‘Elke taal heeft zijn eigen magie.’
door Alja Spaan
–
foto © Ezra Şerik
Ali Şerik, geboren in Turkije (1962), trotse vader van vier kinderen en opa van twee kleinkinderen, woont in Amersfoort en werkt in de metaalindustrie in Bunschoten. Heeft een passie voor taal en schrijft het liefst gedichten die gevoelens en verhalen tot leven brengen. De zachte veren van de tijd is zijn meest recente publicatie.
Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Tot mijn verrassing werd ik benaderd door Meander Magazine, met de vraag of ik recensies wilde schrijven. Het was een onverwachte en spannende uitnodiging. Tot dan toe had ik alleen gedichten en twee epen geschreven en daarnaast een paar columns, maar nog nooit recensies. Het was voor mij een moeilijke beslissing, maar ik werd aangemoedigd door Hanneke Verbeek om het te proberen.
Voor mij was het bovendien een kans om gedichten beter te leren begrijpen en om meer te leren over de Nederlandse literatuur.
Hoe kwam je in aanraking met poëzie?
Ik kom uit een gastarbeidersgezin. Mijn vader kwam in 1966 naar Nederland en kort daarna volgde mijn moeder. Zelf belandde ik in 1969 in Oldenzaal.
In 1975 werd ik in Turkije achtergelaten om de Turkse taal te leren, omdat mijn ouders dachten dat we toch snel zouden terugkeren naar Turkije.
Via Turkstalige muziek kwam ik in aanraking met poëzie, vooral door de volksdichters. Hun teksten bewonderde ik zeer. Ik was verbaasd over de kracht die een paar woorden konden hebben. In korte liedteksten konden zoveel hoop, liefde en verzet verborgen zitten, die plotseling konden exploderen. De oude volksdichters verzetten zich tegen de starre houding van de sultan tegenover het volk. Dichters als Dadal Oğlu, Pir Sultan Abdal, Köroğlu en Karaoğlan maakten grote indruk op mij. Een tijdlang schreef ik hun liederen zelfs over in een schrift.
In 1978 kwam ik in Ankara in aanraking met de Turkse literatuur, eerst met korte verhalen, daarna met poëzie, vooral van de toen verboden dichter Nâzım Hikmet Ran. Zijn gedichten circuleerden desondanks onder de mensen. De Turkse overheid had nooit veel waardering voor linkse intellectuelen en zeker niet voor schrijvers en dichters.
In 1979 keerde ik terug naar Nederland. Mijn belangstelling voor Turkse dichters groeide en ik probeerde gedichten in het Turks te schrijven. Elk jaar bestelde ik tientallen dichtbundels uit Turkije.
Wat vind je leuk aan het schrijven van recensies?
Ik zie mezelf niet als recensent, eerder als dichter. Ik probeer de taal van de poëzie te begrijpen. Elk woord heeft zijn eigen geheim, verscholen tussen de letters als in een recept. Ik probeer die ‘recepten’ van woorden te ontrafelen. Woorden hebben bovendien een geheimzinnige interactie met elkaar. Elke taal heeft zijn eigen magie.
De bundel die ik ontvang voor een recensie is voor mij een uitdaging, alsof je geblinddoekt naar een restaurant gaat en moet raden wat je eet en met welke kruiden het gerecht is bereid. Ik probeer niet alleen het gedicht te begrijpen, maar ook de dichter achter het gedicht. Toch ervaar ik het ook als een grote en zware verantwoordelijkheid. Bovendien is het een tijdrovende opdracht. Voordat ik een gedicht helemaal begrijp, moet ik het meerdere keren lezen, ook omdat ik dyslexie heb. Vooral gedichten met een culturele achtergrond of die teruggrijpen naar het verleden vragen veel aandacht en onderzoek.
Hoe denk je over ons poëtisch klimaat?
De poëzie is levendig. Je ziet haar opduiken op straathoeken en stations, op gevels. Lokale overheden en bibliotheken ondersteunen projecten om gedichten te promoten. Het Letterenfonds ondersteunt bijvoorbeeld het poëzieblad Dichter, met gedichten voor kinderen van 6 tot 106 jaar.
Er zijn veel initiatieven en platforms, wat ik erg waardeer, zoals de Poëzieweek, open podia en wedstrijden, waaronder de Rob de Vos-prijs.
Poëzie wordt ook beschouwd als de kunst van de taal. We hebben haar in deze tijd des te meer nodig, nu de samenleving verhardt en mensen elkaar niet meer met woorden, maar met onbegrip en vooroordelen proberen te verslaan.
Poëzie is de foto van de gesproken taal; zij verbindt, en de dichter is de getuige van zijn tijd. Poëzie is melodie en heeft de kracht om het denken te verscherpen. De dichter speelt met de waarheid, dromen en fantasie. Het poëtisch klimaat is goed, durf ik te zeggen, ik hoop dat er meer lezers bij komen.
Wat betekent in dit verband een Dichter der Nederlanden voor jou?
