‘Verslaafd aan readymades’
–
–
door Monique Wilmer-Leegwater
–
Meer dan tweehonderd keer verscheen in de Nieuwsbrief van Meander een readymade van Jos van Hest. Stuk voor stuk kleine taalschatten: foto’s van gevonden teksten, uit het dagelijks leven geplukt en opnieuw gepresenteerd. En altijd met een bijvangst: een associatie, een vraag, een commentaar, een overweging, een gedicht, een mini-essay.
Het vervolg van het gesprek tussen Monique en Jos van 30 oktober jl.
Jos van Hest is dichter, presentator, poëziedocent. Studeerde Nederlands aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Volgde lessen voordracht bij Claudine Witsen Elias, Wanda Reumer en Hetty Blok. Gaf les op onder andere het Instituut voor Dramatische Vorming Amsterdam, Academie voor Woord en Gebaar Utrecht, Schrijversvakschool ’t Colofon Amsterdam. Hij geeft via de Schrijverscentrale poëzieworkshops op basisscholen en in het voortgezet onderwijs. Presenteert al meer dan twintig jaar het maandelijks Open Podium in de Openbare Bibliotheek Amsterdam.
Vorig jaar ontving Jos van Hest uit handen van Touria Meliani, locoburgemeester van Amsterdam en wethouder van Kunst en Cultuur, de Andreaspenning. Een belangrijke onderscheiding voor zijn werk op poëziegebied binnen en buiten Amsterdam.
Net uit! De tweede, inmiddels herziene en uitgebreide druk van zijn bundel Zie hoe eenvoudig. De eerste druk uit 1990 is al jaren niet meer te verkrijgen, ook niet in antiquarische Boekwinkeltjes. Maar na 35 jaar is hij er weer: frisse, vreemde gedichten die allemaal in de gebiedende wijs zijn geschreven, gebruiksaanwijzingen voor een gelukkiger leven. Op de cover wordt vermeld: ‘Lezers met een vertraagde of verhoogde hartslag of een te snelle werking van de schildklier wordt gebruik afgeraden. Als u last krijgt van bijwerkingen, neem dan onmiddellijk contact op met een literair criticus bij u in de buurt.’
–
Na de mooie verhalen in deel 1 wordt het tijd Jos, om het te hebben over jouw serie Readymades in de Nieuwsbrief van Meander. Wat betekent het voor jou om er inmiddels zoveel te hebben geschreven en hoe kijk je terug op die reeks?
Mijn serie Readymades in Meander heeft twee kanten. Het begint altijd met een foto van een gevonden readymade: een tekst die ik zag op een muur, een drinkbeker, een blikje, een zakje drop. Ik ben er niet op uit, maar het overkomt me: ik vind een klunzig rijmpje op een oude ansichtkaart in een antiquariaat, een aandoenlijk briefje op een prikbord in de supermarkt, een achtergebleven boodschappenlijstje in een karretje van de supermarkt. Als ze me op een of andere manier iets doen, maak ik er een foto van. Naarmate de serie groeit, sturen niet alleen vrienden maar ook mensen die ik niet ken zulke foto’s naar me. Het moeten in principe anonieme teksten zijn. Poëzie van dichters met naam op muren en schuttingen doen niet mee. Die sla ik op in mijn Facebook-verzameling Poëzie op straat.
Dat is kant een. En de tweede?
Uit de verzameling kies ik een foto en daar schrijf ik een tekst bij. Die teksten zijn heel uiteenlopend van stijl. Het kan een gedicht worden (of iets wat erop lijkt), een commentaar, een overweging, een kritische kanttekening, een klankasociatie.
Geef eens een voorbeeld van een gedicht (of iets wat erop lijkt).
Ik weet niet meer waar het was, maar in een galerie ergens, zag ik deze trap met waarschuwing. Vond ik leuk en ik maakte een foto voor mijn verzameling. De tegenstelling trof me: dat je met je voeten aan je hoofd moet denken. En dat je twee keer gewaarschuwd wordt. Logisch natuurlijk, want je hebt twee voeten.
–
Een tijd daarna zag ik de foto weer, wilde er wat bij schrijven en het werd dit gedicht.
