020 gaf René Smeets zijn eerste eigen dichtbundel uit, onder de titel: Alles gestolen – Gedichten over en voor Hans Magnus Enzensberger. Maurice Broere schreef erover op Meander 29 juni 2020: ‘Geen hermetische zielenroerselen, maar heldere vertalingen over het leven van alledag.’ Met bijzondere aandacht voor de vergankelijkheid van de mens. ‘Alles gestolen is een bundel waar ik vrolijk van wordt’, besloot Maurice Broere.
En nu laat René Smeets zijn tweede bundel verschijnen Zware wolken zwarte randen waar, op de voorkaft, zoals ik het zie, de heer Trump op de straatstenen, door de verenigde politiebrigade, behandeld wordt als George Floyd, die stierf na acht minuten, onder een politieknie op zijn nek, terwijl hij onophoudelijk murmelde : ‘I can’t breathe’ (ik krijg geen lucht); de slogan sindsdien van de Black lives matter-beweging in de VS.
De bundel is een stijlvol gepresenteerd, poëtisch protest tegenover het grenzeloos geweld, brutaliteit en de malheuren van deze wereld: de verschrikkelijke aanslag van 11 september op de WTC-torens in New York; de bomexplosie in de luchthaven van Zaventem en het wegmaaien van zoveel gezonde burgers door de Corona-epidemie.
De hele bundel is als een tragische symfonie in vier bewegingen opgebouwd : ‘Agitato’ 1 gedicht (Opgewonden), ‘Dolente’ 31 gedichten (Pijnlijk, Gekweld), ‘Allargando’ 12 gedichten ( Uitdeinend, Berustend) en ‘Sognando’ 1 gedicht (Dromerig). Het begint bewogen, opgewonden. Vervolgens gaat het over in een kwellende – maar uiterst leesbare en bijna achteloze – hoofdschotel. Om dan uit te deinen in een bredere delta en te eindigen in de dromerige sfeer, los van alle ellende.
In het eerst gedicht van de bundel projecteert René Smeets, met het iconische gedicht van H.M. Enzensberger uit 1957 ‘Verdediging van de wolven tegen de lammeren’, zijn visie op het actuele politieke gebeuren in Amerika, door het gedicht de titel te geven: ‘Verdediging van de Republikeinen tegen de Democraten’:
– Verdediging van de wolven tegen de lammeren – Moet de gier vergeet-mij-nietjes vreten? Wat verwachten jullie van de jakhals? Dat hij zich van zijn vel ontdoet? Van de wolf? Dat hij zijn eigen tanden trekt? Wat bevalt jullie niet aan politrucs en pausen Wat kijken jullie idioot uit de was op het leugenachtige beeldscherm? – Wie naait de bloedstrepen op de broek van de generaal? Wie keelt voor de woekeraar de kapoen? Wie hangt trots het blikken kruis voor de grommende navel? Wie accepteert het drinkgeld, de zilverling, het zwijggeld? Er zijn veel bestolenen, weinig dieven; wie applaudisseert voor hen, wie steekt speldjes op, wie snakt naar de leugen? – Kijk in de spiegel: laf bang voor harde waarheid, afkerig van het leren, het denken overlatend aan de wolven, een ring door de neus als kostbaarste juweel, geen bedrog te doorzichtig, geen troost te goedkoop, elke chantage is voor jullie nog te mild. – Vergeleken met jullie, lammeren, zijn nonnen kraaien. Elkanders oogkleppen zijn jullie. Onder de wolven heerst broederlijkheid: zij vormen roedels. – Geprezen zijn de rovers: om verkrachting vragend werpen jullie je op het luie bed van de gehoorzaamheid. Kermend nog liegen jullie. Verscheurd willen jullie worden. Jullie veranderen de wereld niet. |
Verdediging van de Republikeinen tegen de Democraten – Moet de vingervlugge cowboy vegetariër worden? Wat verwachten jullie van de hardleerse racist met zijn donkerrode nek? Dat hij democraat wordt? Dat hij zichzelf ophangt aan de hoogste boom in een straal van honderd kilometer? Wat bevalt jullie niet aan hun partijstructuren, hun geldstromen, hun favoriete nepnieuwszenders waar jullie zélf ook naar staren als konijnen naar een lichtbak? – Wie blijft voor hen de rode loper uitrollen naar de minst levensvatbare onpartijdigheid sinds jaar en dag? Wie laat hen hun gang gaan in kiescolleges, telbureaus, rechtbanken van het laagste tot het allerhoogste niveau? Wie laat hen het kiesrecht uithollen als in de meest geavanceerde dictaturen? Wie blijft tevergeefs proberen de meest fanatieke gelovigen onder hen alsnog te bekeren tot betere gedachten? – Kijk in de spiegel, Democraten: de blik verraadt hulpeloosheid, hopeloosheid. De ring door de neus is jullie kostbaarste juweel. Vergeleken met jullie zijn zachtgekookte eitjes heuse oproerkraaiers. – Onder de Republikeinse wolven heerst broederlijkheid, zij verdedigen hun politieke territorium met vereende krachten en geavanceerde vuurwapens, zij gaan in roedels. – Lof zij hen: jullie, naïef bedelend om samenwerking over de partijgrenzen heen, vragen te worden genomen op het vuile bed van de vuige tweepartijenpolitiek. Jullie trekken aan het kortste laken. Jullie redden Amerika niet. |
Denkend aan het actuele, politiek-gespleten klimaat in Amerika, ziet men de mate van overeenkomst in de poëzie van Enzensberger, die zestig jaar eerder geschreven is, met de beklemmende, actualiserende interpretatie van René Smeets, daterend van 2022. Of het nu 1957 is of 2025, wolven verslinden lammeren, naar de reeds 2000 jaar oude wijsheid: homo homini lupus. De mens is een wolf voor zijn medemens. Het enige erge zou zijn, dat wij daar ongevoelig aan voorbij zouden gaan.
