Naast gedichten schrijft Betty van Rijk ook korte verhalen en filosofische essays.
Ze is opgegroeid in een dorp langs de Maas en in haar schrijfsels kom je vaak een rivier tegen. Een ander terugkerend thema is de rol die taal speelt bij werkelijkheidsbeleving.
Een aantal verhalen en gedichten verschenen in verzamelbundels en op websites, o.a. Meander, Het Gezeefde Gedicht en Rotterdamse dichters.
foto © Leen van Gelder
onteigening nummer 54
–
onder jaagwolken schoont hij de paden
zoekt vloedplanken, houdt de dijk in de gaten
balanceert
–
sinds de plakkaten
–
in de kamers haar silhouet, kinderstemmen
kletterwater, zingzangpannen op het fornuis
–
zomers zinderen onder zijn dunne haren
–
in de deuropening leest hij de lucht, krijtwit
scheurt hij de brief
–
kromt
–
de rivier
–
hemellicht kiert boven de Maas, concert
in de rietkraag, wij zwemmen tussen vissen
omzeilen het aas aan de kielhaak
–
zijstroom schuift windrimpels toe
stortregen kreukelt uitzicht
op brokkelkaden kwispelen honden
–
we kruipen aan wal, zien het jaagpad
niet
–
in deze metropool tussen razend verkeer
zigzagogen, krampkaken en taalflarden
–
verpakt in pak nu met stropdas die je nooit
op lakleerschoenen
–
laveer je tussen krijtstrepen, zoeken voeten
gangboord, handen stuurwiel misschien
–
lezen we nog wolken, herkennen we nog
de kolken
–
genoeg hout rond het huis, genoeg
mondkost in kannen, kastenvol
klimop
–
in één ooghoek spoken ’s nachts
wervelstormen, ontbeert taal
kracht
–
–
2 ochtendschemer
–
zanglijsterkoor waait aan, klank
kleur op dakterras, grauw zakt
in pastelwolken
–
ontbijt voor ruis ruimen, roest
peuteren, paden schonen
adagio, adagio, adagio


