LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Elisa Schepens

20 nov 2025

‘Er zijn zoveel talen’

 

door Ellis van Atten

 

 

Elisa Schepens (Kalmthout, 1984) is beeldend kunstenaar, dichter en ontwerper. Ze volgde schilderkunst aan de Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen en stelde haar werk in binnen- en buitenland tentoon. Ze werd meermaals genomineerd als laureate op poëzie- en schrijfwedstrijden en kreeg verschillende onderscheidingen voor haar illustraties. Ook heeft ze zich gespecialiseerd in animatiefilm, juweel- en mode-ontwerp. Deze maand kwam haar eerste poëziebundel In de verte is ze hier  uit bij uitgeverij Archipel. De gedichten bij dit interview komen uit deze bundel.

 

foto © Lander Cornelis

 

Je bent opgeleid in beeldende kunst en timmert daarmee ook aan de weg. Heeft één van de beeldende kunsten op dit moment je voorkeur en/of de meeste aandacht?
Momenteel heeft textielkunst de meeste aandacht. Ik bestudeer nu verschillende technieken voor het bewerken van textiel zoals zeefdruk, vezelstudie, vilten, afbindtechnieken, applicatie en driedimensionaal werken. Dit alles in het kader van de studierichting Textiele Kunsten in het Gele Huis in Wilrijk, maar ook zelf door boeken te bestuderen en te experimenteren in mijn eigen atelier.

Hoe is het schrijven van poëzie in je leven gekomen?
De vrouwen in onze familie schrijven graag. Mijn oma, mijn moeder, mijn zus en ik. Op de lagere school kon ik helemaal opleven door het schrijven van een opstel of liefdesbrieven over de jongens (ik gaf ze toen nog niet af) of heftige brieven aan vriendinnen om ruzies op te klaren. Ik tekende en schreef stripverhalen Pier en Piero Pier’voor het schoolkrantje op de middelbare school en schreef persoonlijke gedichten voor vrienden. Rond mijn zeventiende jaar  begon ik deel te nemen aan wedstrijden voor korte verhalen en poëzie.
Daarna schreef ik lange tijd enkel voor mezelf. Dat viel samen met een moeilijke periode. Ik sukkelde met fibromyalgie, een bindweefselreuma, waardoor ik bijna vergroeide met mijn zetel. Het is pas sinds een jaar of twee dat het schrijven zich weer naar buiten toe richt.

 

Moeder en kind

ik woon in avondrood onder haar sleutelbeen
ze hoort het lied dat met mij de wereld in komt
en telkens ik verdwaal op aarde of in mijn hoofd
zingt ze mij terug naar mijn bestemming

haar warmte zindert door mijn weefsel
breekt ijs nog voor de aanvaring
ze laat mij rusten in een hangmat
van geweven pleisters, omhult mij
met haar bladeren

Wat was voor jou de aanleiding om deze bundel samen te stellen? En kun je iets vertellen over de inhoud? Over de titel misschien.
De aanleiding was één gedicht over mijn ouderlijk huis, dat daar ook geschreven is. Dat is organisch gegroeid tot wat het nu is.

De bundel is een intieme herinneringsatlas, waarin jeugd, familie, huis en natuur vervlochten worden. Het is een ode aan geborgenheid, een ontdekking aan sferen. Het verkennen en een roeping van een diepere laag binnen de spirituele wereld lijkt een offer te vragen: het ontbinden van de gekende realiteit. Met de bedoeling om daarna opnieuw te verbinden. In dit proces zit ik nog. Ik ben een soort van ‘terug van weggeweest’, maar ik was er nogwel, heel in de verte.

De titel In de verte is ze hier combineert nabijheid en afstand en legt de brug tussen mijn kindertijd en mijn adolescentie. Maar de kernwaarde van de titel gaat om de dissociatie, het vervreemden van de eigen identiteit en de buitenwereld. De stille angst en eenzaamheid die zich daardoor vormen.

 

Dwaaluren

bevroren lijkt een juister woord
elk ander is alweer verdwenen

ze staart naar kois die zonder doel
rondzwemmen in haar ijle woonkamer
opnieuw verliezen ze hun kleur, komen stil
te hangen als transparante wassen voorwerpen

vaak houdt ze de hordeur naar de wereld dicht
vervreemdt zich van haar lichaam, vult leemtes
met pigment, bindt gevoelens strak in shibori

soms wordt ze giftig, bevriest ze van binnenuit
kleuren de brokaatkarpers dieprood

misschien lukt stromend leven morgen
in de verte is ze hier

In de bundel is ook beeldend werk is opgenomen. Is dat belangrijk voor jou? En voor de bundel?
Hoewel de gedichten voor mij op zichzelf kunnen staan, was het voor mij vanzelfsprekend om beeldend werk te integreren. Ik denk wel dat het een meerwaarde kan hebben. De werken zijn verschillend, als fragmenten in de tijd. De heide in olieverf heeft iets weg van een herinnering waar het scherpe vanaf is.  De latere werken, die ook in de bundel staan, vormen een soort levend beeld doordat ze ook over elkaar heen kunnen bewegen en daardoor steeds veranderlijk zijn. Maar de ogen zijn nog gesloten, zoals een mens in de rust van zijn cocon. In andere werken zie je niet meer of de verschillende gezichten tot één persoon behoren of dat het twee of meer mensen zijn die elkaar ontmoeten. De lezer wordt daardoor uitgenodigd om door de diepere lagen van de gedichten te kijken. Dat kan ervoor zorgen dat je terugkeert naar een bepaald gedicht. Hoe mooi is dat?

