LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Dwalen in het spiegelpaleis tussen droom en fantasie

10 jan 2026

door Marc Bruynseraede

 


Het thema van de Rob de Vosprijs 2025 was ‘Dwalen’. De Dikke Van Dale geeft aan dit werkwoord niet minder dan zeven taalkundige betekenissen, gaande van ‘op de verkeerde weg zijn’, ‘zonder vooropgezet doel rondlopen’, ‘van het een op het ander springen’, ‘zich tegen zijn bedoeling of ongemerkt verwijderen van’, ‘zich van het pad der deugd verwijderen’, ‘een valse mening hebben van iets’ tot ‘buiten zichzelf zijn of ijlen’. Men kan dus met dwalen vele kanten uitwaaien.

Emotioneel gezien is dwalen synoniem van zich vergissen, lanterfanten, badineren, dromen, zoeken, twijfelen aan iets of aan zo ongeveer alles, foutief denken. Dwalen roept kwelling, onzekerheid, onrust op. Niet tevreden zijn met het bestaande; inzien dat iets moet gevonden worden. Speuren naar zingeving. Herdefiniëren van een te volgen weg.

Er valt, voor de schrijver van poëzie, van alles af te breken en helemaal van nul weer op te bouwen, om iets nieuws, iets ongeziens tot stand te brengen dat dwalen in zijn volle intensiteit tot leven brengt, een nieuwe gestalte geeft of juist van dat eeuwig dwalen verlost.

Voor de juryleden van de Rob de Vosprijs kwam het erop aan uit te zoeken wie op welke manier het meest authentieke, relevante, verrassend-originele geluid zou laten horen. Voor mij persoonlijk was het uitkijken naar dichters die het begrip taalkundig of emotioneel tot een wijdse ruimte zouden herscheppen en, in spirituele zin, zouden verbreden, vergroten. Zo zou ik als lezer mijn kennis of aanvoelen kunnen herzien en datgene ervaren wat Jozef Deleu, stichter-uitgever van Het Liegend Konijn, omschreef als verwondering over datgene wat een schrijver met taal vermag. En ‘verwondering’ was het antwoord dat hij gaf op de vraag wat het mooiste, meest genereuze geschenk was dat een dichter zijn lezer kan geven. Dus, dacht ik, bij het lezen van de gedichten voor de Rob de Vosprijs: ‘Hier valt wat aan dwaalrijkdom te rapen’.

Meer dan zeshonderd keer hebben inzenders hun gedachten tot bij Meander laten dwalen. Dwalen tussen het begrip en hun opvattingen, emoties en interpretaties van het begrip. Ontelbare malen hebben de juryleden hun artistiek kennersoog laten dwalen over de ingezonden teksten, om, als alchemisten, te wikken en wegen waar de juiste dwaling lag of waar de dwaling een pertinente poëtische vormgeving kreeg.

Maar een jurylid is ook maar een mens. Een jurylid kan op bepaalde momenten zélf aan het dwalen gaan doordat het niet goed genoeg gelezen en/of begrepen heeft wat er staat, en dus een score toekent die in het oordeel dwaalt. Nu, dààrvoor heeft Meander natuurlijk niet juryleden gekozen of aangesteld. Dat zou pas een bewijs zijn dat de organisatie zichzelf helemaal in het bad van de dwaling ondergedompeld heeft.

Dichters die naar de ware dwaling op zoek zijn; juryleden die de dwaling op heterdaad willen betrappen en een organisatie als Meander die zich het liefst zo ver mogelijk van de dwaling verwijderd wil houden, terwijl de juryleden – ofschoon ze zich met beste krachten van de opgelegde taak kwijten – niet geheel van mogelijke dwaling vrij te pleiten zijn.

Wat de inzenders betreft, moge dit een troost zijn: velen zijn geroepen en (helaas) weinigen uitverkoren. In het geval van Meander: slechts een tiental dichters mogen zich met het aureool van de erkenning kronen, al hadden er dat voor mijn part wel vijftien of twintig mogen zijn, die zeker zeer degelijke poëzie hebben geschreven.

Is dit een dwaling mijnerzijds of zullen de ongelauwerde inzenders moeten blijven dwalen tussen de woorden en wanen, in hun dromen en fantasieën. Misschien zit daar wel authentieke poëzie in. Of was dat net de bedoeling van deze wedstrijd ?

     Andere berichten

Lezen in de oorspronkelijke taal.

door Hans Franse   In de februarimaand van 1882 kwam in Dublin James Joyce ter wereld. Ik heb over deze schrijver niets gehoord op de...

Parlando!

door Rogier de Jong   Parlando? Wat is dat? Een nieuw bedachte taal, de opvolger van Esperanto? Nou nee. Zoals elke kunstvorm...