door Jan Loogman
Er moeten mensen zijn die zonnen aansteken voordat de wereld verregent. In de zomer van 2026, als ook in Europa de aarde verdroogt, is deze regel van Toon Hermans een wrange tekst. Hermans dichtte ook: Kijk altijd naar de zonnebloem. In de volgende regel gaf hij de motivering erbij: die keert zich naar het licht. Maar dit is niet meer zomaar waar. De Franse zonnebloemen die ik in juli en augustus zag – of ik nu in Bretagne was of in de Perigord – stonden er verschrompeld bij en keerden zich niet meer naar de zon.
In vrolijke buien zing ik graag Een ballon een ballon een ballonnetje / Een ballonnetje dat danst in de wind / Aan een draadje naar de zon / Gaat zo’n lekker dikke rooie mooie luchtballon, ook al van Toon Hermans. Maar wanneer zien wij nog eens ballonnen de lucht ingaan? De website van mijn gemeente benoemt de milieurisico’s en adviseert: Laat geen ballonnen op maar kies een feestelijk en milieuvriendelijk alternatief.
Zon en ballon, zij kunnen niet meer onbekommerd dienen als symbool van vreugde, blijdschap, levenskracht. Maar waar ligt het feestelijk en milieuvriendelijk alternatief? In deze eeuwigdurende zomer denken we als vanzelf aan regen.
Regen regen / allerwegen, dichtte Jan Hanlo en hij liet auto’s gaan en komen / loodrecht op de / druppelzegen. Het laatste woord laat de regen de plaats van de zon als levensbron innemen, maar dat geldt voor de duur van het gedicht dat meer dan zestig jaar oud is. Ook na het verschijnen ervan behield de zon zijn ereplaats.
Ingmar Heytze sprak een paar jaar terug de regen toe in een gedicht voor Poetry International. Almaar valt de regen en de dichter geniet ervan, hoewel zijn dochters huilen omdat hun geschminkte clownsgezichten uitlopen: …Ze huilden, / ze begrijpen nog niet wat voor geschenk / je bent geweest, de avond dat hun moeder / maar bleef slapen toen jij viel en viel en viel. Hier valt te argumenteren dat de regen leven heeft gebracht, maar dan toch indirect. Ook in Boudewijn de Groots hit Avond gebruikt tekstschrijver Lennaert Nijgh de regen als motief voor twee mensen om bij elkaar te komen, maar toch: En als de zon schijnt buiten gaan we lopen door de duinen / en als het regent gaan we terug in bed. De zon motiveert tot doen, de regen tot laten.
In Rain beschrijft Raymond Carver hoe zijn lyrisch ik wakker wordt, niets anders wil dan in bed blijven, maar zich tegen deze aandrang verzet, Dan kijkt hij uit het raam en ziet de regen, hij geeft toe. Daarop volgen deze regels: … Put myself entirely / in the keep of this rainy morning. // Would I live my life over again? / Make the same unforgiveable mistakes? / Yes, given half a chance. Yes.
De tekstschrijvers en dichters vatten de regen blijkbaar op als een motief tot binnenblijven, een aanzet tot introspectie. De regen lijkt weinig kans te maken de zon als symbool van leven en levensvreugde te mogen vervangen. Toch is mijn weersverwachting voor de komende jaren: zoveel zon dat de zonnebloemen zich ervan af zullen keren. Als die verwachting uitkomt, verspeelt de zon zijn rechten als levenssymbool. Als dan de regen alleen ongeschikt is om de opengevallen plek in te nemen, moeten we de middenweg zoeken en dan maar kijken waar we uitkomen. Laten we beginnen te luisteren naar het muzikaal duo Tonny en Bonny. De meezinger waarmee dit tweetal in 1982 succes had wijst ons de richting: Een beetje zon / een beetje regen.
foto zon © Pixabay
foto dode zonnebloemen © Dreamstime
foto ballonnen © Bumble Fun
foto regen © Pixabay
–




