door Marianne Hermans
…. en zo krijgen we aan de ene kant de dichters die zich verschansen achter hoogopgetrokken muren van verzet tegen chat, bang dat ze vervangen worden door een bazelende bot; en anderzijds de durfals die hun nietsontziende experimenteerdrang uitleven, die hun palet van woordtechnieken uitbreiden met codetaal en algoritmisch woordgeweld.
Nadat de gedichtengenerator jarenlang overuren draaide in december, heeft de luie huis-tuin- en keukendichter er nu een schrijvende vriend bij die in allerlei verschijningsvormen opduikt op hippe (tech)festivals en bibliotheekevenementen: de poëziebot.
Neem bijvoorbeeld de poem booth. Een futuristische sprookjesspiegel die in ruil voor je beeltenis een suggestief woordspel teruggeeft. Met een druk op de knop maakt deze ‘spiegel’ een gedicht op basis van je foto. De woorden en zinnen zijn poëtisch, wat niet zal verbazen omdat de Vlaamse dichter Maarten Inghels de bot van input heeft voorzien. Een pareltje onder de poëziebots.
AI inzetten voor het schrijven van poëzie kan op vele manieren. Doorgaans experimenteren mensen door een tool zoals ChatGPT een opdracht te geven (een ‘prompt’) tot het schrijven van een gedicht met bepaalde woorden of in de stijl van een bekende dichter. Er rolt iets uit, sneller dan een dichter denken kan.
Leuk hoor. Als het daarbij blijft. Een gedichtengeintje. Met poëzie heeft het bij nader inzien weinig te maken. Toch is er een breed publiek dat dit soort ‘poëzie’ lijkt te waarderen. In onderzoek naar de waardering van poëzie worden computergegenereerde poëzie en door mensen gemaakte gedichten vaak tegenover elkaar geplaatst. En wanneer de AI dan wint is dat koren op de molen van het tech-gilde want kijk eens: de computer kan net zo goed poëzie schrijven als een mens, of béter zelfs. Dat wil zeggen: als je het vraagt aan ‘de gemiddelde Nederlander’, wat op zich niet onlogisch is voor een uit gemiddelden samengesteld stukje tekst. Zou je de gedichten voorleggen aan kenners van poëzie dan blijkt het toch genuanceerder te zijn.
Een generatief taalmodel zoals ChatGPT is in feite een hele snelle rekenmachine. Gevoed met miljoenen gestructureerde woorden is zo’n model een meester in het voorspellen van het volgende woord in een zin. In feite precies het tegenovergestelde van wat poëzie vermag: verrassen, onvoorspelbare zinsstructuren, taalspel.
De modellen worden steeds beter, maar de chatbot blijft een pleaser. Hij geeft terug wat de ontvanger waarschijnlijk het liefste hoort: voorspelbaarheid. Hij zal inzetten op vormkenmerken die met poëzie worden geassocieerd: natuurelementen, sfeer en bepaalde beelden en gevoelens. Zaken die door het brede publiek geassocieerd worden met poëzie. Ze krijgen van de gedichtenmachine wat ze van een gedicht verwachten, en wat ze dus waarderen. Geoefende poëzielezers daarentegen zullen een werk juist waarderen om wat níet voorspelbaar is: complexiteit, verrassing, een zekere mate van vervreemding. Kenmerken die traagheid en aandachtige lezing vereisen.
AI wordt door kunstenaars vooral gebruikt als ‘responsief materiaal’. Maar hoewel het gebruik van generatieve AI op individueel niveau kan helpen om nieuwe ideeën te genereren, blijkt het voor de groep als geheel te leiden tot homogenisering: we wijken van de gebaande paden af maar doen dat op dezelfde wijze – alle creatieve ideeën gaan op elkaar lijken. We kunnen beter AI inzetten om meer te begrijpen van de menselijke creativiteit. Hoe werkt poëzie: het schrijven ervan, het waarderen of (niet)begrijpen, het spel met de taal.
Het schrijven van een gedicht vraagt om tijd (net als het schrijven van een column), om nieuwsgierigheid, om verbeeldingsruimte en traag denken. Het lezen ervan vraagt om een open geest, om stilte in jezelf, los van alles om je heen, om emotie zodat het kan indalen.
De waarde zit juist in het hele proces van het maken: de drang van het idee, de frustratie en het plezier van het vinden van de woorden, het gezwoeg, het kneden van de taal, het in elkaar timmeren en uit elkaar trekken van de zinnen tot de losse woorden opnieuw een levend organisme zijn geworden, het gisten, even laten rusten en de volgende dag weer oppakken. AI maakt van poëzie een afbakbroodje, maar de ambachtelijke bakker staat voor dag en dauw tot de ellebogen in de bloemige mist. Wat er uiteindelijk uit de oven komt ruikt misschien net zo lekker, maar over de smaak valt te twisten.
foto © Marianne Hermans
–