–
de traptreden waarschuwen het hoofd
de messen waarschuwen de vingers
de stenen waarschuwen de tanden
het gerochel waarschuwt de keel
de rook waarschuwt de longen
de stok waarschuwt de hand
het schaamrood waarschuwt de kaken
de leugens waarschuwen de neus
het ongeluk waarschuwt het hart
de schemer waarschuwt de schedel
de schuld waarschuwt de schouders
het touw waarschuwt de hals
de spiegels waarschuwen de gezichten
het duister waarschuwt de ogen
de hemel waarschuwt de voetzolen
het vuur waarschuwt het speeksel
het asfalt waarschuwt het bloed
Heb je nog zo’n voorbeeld dat een gedicht oplevert?
In de NRC zag ik bij rubriek Correcties dit bericht.
–

Ik vond het grappig, die verkleinwoordjes, hoe poezelig! En die correctie schijnt zo belangrijk te zijn dat de kwaliteitskrant hem moet plaatsen. Ik knipte het stukje uit. Het verdween in een map en raakte bijna verloren. Toen ik het terugzag, gingen mijn hoofd en hand ermee aan de haal. Het werd vanzelf een ritmisch versje van knusse knuffelnaampjes.
–
Hoe heet die babywinkel ook alweer?
Pluisje Donsje Veertje
Stofje Draadje Kleertje
Kindje Truitje Lapje
Mutsje Slaapje Slabje
Flesje Speeltje Kusje
Pikje Spleetje Zusje
Broertje Bipsje Kontje
Tietje Tuitje Mondje
Piefje Pafje Poefje
Wisje Wasje Proefje
Poepje Scheetje Schatje
Poesje Aapje Watje
–
Ach, het is misschien geen goed versje, misschien is het wel helemaal geen gedicht. Dat kan zomaar. Recensenten, critici, literatuurwetenschappers mogen het zeggen. Ik vind het heerlijk om wat te spotten met dat soort lieden die het allemaal zo goed weten. Neem bijvoorbeeld deze foto van een readymade die Monica Boschman me stuurde.
–

In een mini-essay analyseer ik het gedicht alsof het een klassiek kwatrijn is.
Henkie
Wat een geraffineerd en voortreffelijk gedicht is dit! Op de allereerste plaats is het een heerlijk korte mededeling. Dat is nooit weg. Fijn voor oppervlakkige lezers. Maar kenners die meer van het leven en de poëzie verwachten, worden aan het werk gezet. Als ze zich openstellen voor het samengaan van de betekenislaag en de klank-laag van dit gedicht, zullen ze zowel cerebraal als gevoelsmatig worden aangesproken.
De eerste twee regels van het vers zijn louter klanken. Lees ze hardop en je hoort drie keer ‘kie’, twee keer ‘oe’, de allitererende h’s. In de derde regel is de kie-klank verschoven naar een iek-klank. Het gedicht verschuift dan ook: de muzikaliteit maakt plaats voor een meer rationele lading. Hoe geestig is die ongebruikelijke combinatie ‘betaalbare romantiek’! Inhoudelijk neigt die regel naar een paradox; romantiek wordt vaak met luxe en overdaad geassocieerd. En dat is allemaal een opmaat naar de vierde regel, wellicht de kern van het gedicht: ‘Elke dag verse bloemen’. Natuurlijk zullen er cynici zijn die roepen dat dat niet kan, dat dat te duur wordt voor Jan en alleman, maar de dichter gelooft in die mogelijkheid. Het vers dwingt ook de meest zwartgallige lezers om, als is het maar even en in fantasie, zich een wereld voor te stellen met elke dag frisse flora. In de slotregel wordt het kie-thema nog eens fijnzinnig herhaald.
Ook typografisch is dit gedicht interessant. De werking van de verschillende lettertypes en het effect van de golf-lijn tussen regel twee en drie vragen om verder onderzoek. In een vervolg-essay hoop ik hierop terug te komen.
–
Een beetje de draak steken met literatuurders ligt me wel. Ik houd niet van dikdoeners. Ik had zoveel plezier met dit mini-essay dat er nog een tweede volgde.