We zijn, bij het lezen van voorgaand gedicht, al behoorlijk opgewonden en dan moet de cyclus ‘Dolente’ (Pijnlijk, Gekweld) nog aanvangen. Hier worden we geconfronteerd met het beklijvende beeld van ‘De Vallende Man’: de afgrijselijke precisie-foto van één van de tientallen mensen die uit de WTC-toren in New York sprongen, om aan de vuurzee te ontsnappen. Ander beangstigend moment is hoe ‘Een man met een hoedje’ liever het hazenpad koos, dan de bom op zijn bagagewagentje, in de luchthaven van Zaventem, tot ontploffing te brengen. Dat had nóg meer schade kunnen aanbrengen.
Het staat er allemaal zo glashelder, koeltjes, met ingehouden woede neergezet, dat ik spontaan moet denken aan de woorden van Pjeroo Roobjee, in zijn jongste roman Vissertjes: ‘Mijn woede is mijn meest vertrouwde emotie’. Of beter nog: aan de ’10 tot schizofrenie leidende vragen’ van Eddy Van Vliet, die de gebruikelijke onverschilligheid tegenover de verschrikkelijke dingen, die ons uit het journaal toewaaien, onder onze neus wrijven.
En dan hebben we het nog niet gehad over Li Wenliang, de Chinese oogarts die in een vroeg stadium het desastreuze gevaar van het Coronavirus ontdekte en hierover ‘ongewenste geruchten’ verspreidde. Als beloning hiervoor werd hij door de lokale politie zo streng berispt, dat hij het leven liet. Evenwel, mét excuses (bij eenparigheid van stemmen) aan de nabestaanden, vanwege de Communistische Partij van China.
In deze onheilsopsomming mag ook niet het vergeten rapport van de Club van Rome ontbreken. En wat met de klimaatverandering? En de snoezig-lieve kleine Donald-baby, met zijn hard stampende voetjes? Wat zal er van hem geworden? De bestorming van het Capitool wordt bedacht met het gedicht ‘Plein van de Hemelse Onvrede’. Er wordt geklopt, gebruld, vernield en vermoord met ‘alternative facts’, om uit te monden in presidentieel pardon.
Als U nog niet wit aangelopen bent van woede, dan wacht u nog wat poëzie over de ondergang van de democratie, de angstdroom van Europa, en de Russische verre neef van René die zijn brieven niet meer beantwoordt:
Hij is van de ene dag op de andere onder de wapens geroepen
om in Oekraïne te gaan vechten, het afscheid deed hem wel zeer,
naar verluidt stelt hij het goed tussen huurlingen en reguliere troepen.
–
Mijn Russische verre neef is een strijder waarop Poetin kan bouwen.
Zoals Vladimir vindt hij het Russische vaderland nogal klein,
met wat Oekraïne grond erbij zou het acceptabeler zijn,
dat broedervolk zouden ze er wel makkelijk onder kunnen houwen.
–
Mijn Russische verre neef heeft een aardig stukje grond ingenomen,
ongeveer anderhalve meter diep, twee meter lang, geen meter breed,
In dat graf niet ver van Bachmoet ligt hij nu voorgoed uitgekleed,
Vladimir had hem nochtans van een betere plek doen dromen.
We komen stilaan op adem, met de beweging ‘Allargando’ (Verbredend, uitdeinend). Hier wordt een kleine ode gebracht aan de Poolse poetsvrouw; worden vragen gesteld bij de bouw van voetbalstadia in Qatar en achterom gekeken naar toen er nog geen digitaal tijdperk was en de gewone mens nog naar échte piano’s mocht luisteren, échte boeken lezen en échte seks beleven, om maar wat ouwerwetse voorkeuren aan te geven. Enkele gedichten voor Bertolt Brecht, Pablo Neruda en – wat dacht U – Hans Magnus Enzensberger sluiten deze cyclus af. Het gedicht voor Enzensberger ‘Geboortepijn’ eindigt als volgt :
van een geslaagd vers
bestaat geen medicijn.
We zouden zo nog een tijdje kunnen doorgaan, want elk van deze gedichten slaat in, als nagels met koppen. Zo ook het slotgedicht van de cyclus ‘Allargando”, waarvan we hier een fragment weergeven :
–
God heeft me uitgenodigd om samen
met hem een wandeling te maken.
Eén van zijn aartsengelen
komt mij oppikken.
–
Om het ijs te breken gaan we
eerst samen iets drinken.
–
(…)
–
Wandelen doen we
in de Dolomieten.
Hij kent blijkbaar mijn voorkeuren.
Een paradijselijk landschap
(…)
Plots stopt God met stappen.
Uit zijn rugzak haalt hij een tablet,
samen googelen we
de toestand in de wereld.
Zijn wereld.
Ziet er niet goed uit.
Zegt hij zelf.
Oorlogen alom, klimaat op hol,
de haat die welig tiert,
de leugen die de norm wordt,
geen grenzen meer kent.
Het is wat het is, zegt hij,
ik ben ook maar een mens,
weliswaar met wat meer mogelijkheden dan jij,
maar reken verder maar niet op mij.
En dat misbruik van Gott mit uns
Schluss damit!
–
Plots is God weg. Verdwenen.
Als sneeuw voor de Italiaanse zon.
–
Ik word bevangen door paniek.
Hij is zijn rugzak vergeten.
Dit is wat er nog in zat:
Wie de rugzak van God wil vinden kan bij zijn vertrouwde boekhandel terecht.
____
René Smeets (2025). Zware wolken zwarte randen. Uitgeverij P, 72 blz. € 23,00. ISBN 9789464757675