De Dichter der Nederlanden moet niet alleen een spiegel zijn van Nederland, maar ook grenzen overschrijden: naar de wolken, de rivieren, de zeeën, en vooral naar de mens. Met bewondering lees ik de gedichten van Babs Gons, die helder en actueel weet in te springen op gebeurtenissen. Haar werk prikkelt om scherp te zijn, om kracht te uiten tegen onrecht en in het belang van menselijke waarden.
Hoe typeer je je eigen werk?
Dat is een moeilijke vraag die ik zelf ook graag aan anderen stel. Ik denk dat in mijn gedichten de mens centraal staat. Ik probeer kritisch naar de maatschappij te kijken en de rol van elk individu te observeren.
Wat mijn eigen werk betreft, weet ik nooit precies wanneer een gedicht af of goed is. Ik heb in verschillende dichtgroepen gezeten waar wij elkaars werk bespraken. Aan al die mensen ben ik veel dank verschuldigd. Dankzij hen heb ik geleerd om vanuit verschillende invalshoeken naar poëzie te kijken. Tot mijn 35e schreef ik uitsluitend in het Turks. Daarna gebruikte ik tien jaar lang beide talen en vervolgens maakte ik de volledige overstap naar het Nederlands.
Ik volgde cursussen bij Ingmar Heytze en Gerry van der Linden en stond vaak op het open podium van de OBA bij Jos van Hest. Regelmatig mag ik ergens een gedicht voordragen.
Drie eigen gedichten
–
Eindelijk de ideale vrede gevonden.
In de catalogus stond dat er een eeuw garantie zat
op alle onderdelen. De wielen waren gemaakt
van het beste materiaal ooit geproduceerd in China.
De veiligheidsgordels ontworpen door Amerikaanse ingenieurs
de bodem vervaardigd uit Russisch staal. De vier deuren
kwamen uit Duitsland, Engeland, India en Frankrijk.
–
De vrede was zo samengesteld dat elk land
iets had bijgedragen, al was het maar een schroef.
Ook stond er dat vrede niet geretourneerd kon worden.
Was zo onder de indruk dat ik de bestelling meteen plaatste.
–
De kleine lettertjes lezen vond ik onnodig.
Binnen een half uur stond de vrede voor de deur
glanzend, prachtig, oogverblindend. Was zo blij
zo gelukkig, had geen woorden voor dit wonder.
Hoorde de engelen al zingen.
–
Toen ik naar binnen keek, zag ik tot mijn grote verbazing
dat het stuur ontbrak. Opende de catalogus en las
de laatste kleine letters. ‘Over het stuur is nog veel
onenigheid, die eerst uitgevochten moet worden.
Zodra het zover is, wordt het zonder bijkomende kosten
naar u verzonden.’
–
Ze doden jou, mijn broeder, langzaam.
Niet snel, zoals een slager te werk gaat
bij het slachten van vee.
Nee, zij laten je lijden
traag als de voortgang van een slak.
Elke dag sterf je een beetje meer.
–
Je moet toekijken
hoe je kinderen onder het puin vandaan worden gehaald
met klaagliederen
levenloos in je armen gelegd.
Op jouw vrouw zullen ze zo richten
dat ze smekend en langzaam sterft.
Elke minuut een etmaal van pijn.
–
Met blote handen en gebroken nagels
graaf je graven voor je geliefden.
Je bezit geen werktuig
geen schep, geen houweel, zelfs geen schroevendraaier.
Niets dan de zwarte schaduw
van helikopters en straaljagers boven je hoofd.
–
Jij, mijn broeder, moet lijden
omdat je verlangt naar vrijheid
hunkert naar zeggenschap over je geboortegrond.
Daarom noemen ze jou
de gevaarlijke terrorist.
–
Omdat je handen hebt om stenen te gooien
een tong om je klacht te uiten
lippen die dagelijks Gods hulp aanroepen.
Ze vrezen jou omdat je een lichaam hebt
hartstocht kent, en trots.
Ze zijn bang voor je voeten, je ogen
je schouders, je buik
en vooral voor je kloppende hart.
–
Jij, mijn broeder, weet
ook de bezetter spreekt over vrede.
Daarom doden ze jou elke dag opnieuw
omdat jij de vijand bent.
–
iemand moet de glimlach op ons gezicht plakken
zodat wij kunnen zeggen, wij lachen weer.
de traan van ons gezicht wegvegen
om te bevestigen dat wij niet meer huilen.
–
iemand moet naar buiten kijken
de verlichting aanzetten
zodat de buren en vrienden
weten dat wij weer thuis zijn.
–
langzaam zullen nieuwe gesprekken aanspoelen.
wij hoeven niet het strand op om te jutten.
wij zullen het over het avondeten hebben
afspraken maken in het park.
–
gisteren zullen wij zo snel mogelijk
afbreken, zodat niemand
over ons verdriet struikelt.
wij hebben te veel pijnlijke boeken gevuld.
–
iemand moet de kinderen naar school brengen
zijn mouwen opstropen
zijn schoenen uittrekken
op de bank neerploffen.
–
iemand moet emmers water dragen naar ons hart
iemand moet onze haren knippen tegen de luizen
iemand moet zeggen: kom en blijf
iemand moet ons begraven.