Kun je iets vertellen over je schrijfproces?
Het begint soms met een woord, een zin, of een (innerlijk) beeld. Soms schrijft het gedicht vloeiend zichzelf en is er weinig te herwerken, een andere keer is een gedicht een ploeterwerk dat nooit af zal zijn. Bij sommige thema’s zoek ik termen op die hiermee verband houden. Bij het gedicht Oosters tapijt heb ik weef– en handwerktermen opgezocht. Ik schrijf zowel overdag als in de nacht, gewoon wanneer het daar is. Mijn uitgeverij kreeg vaak ’s nachts gedichten in de mailbox van ‘nachtraaf heeft het gefikst’.

 

Oosters tapijt

iedere dag ontdekt ze een ander patroon
in hetzelfde weefwerk dat op leistenen rust
blauwe driehoeken staan als kortpolige heuvels
in de vallei verzamelen witte dodo’s zich in kepergroepering
rondom een wafelweefsel van ribben en holten

ze kamt en vlecht geduldig de franjes
de zonsopgang laat slagschaduwen marcheren
scharlaken vaandels wapperen op de maat
van het gebladerte dat wuift voor het geverniste venster

het spieraam verplaatst zich met de uren
telkens spreekt een ander portret vanuit de tijd
liggend op haar buik beleeft ze het theater van de ochtend

In een gezinsleven met twee kinderen moet je kunnen wachten tot alles rustig is geworden. Mijn man schrijft het liefst met muziek, en ik zonder, dus schrijven we daarom elk in een andere kamer. Of hij aan tafel, en ik elders. Het nut van een koptelefoon vergeten we telkens op een vreemde manier. Ik schrijf op veel plaatsen: in de wassalon, buiten, in het openbaar vervoer (liefst de trein), in het atelier, in het café, in de zetel, in bed, op het plat dak van mijn huis. Eigenlijk bijna nooit aan tafel of aan een bureau. Terwijl dat voor mij wel het doel is om daar naartoe te werken, omdat het comfortabel lijkt. Maar dat is het eigenlijk nooit: altijd rugpijn van een stoel. Dus overal waar ik met opgetrokken benen of in kleermakerszit kan zitten, is het perfect voor mij om te schrijven. Een kleine stoel aan de tafel en een koptelefoon, dat lijkt me een strak plan.

Ik herlees en herwerk mijn gedichten regelmatig. Met de tijd word ik kritischer, maar dat zie ik als positief. Ik schrijf op mijn laptop, met pen en papier, en soms op de smartphone. Tijdens het schrijfproces haalden er enkele gedichten de eindmeet niet voor de uitgeverij. Zoals gedichten over mijn ouders, mijn jongste broer, en mijn oma. En dat is moeilijk, maar je moet het dan toch op een technische manier bekijken, als het bijvoorbeeld meer een portret geworden is dan een gedicht.

 

Verzonken portret

nerven bewaren verhalen in de deur, de structuur
van behang zie ik voor me met gesloten ogen
het kleine raam een rechthoek in licht boven mij

ik kras een hoofd naast de klink
waar het hout een vrouw verraadt
met prachtige kaaklijn en waaierende haren

voor de toekomstige bezoeker onderteken ik
dit werk met de naam van mijn zus


Waar haal je je inspiratie vandaan?

Uit dromen, uit de natuur, iets wat ik zie: soms om me heen en soms in mijn hoofd. Uit herinneringen en emoties. Ook uit literatuur en film. Mijn kinderen. Werk van andere kunstenaars.  Als mijn interesse naar een persoon gaat, kan ik deze lang aanstaren en vervolgens absoluut willen fotograferen en tekenen. Mogelijk kan dit vervelend of raar zijn. Tot nu toe heeft het nog weinig problemen opgeleverd. Als een soort licht manische obsessie voor iets esthetisch of iets wat mij intrigeert.

Het hangt  van verschillende factoren af hoe ik mijn medium kies, schrijvend of beeldend, om het onderwerp te kunnen vertalen. En daarom voelt het onnatuurlijk om mij te specialiseren binnen één kunstvorm: er zijn zoveel talen om iets tot uitdrukking te brengen.

Ik werk graag met humor en cynisme, maar dat paste niet helemaal bij deze bundel.

Wat zijn voor jou hoogtepunten in het dichterschap? En waar droom je van?
Hoogtepunten zijn wanneer je tevreden kunt zijn over een gedicht. Tijdens het schrijven lijkt het alsof iets of iemand meeschrijft, een soort kracht die door je heen vloeit. Dit is iets heel speciaals waar ik graag naar terugkeer. Het heeft iets meditatief. Het gedicht Symbiose gaat hierover.

Ik droom ervan nog bundels te schrijven en dit samen met beeldend werk rondom een thema te kunnen tonen. Ik hou van het opgesloten eenzaam werken in het atelier. Eenzaam is hier positief en meditatief tijdens een creatieperiode. Daarna het samenwerken met de uitgeverij om de gedichten op punt te krijgen: een heel boeiend, dankbaar en leerzaam proces. En wanneer ik mezelf kan uitdrukken in taal en beeld, word ik zichtbaar voor ontmoeting met de ander.

 

 

 

     Andere berichten

Ellis van Atten

Ellis van Atten

Schrijven is voor mij in de eerste plaats plezier. door Alja Spaan   Ellis van Atten woont ruim een jaar in Egmond-Binnen: lekker...

Interview Aleid Bos

'In mijn hoofd loopt altijd een tekstmotortje'   door Ellis van Atten   In Castricum woont Aleid Bos, oftewel Daatje. Onder dat...

Interview Liesbeth D’Hoker

Interview Liesbeth D’Hoker

'Ergens wil iedereen die schrijft voor de ander het verschil maken' door Cora de Vos   foto © Bert Potvliege   Liesbeth D’Hoker...