Henkie 2
Poëzie is ook een visuele kunst. Weinig dichters gebruiken de mogelijkheid om hun inhoudelijk en auditief materiaal te versterken via visuele codes. Waarschijnlijk omdat ze blind zijn, nou ja bijziend. De anonieme dichter van ‘BLOEMENKIOSK’ weet en doet gelukkig beter. Hij varieert dansant met uiteenlopende lettertypes, maakt speels gebruik van verschillen in bovenkast en onderkast, doet door zijn grafische vormgeving een beroep op de ogen van esthetische lezers. Hoe hij in hoekige kapitalen ‘HENKIE’S HOEKIE’ neerzet, is een beeldende vondst. De dichter illustreert daarmee dat hij van een gedicht ook een optische werkelijkheid kan maken. De gestileerde golf tussen de tweede en derde regel is ronduit briljant. Die deinlijn trekt je het gedicht in zoals de branding je de zee in lokt. Het kleurgebruik is fijnzinnig en stijlvol, bruin op wit en dat tegen een groene achtergrond. Hoeveel dichters zouden hier uitzinnig gekleurde bloemetjes bij plaatsen? De dichter van ‘BLOEMENKIOSK’ trapt niet in die val. Dit gedicht maakt je nieuwsgierig hoe zijn visuele identiteit zich verder zal ontwikkelen.
–
Krijg je veel reacties op je serie?
Veel, wat is veel? Ze worden wel hoe langer hoe meer bekeken en gelezen, merk ik. Soms krijg ik reacties van lezers: bijval, aanvullingen, maar ook aanval.|Mijn eerste readymade in de Nieuwsbrief zorgde trouwens meteen voor consternatie. Ik zag op een pui in de Nes een drieregelige tekst uit de spuitbus. Een advocaat werd bij name genoemd en voor oplichter uitgemaakt. In mijn reactie besprak ik het bericht alsof het een schitterend hekeldicht was, knallend en rechtstreeks:
‘Drie korte en krachtige regels in een bewogen handschrift. Emotioneel en overduidelijk. Toch roept dit gedicht, zoals het hoort bij een goed gedicht, vragen op. Is oplichter een beroep net zoals advocaat? Ben je eerst oplichter en dan pas advocaat, of kan het ook andersom? Helpt het ene beroep het andere?’
Mijn analyse was tegen het zere been van een goede vriendin die de oplichter in kwestie kende en hem juist omschreef als een betrokken advocaat in de wereld van het vluchtelingenwerk. Dat vond ik lastig. Had ik niet zoiets mogen schrijven? Geen foto van die graffiti-tekst met een voor mij onbekende naam digitaal mogen verspreiden? Gewetensvragen. Maar op zich vond ik mijn overweging toch wel aardig.
Moeilijker vond ik het een paar maanden geleden. In een antiquariaat had ik een ansichtkaart gevonden uit de jaren dertig. Een gekleurde tekening van een zwarte man, dikke lippen, grote oorbellen, halsketting van botjes. Vooroordelen bevestigend, racistisch, je kunt het je voorstellen. Op de kaart een sukkelig, vierregelig rijmpje waarin het n-woord voorkwam. Ik schreef er een ironisch bedoelde tekst bij. Nou, dat kwam absoluut verkeerd over. Binnen een mum van tijd werd ik bedolven onder haatmails. Ik zou een racist zijn van het ergste soort. Omdat ik die rotzooi wou stoppen, heb ik Meander gevraagd om die readymade te verwijderen. Is gebeurd.
Pittig! Wat drijft je toch om al zo lang door te gaan met die readymades?
Tja, ik vertel je nu wat negatieve reacties, maar ik krijg heel wat meer duimpjes. Soms denk ik toch dat ik eens moet ophouden met de serie. Maar dan zie ik weer een briefje bij een deurbel, een kaartje bij een weggeworpen bos rozen, een tip wanneer je je tandenborstel moet vervangen, of ik lees op een bijsluiter de gevaren van een pijnstiller. En dan denk ik: zo is het, heftig, gewoon, onbegrijpelijk, komisch, vermakelijk, tragisch. Het gaat kriebelen en dat zet me aan tot schrijven van korte maar zeer uiteenlopende teksten. Associatief, filosofisch, absurd. Wat gebeurt er als je een tekst omdraait? Kan een weerbericht ook poëzie zijn? Hoe kan het dat dit woord zo muzikaal is? Taal is fascinerend. Ik houd van dada, van tata, van tuttut. Taal is een speeltuin. Het is een serieus spel waarbij je leert lachen om leugens, dikdoenerij, reclamepraatjes en grootspraak.
Ach, ik doe het gewoon omdat ik er veel plezier in heb. De energie die ik erin stop, krijg ik dubbel en dwars terug.
En wat wil je eigenlijk met je serie zeggen?
Ik hoop dat kijkers en lezers er ook plezier in hebben en dat het aanstekelijk werkt. Als je oog krijgt voor readymades kun je de ophef verliezen en licht worden.





