LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Oneindig blauw

31 mei 2026

door Marianne Hermans

 

Daar in die vrije verbeeldingsruimtetijdscapsule, zo stel ik me voor, is alles blauw. Geen koningsblauw of de blauwsaus van de dag, maar onvoorspelbaar blauw zoals de veren van de vuurvogel. We houden van dat blauw als van de astronauten, onze helden die de ruimte koloniseren zodat ook daar geen toekomst meer zal zijn.
Omdat onze tijd op aarde eindig is en we oneindig willen zijn, omdat we geen aardverschuivingen en ook geen oerknal willen veroorzaken, maar wel naar de sterren willen reiken.

 

 

 

Blauw is oneindig.
Blauw is dubbelzinnig. ‘Blauw is de kleur van mijn dromen’, schreef Joan Miró bij een van zijn beeldgedichten, een groot vrijwel blanco doek met een kloddertje blauw. Sinds kort is blauw de rode draad in mijn leven. Het zit overal. Is het dankzij het blauwe boekje dat ik uit de bibliotheek plukte?
Stel dat ik begon met te zeggen dat ik verliefd was geworden op een kleur, zo begint Bluets, een boekje met 240 korte poëtische bespiegelingen van Maggie Nelson. Het zet me op een spoor, ik tuimel van het ene in het volgende blauw. Met terugwerkende kracht zie ik de blauwe draad die mijn dagen aaneengeregen heeft, van een bezoek aan  de expositie over Marc Chagall, de kleurenpoëet naar het pure pigment van Yves Klein uitgegoten in een groot vierkant op de vloer, dat de toeschouwer lijkt op te slokken in de ruimte.


Blauw is geniaal
.
Zo geniaal dat er geen woord voor is. ‘Het gaat niet om het vinden van het ‘blauwe’ woord, maar om het scheppen van een blauwe ruimte’, lees ik in het boeiende artikel Kun je verdrinken in een herinnering aan blauw? waarin het verlangen van Yves Klein naar de pure poëtische ervaring wordt gevonden in het werk van dichters zoals Rilke, Lucebert, Herman de Coninck en Stefan Hertmans. Heel direct is dat het geval in het gedicht Blauw 1:

Blauw 1

Er is het blauw van Yves Klein. Hij zocht de heiligheid
van Chartres, gebruikte daar blote wijven voor,
gooide er verf overheen en drukte er een doek tegenaan,
om te zien.

Wat overbleef was blijven. Dat deden die wijven.
Wat bleef was het grote. Dat deed dat immense blote.
Wat bleef was nacht: die van het heilige geslacht.

Tieten en schoten. Blauw is donkerder dan zwart.
Maar lichtblauw is dan weer lichter dan wit. Het is
waar ochtend vandaan komt, uit het vrome,
een ginder dat ginderder wordt. Heimwee is de enige manier
om te begrijpen wat nog moet komen.

Herman de Coninck 1999: 466)


Blauw is alles, blauw is niets.
Eenmaal besmet met een blauw oog, zie ik het in alles wat ik lees, droom en zie. In een terloops citaat van een vrouw in bad, die de liefdessonnetten van Pablo Neruda leest:
Totdat wij slechts één ruimte zijn, verduisterd, een glas waar hemelsblauwe as in valt, een druppel in een trage, lange stroom.
Via de zoektocht naar de ideale kleur voor de buitenmuur (RAL-5015) naar het hemelsblauw dat geen hemelsblauw is van dichter Jan Lauwereyns. Beeldend kunstenaars, schrijvers, dichters hanteren blauw voor het scheppen van paradoxen, voor dingen die tegelijkertijd afwezig en toch aanwezig zijn. Bij Lauwereyns komt dat tot uiting in de synesthesie van emotie en kleur, van bloedrood lawaai en hemelsblauw verdriet dat geen eenduidig sentiment is maar een tegendraadse emotie.

Zwart, wit en in de tussentijd
Zonsopgang willen

Bloedrood lawaai
Hemelsblauw verdriet

 

Blauw is in
Blauw is ongrijpbaar, en blauw is in. Er is voor iedereen een blauw in 2026: of het nou mellow slow / free groove / of slow swing is. En even ruim en ongrijpbaar als de kleur blauw is de definitie van ‘poëzie’:
Toen fotograaf en schilder Brassaï in november 1943 de Parijse verfleverancier van Picasso tegenkwam, gaf de man hem een vel wit papier dat was volgeschreven in Picasso’s handschrift. ‘Op het eerste gezicht leek het een gedicht’, schreef Brassaï, maar, besefte hij, het was Picasso’s laatste bestelling van verf. Derde op de lijst, onder twee witten, permanent en zilver, stond ‘Blauw, hemels-’ 

 

Bronnen

Kun je verdrinken in een herinnering aan blauw? van Irena Barbara Kalla en Herbert van Uffelen op dbnl.orgg
-Het gedicht Blauw 1 van Herman de Coninck heb ik overgenomen uit het artikel van Irena Barbara Kalla en Herbert van Uffelen https://www.dbnl.org/tekst/_act003acta08_01/_act003acta08_01_0006.php
-Jan Lauwereyns Hemelsblauw (2011) – in 2012 bekroond met de VSB Poëzieprijs.
https://www.onlinebibliotheek.nl/catalogus/394886747/hemelsblauw-jan-lauwereyns
-Bluets: bespiegelingen in blauw, Maggie Nelson (2021; vertaling van Bluets, 2009)
-Het citaat Totdat wij slechts één ruimte zijn, verduisterd, een glas waar hemelsblauwe as in valt, een druppel in een trage, lange stroom komt uit: Augustus, van Irma Maria Achten, 2019.
-De verwijzing naar de synesthesie in Hemelsblauw van Jan Lauwereyns komt uit een bijdrage van Lars Bernaerts in Bundels van het nieuwe millennium, Nederlandse en Vlaamse poëzie in de 21e eeuw: De schepping in kleur, Hemelsblauw (2011) van Jan Lauwereyns
-De verwijzing naar Picasso komt uit Het geheime leven van kleuren, Kassia St Clair, p. 263

 

foto © Marianne Hermans, museum Schiedam

     Andere berichten

Kwetsen in de poëzie

door Willem Tjebbe Oostenbrink     Een zoektocht door de wereld van de poëzie bracht me bij de criteria en regels van...

Vive la rose

door Hans Franse   In de kringloopwinkel ‘op Scheveningen’ vond ik een tweetal cd’s van Guy Béart, een Frans chansonnier, eind jaren...

Mens en gevoelens (2)

door Ko van Geemert     Lange tijd schreef ik met veel plezier in Mens en gevoelens, het tijdschrift van Paul Haenen en Dammie...